De omgevingswet dwingt tot dialoog

Print
Opinie
Veiligheidskundigen moeten zich voorbereiden op de omgevingswet
"Je zou de omgevingswet als grote schoonmaak kunnen zien van een uitpuilende kast gevuld met op zichzelf allemaal legitieme juridische kaders en instrumenten", stelt Co Verdaas. In deze bijdrage gaat de hoogleraar gebiedsontwikkeling in op het waarom van de omgevingswet en de belangrijkste consequenties voor de praktijk van de enorme verandering die eraan zit te komen. Wees voorbereid.

De omgevingswet die naar verwachting juli 2022 wordt ingevoerd (de invoeringsdatum is al een aantal malen verschoven), is de grootste stelselherziening ooit: 26 sectorale wetten en honderden regelingen en algemene maatregelen van bestuur (AmvB’s) gaan op in een omgevingswet en 4 AmvB’s.

Waarom een omgevingswet?

Ruimtelijke ordening is het vak van het wegen van verschillende belangen. Wonen, werken, natuur, landbouw en vele andere belangen strijden in ons land om voorrang. Ruimtelijke ordening dient ertoe deze belangen op elkaar te betrekken en te vertalen in een visie, plannen en projecten. Simpel gezegd: bijna iedereen wil zich kunnen verplaatsen, niemand wil een weg door zijn tuin. Of zoals ik een oude mentor ooit hoorde zeggen: de meeste mensen willen bij de voordeur een historische binnenstad met de bijbehorende voorzieningen bij de voordeur en in de achtertuin een mooi natuurgebied. Kortom, ruimtelijke ordening is meer dan een optelsom van individuele wensen, het is de kunst om gemotiveerd tot een (politieke) afweging te komen.

Sinds 1965 doen we dat op nationaal, provinciaal en lokaal niveau met behulp van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. In de loop der jaren kregen tal van maatschappelijke belangen hun eigen wettelijk stelsel: flora en fauna, erfgoed, bodem, water, infrastructuur, et cetera. Uiteindelijk leidde dit tot een planstelsel met tientallen wetten en honderden regelingen die allemaal eisen stelden aan de inrichting van onze leefomgeving. In de praktijk leidde dit steeds vaker tot frustraties: hoge onderzoekslasten, lange en taaie procedures en vaak ondoorzichtige besluitvorming.

De Omgevingswet heeft als ambitie de vele belangen weer op elkaar te betrekken binnen een wettelijke kader met een beperkt aantal instrumenten. Je zou de omgevingswet ook als grote schoonmaak kunnen zien van een uitpuilende kast gevuld met op zichzelf allemaal legitieme juridische kaders en instrumenten.

 

De belangrijkste consequenties voor de praktijk

De omgevingswet zelf maakt geen politieke keuzes, die blijven voorbehouden aan Tweede Kamer, kabinet, provincies en gemeenten. Wel dwingt de omgevingswet om de uiteenlopende belangen zo vroeg mogelijk op elkaar te betrekken. Onder de omgevingswet dient straks elke gemeente te beschikken over een omgevingsplan voor het gehele grondgebied. Nu hebben de meeste gemeenten vaak nog tientallen bestemmingsplannen.

Criticasters van de omgevingswet wekken soms de indruk alsof onder de omgevingswet alles een vrije kwestie is. Dat is geenszins aan de orde: rond externe veiligheid en vele andere belangen stelt de omgevingswet wel degelijk een aantal eisen en randvoorwaarden. In deze beknopte bijdrage is het onmogelijk de juridische consequenties nader toe te lichten en de instrumenten onder de omgevingswet gedetailleerd te beschrijven. De kern is dat gemeenten in het omgevingsplan regels moeten opnemen rond externe veiligheid en in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan maatregelen die een initiatiefnemer van een risicovolle milieubelastende activiteit moet toepassen. Bijvoorbeeld voor activiteiten met gevaarlijke stoffen, met vuurwerk, met ontplofbare stoffen voor militair of civiel gebruik of windturbines. Ook blijft een aantal risicovolle milieubelastende activiteiten vergunningsplichtig. Beoordelingsregels daartoe staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor wie verder de diepte in wil, verwijs ik graag door naar https://iplo.nl/thema/externe-veiligheid/hoofdlijnen/

Voor de duizenden professionals is het ongetwijfeld schrikken en wennen aan de nieuwe werkelijkheid. Als vuistregel zou ik willen meegeven dat het zaak is straks belangen rond (externe) veiligheid zo vroeg mogelijk op tafel te leggen en deze te plaatsen in het perspectief van de bredere afweging die een college of gemeenteraad nu eenmaal heeft te maken. De dialoog aan de voorkant met tal van experts die allemaal hun eigen belang op tafel leggen, zal daarbij aan belang winnen. In jargon: van een reactieve rol wordt een meer pro-actieve opstelling gevraagd. Hoe het precies uitpakt weet nog niemand, maar ik zie het vooral als een kans om kennis en ervaringen vroegtijdig in te brengen.

 

Co Verdaas, hoogleraar gebiedsontwikkeling TU Delft en dijkgraaf Waterschap Rivierenland