Aanpak risico inventarisatie en evaluatie gevaarlijke stoffen

Print
Gevaarlijke stoffen
Beoordeel gevaarlijke stoffen op gezondheidsrisico's
In vier stappen kunnen de gezondheidsrisico's van gevaarlijke stoffen worden bepaald. Om te bepalen welke stoffen als eerste en welke stoffen later worden bekeken, kan de methode Control banding worden toegepast. Aan de hand van de grenswaarden en de mate van blootstelling worden de stoffen ingedeeld in een matrix. Pak dit efficiënt aan. Het beoordelen van stoffen kan een enorme klus zijn.

 

Vierstappentraject gevaarlijke stoffen

Bij de beoordeling van de gezondheidsrisico’s van gevaarlijke stoffen kan het volgende traject worden gevolgd (gehanteerd door de inspectie-SZW). Deze wordt beschreven in www.zelfinspectie.nl/gevaarlijkestoffen. De eerste twee van deze stappen vallen onder de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

 

 

Stap 1

Inventarisatie en registratie: met welke gevaarlijke stoffen wordt er gewerkt en zijn deze stoffen geregistreerd?

In deze stap worden alle stoffen in kaart gebracht, zowel de enkelvoudige stoffen als de mengsels. Van de mengsels dient de samenstelling in componenten te worden vastgelegd.  Van de stoffen en componenten worden de gevaren geregistreerd. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de H(azard)-zinnen uit de safetydatasheets (SDS-en) of uit andere bronnen.

Van de stoffen worden de grenswaarden opgezocht of als deze er niet zijn, zelf bepaald. Bij de gevaarlijke stoffen dient naar alle gevaarlijke stoffen te worden gekeken. Dus niet alleen stoffen die worden ingekocht, maar ook stoffen die tijdens het werk binnen het bedrijf ontstaan. Voorbeelden van die laatste categorie stoffen zijn: vrijkomend lasrook bij lasprocessen, de uitstoot van LPG- of dieselvoertuigen die binnen het bedrijf rondrijden, ontledingsproducten bij het behandelen van materialen met laserbundels, kwartsstof bij het boren in stenen muren en dergelijke.

 

Stap 2

Beoordelen risico’s aan de hand van de maatregelen

In stap 2 wordt het blootstellingsniveau beoordeeld. Dit kan worden gedaan door het uitvoeren van metingen of door gebruik te maken van schattingsmethodes. Door vergelijking met de grenswaardes van de stoffen die in stap 1 zijn vastgesteld, wordt vastgesteld of er wel of geen sprake is van een te hoge blootstelling. Als dat het geval is, dan volgt stap 3.

 

Stap 3

Maatregelen

In stap 3 worden maatregelen genomen om de blootstelling terug te brengen tot onder de grenswaarde. Dit gebeurt conform de arbeidshygiënische strategie. In eerste instantie kunnen maatregelen lager in deze strategie genomen worden als tijdelijke maatregelen, zoals het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen. Vervolgens dienen maatregelen te worden genomen die hoger in de arbeidshygiënische strategie staan, zoals aanpak van de bron, werken met meer gesloten systemen of plaatselijke ventilatievoorzieningen.

 

Stap 4

Borging

In de vierde stap wordt geborgd dat de verkregen veilige situatie blijft bestaan. Als er nieuwe stoffen worden gebruikt of andere processen worden gevolgd, zou van tevoren via een risico-inschatting (risk-assessment) gekeken moeten worden welke risico’s daarmee gepaard gaan. Op basis daarvan moeten eventueel extra maatregelen worden genomen: voorzieningen, procedures, voorlichting, mogelijk ook een aanvullend medisch onderzoek.

 

Verschillende aanpakken voor de eerste twee stappen: control banding

Feitelijk moeten alle stoffen worden beoordeeld. Om te bepalen welke stoffen als eerste en welke stoffen later worden bekeken, kan de methode Control banding worden toegepast.

 

Control banding

Met control banding wordt beoogd het werken met gevaarlijke stoffen op basis van de gevaarseigenschappen van de stoffen en de blootstelling aan die stoffen in de delen in risicocategorieën (bands). Dit geeft dan de mogelijkheid een prioritering op basis van de gevonden risicocategorieën door te voeren door met beheersmaatregen eerst de grootste risico’s aan te pakken, daarna de midden-risico’s en tenslotte de kleinste risico’s.

 

Aan de hand van de H-zinnen of de grenswaarden worden de stoffen in gevaarsklassen ingedeeld van klein naar groot. Bijvoorbeeld A Zeer klein gevaar/geen effect …t/m……… E Zeer groot gevaar/zeer ernstig effect).

Daarnaast wordt globaal de mate van blootstelling aan deze stoffen ingeschat: Bijna geen t/m  Zeer hoog).

 

 

Deze twee zaken (hazard en blootstelling) worden in een matrix uitgezet. Daarmee ontstaat een indeling van de werksituaties met gevaarlijke stoffen in 25 risicoklassen (de cellen van de matrix). Feitelijk is dit een risicomatrix met de factoren kans x effect. 

De situaties die in de categorie rood vallen, kunnen worden beschouwd als groot risico. De situaties in de gele band als midden risico en de situaties in de groene zone als kleine risico’s.

 

Risicomatrix Control banding

 

 

 

Om een prioritering in de aanpak voor het nadere onderzoek (de stappen 1 en 2 zoals boven beschreven) te maken, kan dan begonnen worden met alle situaties in de rode cellen, daarna alle situaties in de gele cellen en tenslotte die in de groene cellen.

De controlbandingmethode wordt dus zo gebruikt om de prioriteitvolgorde in de aanpak te bepalen. Daarbij wordt het bovengeschetste stappen traject voor alle stoffen gevolgd. Het bepalen van de blootstellingsconcentratie kan worden gedaan door de concentraties te meten (meetapparatuur) of gebruik te maken van een schattingsmethode zoals Stoffenmanager, Ecetoc-Tra of ART.  Wanneer dit echter voor alle stoffen/situaties wordt gedaan, kan dat een zeer omvangrijke klus zijn als er binnen het bedrijf met veel stoffen wordt gewerkt.

 

Voorwerk

Voorafgaand aan het toepassen van bovenbeschreven methode kan het nuttig zijn eerst na te gaan of alle aanwezige stoffen nog wel worden gebruikt. In de praktijk kan dit aan de gebruikers worden gevraagd, maar de praktijk leert dat veel gebruikers dan aangeven dat ze nagenoeg alle stoffen gebruiken en willen houden: ze willen immers nooit misgrijpen.

Om hier toch een beter zicht op te krijgen, kan een volgende aanpak worden gevolgd. Bijhouden welke stoffen in het komende half jaar wel of niet gebruikt worden. Dit kan bijvoorbeeld door de chemicaliën potten en –flessen met ducktape het deksel dicht te plakken en dan na dat half jaar te kijken van welke potten en flessen de verzegeling niet verbroken is. Deze kunnen dan apart gezet worden.

Als in een bepaalde periode daarná niet naar die stoffen gevraagd wordt, kunnen die stoffen worden afgevoerd. Daarmee kan het bestand aan gevaarlijke stoffen soms aanzienlijk worden teruggebracht.

Dat bespaart veel moeite om bovenbeschreven registratie op te zetten. Bovendien bespaart het ook veel opslagruimte. Feitelijk wordt het dan veiliger omdat er minder gevaarlijke stoffen in huis zijn. Van de resterende stoffen moeten vervolgens wel natuurlijk de mate en duur van de blootstelling in kaart worden gebracht.

 

Efficiënt aanpakken

Met bovenbeschreven matrix kan een prioriteit in volgorde van aanpak worden bepaald om de mate en duur van de blootstelling in kaart te brengen: eerst de situaties in de rode cellen, dan die in de gele cellen en als laatste de stoffen/situaties in de groene cellen.

Blijft dat wel alle stoffen beoordeeld worden. In sommige situaties een gigantische klus.

 

Een andere aanpak is om per cel (risicoklasse) slechts enkele stoffen nader te bekijken op de precieze blootstellingsconcentratie tijdens het werk. Bij voorkeur worden daarbij de worst cases bekeken. Bijvoorbeeld situaties waarbij door de aard van het werk een grotere blootstelling is te verwachten (vergeleken met de andere stoffen en situaties van die risicoklasse) of stoffen met een relatief hoge vluchtigheid of hoge RIR-index (quotiënt vluchtigheid/grenswaarde), werksituaties met hogere procestemperaturen, minder goede plaatselijke ventilatie, enz.

Wanneer uit dit verdiepende onderzoek bij die geselecteerde stoffen (door meten of schattingsmethodes) blijkt dat er voor die stoffen geen nadere maatregelen nodig zijn omdat ruimschoots onder de grenswaarde wordt gebleven, geldt dat ook voor alle stoffen die in diezelfde cel (risicoklasse) zijn ingedeeld. Het aantal onderzoeken is zo sterk teruggebracht.

Overwogen kan worden uit de rode cellen relatief meer situaties/stoffen te selecteren dan uit de gele cellen. Mutatis mutandis geldt dit voor de gele cellen versus de groene cellen.

 

Een nog praktischere benadering is om te werken volgens de zogenaamde diagonaal-methode. Dit betekent dat ervan wordt uitgegaan dat voor alle stoffen/situaties die zich op dezelfde diagonaal in de risicomatrix bevinden eenzelfde risicogrootte geldt. Bijvoorbeeld de stoffen in de cel ‘E Zeer groot gevaar/matige blootstelling’ zijn qua risico even groot als de stoffen in de cel ‘D Groot gevaar/Hoge blootstelling’ en ‘C Midden gevaar/Zeer hoge blootstelling’.

Feitelijk betekent dit dat de risicogroottes van alle stoffen/situaties in de cellen op eenzelfde diagonaal gelijk zijn.

Dus in plaats van uit elke cel kunnen nu van elke diagonaal enkele worstcases gekozen worden voor verdiepend onderzoek. Het aantal diagonalen is 9. Dus het geheel wordt teruggebracht tot 9 risicoklassen. Ook verdient het aanbeveling van de rode diagonalen meer stoffen nader te onderzoeken dan van de gele. Mutatis mutandis geldt dit voor de gele diagonaal t.o.v. de groene diagonaal. Al met al een veel efficiëntere aanpak.

 

Slotopmerking

Wanneer bij bepaalde werkzaamheden zeer goede inperkende maatregelen worden toegepast zoals goed gevalideerde zuurkasten die op de juiste wijze worden gebruikt of handgereedschap in de bouw die op goede directe afzuiging is aangesloten, kan feitelijk de beoordeling van de blootstelling achterwege blijven. Die beoordeling heeft dan geen toegevoegde waarde. Met het gebruik van de gevalideerde werkmethode is immers geborgd dat de blootstelling acceptabel laag is.

 

Lees ook:

Gevaarlijke stoffen binnen opslaan

Opslag gevaarlijke stoffen buiten bedrijfsgebouw

Blootstellingsbeoordeling van gevaarlijke stoffen

 

Zoekwoorden: 
RI&E
Control banding
Gevaarlijke stoffen
Methode
Blootstelling
Hazard