Protocol werken bij warm weer

Print
Fysische factoren
Als in de zomer de buitentemperatuur oploopt, soms zelf tropische waarden worden bereikt en er (bijna) sprake is van een hittegolf, laaien binnen veel bedrijven steevast discussies op of het nog verantwoord is om - wel of niet aangepast aan de temperatuur - werkzaamheden te verrichten, zowel binnen als buiten. Immers kunnen door het warme weer gezondheidsklachten optreden. Dit is afhankelijk van onder meer de hoogte van de temperatuur, de tijdsduur van de hogere temperaturen, de relatieve vochtigheid, de aard van de werkzaamheden, de technische mogelijkheden binnen de gebouwen om het binnenklimaat aan te passen en verschillende persoonlijke factoren van de medewerkers.

Door pas bij het oplopen van de temperaturen deze discussies te beginnen, is men voor het treffen van bepaalde maatregelen te laat en kan het voorkomen dat door de hele organisatie heen ad hoc ongelijke maatregelen worden genomen. Bovendien geldt dat volgens de Arbowetgeving werkgever en werknemer met elkaar afspraken dienen te maken over wat wel en wat geen werkbare situatie is. Hierbij bespreken ze welke maatregelen kunnen worden genomen en welke middelen kunnen worden ingezet om het werk qua klimaat werkbaar te houden.

De diversiteit van werkzaamheden en het aantal locaties waar de werkzaamheden worden verricht (binnen – buiten) maken het moeilijk om te komen tot gelijke maatregelen die voor alle medewerkers als resultaat hebben dat er onder verantwoorde weerscondities (temperatuur en relatieve vochtigheid) kan worden (door)gewerkt. Dit verschilt per type werkplek en het soort werk. In goed onderling overleg tussen medewerkers en direct leidinggevende kan aan de hand van de hier beschreven maatregelen gekomen worden tot een optimale werksituatie afhankelijk van de individuele situatie.

Achtereenvolgens wordt ingegaan op
- Warmtebelasting van het menselijke lichaam
- Mogelijke oorzaken van warmtebelasting
- Symptomen en ziektebeelden door warmtebelasting
- De definitie van een hittegolf
- Indeling in warmteklassen
- Voorstellen voor maatregelen binnen: binnen bij temperaturen 25 – 30 0C (zomers), binnen bij temperaturen 30 – 35 0C (tropisch), binnen bij temperaturen boven de 35 0C (tropisch)
- Voorstellen voor maatregelen buiten: buiten bij temperaturen 25 – 30 0C, buiten bij temperaturen 30 – 35 0C, buiten bij temperaturen boven de 35 0C.
- Meer structurele maatregelen.
- Eigen verantwoordelijkheid van de medewerkers

Warmtebelasting van het menselijke lichaam
Het menselijke lichaam is redelijk goed in staat de lichaamstemperatuur constant te houden. In principe is werken in een warme omgeving niet schadelijk voor de gezondheid, mits de warmtebelasting niet te groot wordt. Wanneer deze wel te groot wordt, probeert het menselijke lichaam dit door de volgende twee mechanismen tegen te gaan.

·      Vasodilatatie: het verwijden van de bloedvaten onder de huid, waardoor via de huid meer warmte kan worden afgegeven. De huid krijgt een rode kleur.

·      Zweten: door verdamping van zweet wordt warmte aan het lichaam onttrokken, waardoor de temperatuur van het lichaam daalt. Dit werkt zeer efficiënt. Door het zweten gaat echter veel vocht verloren en worden tevens mineralen (zouten) aan het lichaam onttrokken. Door het verlies aan vocht ontstaat dorst. Omdat het dorstgevoel echter pas later komt dan werkelijke behoefte van het lichaam om de vochtbalans in evenwicht te houden (het ‘dorstmechanisme’ werkt met een vertraging) kan het niet tijdig aanvullen van het vochtverlies leiden tot uitdroging. Mensen met een toch al verstoorde vochtbalans door bijvoorbeeld darmproblemen (diarree), veel gebruik van alcohol, of vochtuitdrijvende medicijnen dienen extra alert te zijn op uitdroging in een warme omgeving. De mate van zweten hangt sterk af van de luchttemperatuur, de relatieve vochtigheid van de omgevingslucht en de windsnelheid.

Mogelijke oorzaken van warmtebelasting
Warmtebelasting kan in belangrijke mate veroorzaakt worden door bepaalde klimaatfactoren, zoals een hoge luchttemperatuur en een hoge stralingstemperatuur (bijvoorbeeld in een hete zomer), gekoppeld aan verminderde warmteafvoer door een hoge luchtvochtigheid, lage luchtsnelheid en isolerende kleding. Daarnaast kunnen factoren als een grote warmteproductie door grote fysieke inspanning door zwaar werk, maar ook persoonlijke factoren als conditie, leeftijd, ziekten en het gebruik van medicijnen een rol spelen. Hierbij wordt ook gedacht aan zwangeren, ouderen, mensen met hartklachten en medicijnen tegen hoge bloeddruk, CARA patiënten, chronisch zieken, etc.

Mensen met een goede conditie hebben een grotere hartcapaciteit, waardoor bij warmte-belasting het bloed beter naar de huid gepompt kan worden, met als resultaat een grotere warmteafgifte. Het lichaam van iemand met een goede conditie is bovendien meer gewend aan opwarming. Met een verhoogde leeftijd, neemt de conditie in het algemeen af en werken bovendien de zweetklieren langzamer. Zware mensen hebben meestal een slechtere conditie.

De luchttemperatuur en de relatieve vochtigheid van de omgevingslucht hebben grote invloed op de mate waarin warmte kan worden afgevoerd door middel van het zweten. Een verhoogde huidtemperatuur in combinatie met een te vochtige huid wordt al gauw als warm en onbehaaglijk ervaren.

Wanneer de regelende mechanismen van het menselijke lichaam onvoldoende effect hebben, kunnen gezondheidseffecten optreden als gevolg van een stijgende lichaamstemperatuur.

Symptomen en ziektebeelden door warmtebelasting
Achtereenvolgens kunnen bij oplopende warmtebelasting de volgende ziektebeelden ontstaan. In de praktijk is meestal sprake van een geleidelijke overgang.

·         Hitte-uitslag. Deze wordt veroorzaakt door een langdurige natte huid. Door verstopte afvoergangen van zweetklieren ontstaan kleine rode puntjes (blaasjesuitslag). Als de warmteblootstelling vermindert en de huid droog wordt gehouden, verdwijnt de uitslag weer.

·         Warmte-oedeem. Dit is een vochtophoping in de onderhuidse weefsels door overmatige vaatverwijdering.

·         Warmte collaps. Door overmatige vaatverwijdering wordt er zoveel bloed naar de huid gestuwd dat de hersenen niet genoeg zuurstof krijgen. Hierdoor ontstaat duizeligheid en hoofdpijn en kan bewusteloosheid ontstaan.

·         Dehydratie of uitdroging. Door het zweten is er meer vochtverlies dan door drinken wordt aangevuld. De kleur van de urine wordt donker.

·         Warmtekramp. Spierkrampen doordat bij het zweten teveel zout verloren is. De krampen treden meestal op in de spieren die tijdens de werkzaamheden het zwaarst belast worden (of werden).

·         Warmte-uitputting. Als gevolg van vermindering van lichaamsvocht en zouten daalt de bloeddruk en het bloedvolume.

·         Warmtestuwing oftewel een zonnesteek of hitteberoerte. De lichaamskerntemperatuur loopt op tot boven de 40 0C. De huid voelt warm en droog aan, maar heel veel zweten kan ook voorkomen. Door aantasting van het centrale zenuwstelsel kan onder andere stuiptrekking van spieren optreden, alsmede vergrote pupillen en bewusteloosheid.

Hittegolf
In Nederland is officieel sprake van een hittegolf als de maximumtemperatuur in De Bilt gedurende tenminste vijf dagen elke dag 25 graden of hoger is (zomerse dagen) en in dat tijdvak bovendien op zeker drie dagen minstens 30 graden is bereikt (tropische dagen). Een hittegolf is dus een serie van minstens vijf zomerse dagen waarvan er zeker drie tropisch zijn. Als er sprake is van een hittegolf, dan kan er een tropenrooster worden ingesteld.

Indeling in warmteklassen
Grofweg is een indeling in drie warmteklassen te maken:
1.    25-30 0C
2.    30-35 0C
3.    Boven de 35 0C

Deze indeling geldt bij gewone luchtvochtigheid. Wanneer er sprake is van een hoge luchtvochtigheid, broeierig en klam weer, dan wordt de temperatuur als extra belastend ervaren omdat het lichaam dan door transpiratie zijn warmte niet kwijt kan.

Maatregelenpakketten
Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in werk binnen en werk buiten. In onderstaand overzicht wordt per temperatuurgebied (warmteklasse) een set aan maatregelen beschreven en in kleur weergegeven. Bij oplopende temperaturen gelden bovenop de maatregen voor een lager temperatuurgebied aanvullende maatregelen. Vanwege de leesbaarheid zijn bij het hogere temperatuurgebied de maatregelen uit het lagere temperatuurgebied herhaald.

Bij hogere luchtvochtigheid (klam weer) geldt het pakket maatregelen uit een hogere klasse.

Binnen:

25 – 30 graden Celsius:

30 – 35 graden Celsius

> 35 graden Celsius (tropisch)

1) Zonwering laten zakken voordat de zon op het raam gaat staan.

1) Zonwering laten zakken voordat de zon op het raam gaat staan.

1) Zonwering laten zakken voordat de zon op het raam gaat staan.

2) Als het binnen koeler is dan buiten, dan de ramen gesloten houden.

2) Als het binnen koeler is dan buiten, dan de ramen gesloten houden.

2) Als het binnen koeler is dan buiten, dan de ramen gesloten houden.

3) Als binnen een airco of een mechanisch ventilatiesysteem (incl. koeling) aanwezig is, dan altijd de ramen (en deuren) gesloten houden.

3) Als binnen een airco of een mechanisch ventilatiesysteem (incl. koeling) aanwezig is, dan altijd de ramen (en deuren) gesloten houden.

3) Als binnen een airco of een mechanisch ventilatiesysteem (incl. koeling) aanwezig is, dan altijd de ramen (en deuren) gesloten houden.

4) Warmteproducerende apparatuur (PC’s en monitoren) zoveel mogelijk uitzetten wanneer deze enige tijd niet worden gebruikt.

4) Warmteproducerende apparatuur (PC’s en monitoren) zoveel mogelijk uitzetten wanneer deze enige tijd niet worden gebruikt.

4) Warmteproducerende apparatuur (PC’s en monitoren) zoveel mogelijk uitzetten wanneer deze enige tijd niet worden gebruikt.

5) Meer drinken.

5) Meer drinken.

5) Meer drinken.

6) Lichtere kleding dragen.

6) Lichtere kleding dragen.

6) Lichtere kleding dragen.

 

7) Zwaar fysiek werk vermijden en uitstellen tot koelere periodes.

7) Zwaar fysiek werk vermijden en uitstellen tot koelere periodes.

 

8) Eventueel extra ventilatoren plaatsen.

8) Eventueel extra ventilatoren plaatsen. Deze ventilatoren alléén gebruiken als de omgevingslucht lager is dan de lichaamstemperatuur.  

 

9) Meer drinken. Het verstrekken van ijsjes is een aardig gebaar, maar versterkt de dorst door het zoutgehalte in het ijs.

9) Meer drinken. Het verstrekken van ijsjes is een aardig gebaar, maar versterkt de dorst door het zoutgehalte in het ijs.  

 

10) Aangepast rooster (‘tropenrooster’)*  eventueel tijdelijk korter werken.

10) Aangepast rooster (‘tropenrooster’)*  eventueel tijdelijk korter werken.

 

11) Pauzeren in koelere ruimtes.

11) Pauzeren in koelere ruimtes.

 

 

12) Platte daken nathouden (alleen als  er niet plaatselijk een drinkwater  tekort is).

 

 

13) Wanneer de temperaturen zeer   hoog oplopen heeft het gebruik van  ventilatoren geen verkoelend effect   meer, maar doet geforceerde   ventilatie de temperatuur van het   lichaam nog verder oplopen.

 

 

14) Eventueel tijdelijk mobiele airco´s  plaatsen.

Buiten:

25 – 30 graden Celsius:

30 – 35 graden Celsius

> 35 graden Celsius (tropisch)

1) Aangepaste kleding dragen (geen concessies aan veiligheidskleding).

1) Aangepaste kleding dragen (geen concessies aan veiligheidskleding).

1) Aangepaste kleding dragen (geen concessies aan veiligheidskleding).

2) Niet in de volle zon werken zonder bescherming.

2) Niet in de volle zon werken zonder bescherming.

2) Niet in de volle zon werken zonder bescherming.

3) Zo min mogelijk de huid onbedekt houden.

3) Zo min mogelijk de huid onbedekt houden.

3) Zo min mogelijk de huid onbedekt houden.

4) Een cap (pet) of helm met een nekflap dragen.

4) Een cap (pet) of helm met een nekflap dragen.

4) Een cap (pet) of helm met een nekflap dragen.

5) Elke twee uur niet bedekte huid insmeren met een zonnebrandcrème (minimaal factor 10).

5) Elke twee uur niet bedekte huid insmeren met een zonnebrandcrème (minimaal factor 10).

5) Elke twee uur niet bedekte huid insmeren met een zonnebrandcrème (minimaal factor 10).

 

6) Zwaar fysiek werk slechts kortere tijd doen of het zware fysieke werk uitstellen tot koelere periodes.

6) Zwaar fysiek werk slechts kortere tijd doen of het zware fysieke werk uitstellen tot koelere periodes.

 

7) Verlagen werktempo en werkintensiteit.

7) Verlagen werktempo en werkintensiteit.

 

8) Frequent pauzeren (in de schaduw of koelere ruimte).

8) Frequent pauzeren (in de schaduw of koelere ruimte).

 

9) Zo min mogelijk in de zon werken.

9) Zo min mogelijk in de zon werken.

 

10) Gelegenheid tot vaker douchen en  omkleden bieden.  

10) Gelegenheid tot vaker douchen en  omkleden bieden.

 

11) Veel drinken.

11) Veel drinken.

 

12) Aangepast rooster (‘tropenrooster’)*;  eventueel tijdelijk korter werken.

12) Aangepast rooster (‘tropenrooster’)*;  eventueel tijdelijk korter werken.

 

 

13) Veel drinken. Het verstrekken van  ijsjes is een aardig gebaar, maar   versterkt de dorst door het zoutgehalte in het ijs.  

* Het moment van instellen van een tropenrooster kan binnen elk bedrijf zelf bepaald worden. Zo kan ervoor gekozen worden het tropenrooster in te laten gaan op de eerste dag dat de temperatuur in De Bilt boven de 25 graden is en vanaf die dag de voorspelling is dat de temperatuur in de komende aansluitende periode van 5 dagen er minimaal 3 dagen van minstens 30 graden door de KNMI wordt voorspeld. Het instellen van een tropenrooster heeft consequenties voor de aanvang en duur van de werktijd. De verantwoordelijkheid ligt bij het management van het bedrijf.

Meer structurele maatregelen

Gebouwen en de installatieve voorzieningen:
Ten aanzien van het werken binnen gebouwen, kunnen meer fundamentele maatregelen worden genomen aan de gebouwen en de installatieve voorzieningen. Deze kunnen het meest efficiënt genomen worden bij nieuwbouw en ingrijpende verbouwingen.

Voorbeelden van deze maatregelen zijn:
·         Een betere isolatie van het gebouw.
·         Zwaardere bouwmaterialen (meer massa).
·         Een goede luchtbehandelings- en koelinstallatie (airco of topkoeling).
·         Vrijkomende warmte bij de apparatuur direct afzuigen i.p.v. deze eerste in de ruimte laten verspreiden.
·         Goede, zelfregelbare zonwering en ventilatie.  
·         Zonwerend (lichtdoorlatend) glas.
·         Zonwering: buitenzonwering is effectiever dan binnenzonwering.
·         Bij de aankoop van machines en apparatuur de warmtelast (energieverbruik) laten meewegen in de keuze.

Organisatorisch en gedrag:
-       Warmteproducerende apparaten zoveel mogelijk in een aparte ruimte zetten en deze afzuigen.
-       PC’s op de powermanagementstand zetten.
-       Goed onderhoud van gebouw en installaties, met name de ventilatie-installatie, de luchtkanalen, de zonwering en eventueel de Dauerlüftungroostertjes.
-       De medewerkers instrueren in het tijdig laten zakken van de zonwering (al vóórdat) de zon op de ramen gaat staan. Dit ook in vertrekken waar geen medewerkers zijn, omdat anders vanuit die ruimtes de omliggende ruimtes worden opgewarmd.
-       Bij zeer warm weer de ramen juist niet open zetten, anders komt de lucht juist naar binnen. Hooguit kunnen de ramen wel voor zeer korte periodes open om de vertrekken even te ventileren (spuien).

Eigen verantwoordelijkheid van de medewerkers
Medewerkers houden een eigen verantwoordelijkheid. Dit houdt onder meer in dat zij zich aan de spelregels houden. Hogere temperaturen kan de medewerkers bijvoorbeeld in verleiding brengen bepaalde beschermende kleding, zoals kleding bij het grasmaaien of het dragen van zaagbroeken, niet te dragen. Als het werk door de hoge temperaturen gecombineerd met het dragen van die kleding dan fysiek te belastend zou worden, dient het werk ofwel voor een veel kortere tijd te worden verricht en mogelijk over meer medewerkers worden verdeeld, dan wel te worden uitgesteld tot later wanneer het koeler is. Géén concessies mogen dus worden gedaan aan de veiligheid door dan maar de beschermende kleding niet te dragen. Tevens dienen alle medewerkers alert te zijn bij zichzelf en bij hun collega’s op de symptomen zoals boven beschreven zijn en tijdig in te grijpen, in het bijzonder als:
-          Er sprake is van een ziekte, bijvoorbeeld suikerziekte, een hartaandoening of longaandoening.
-          De collega pas ziek geweest is en mogelijk nog niet helemaal hersteld is.
-          Er sprake is van een hoge bloeddruk.
-          Er sprake is van een zwangerschap.
-          Er sprake is van overgewicht.
-          Er sprake is van een gevoelige huid.
-          Er sprake is van medicijngebruik.
-          Er sprake is van een slechte conditie.

Ten slotte
Met het verder opwarmen van het klimaat wordt het de komende jaren ook in Nederland steeds belangrijker om voor werknemers te regelen dat bij warm weer de juiste maatregelen getroffen worden om het werken mogelijk en aangenaam te houden.

Meer weten over werken bij warm weer? Download de handige tools Maatregelen binnen werken bij warm weer en Maatregelen buiten werken bij warm weer

 

Lees ook: Toolbox werken in zon en warmte