Risicoperceptie: werkelijke en ervaren risico’s
In een reeks artikelen besteden wij aandacht aan enkele veiligheidskunde modellen of principes (denkplaatjes). Het idee hiertoe is afgeleid van de bekende veiligheidskundige Walter Zwaard, die hierover ook een boek heeft geschreven.
Zwaard geeft expliciet aan, dat het werken met modellen en plaatjes voordelen heeft: ze vergemakkelijken vaak de communicatie en schetsen soms ook een breder beeld dan voor slechts één specifieke situatie.
Nadeel van denken in modellen is dat deze ook blikvernauwend kunnen werken en een te grote afstand kunnen hebben tot bepaalde praktijksituaties.
Risicoperceptie: echte en ervaren risico’s
In de praktijk kunnen tal van maatregelen genomen zijn om de risico’s acceptabel klein te krijgen. Conform de arbeidshygiënische strategie zijn de zogenaamde collectieve technische maatregelen in en om de bron en aanvullende organisatorische maatregelen genomen. Via een tweede risicobeoordeling is daarna opnieuw vastgesteld hoe groot het resterende risico is. Daaruit kwam dat de risico’s acceptabel klein geworden zijn.
Niettemin kunnen de medewerkers zich toch grote zorgen maken over deze risico’s.
Experts en leken/medewerkers/publiek verschillen namelijk in hun beleving van risico’s.
Experts evalueren kwantitatief. Leken (=werknemers) evalueren meer intuïtief. Medewerkers beleven de risico’s vaak anders en blijven zij zich zorgen maken.
Een voorbeeld
Binnen een bedrijf bleken enkele medewerkers gedurende een aantal weken dagelijks kortstondig te zijn blootgesteld aan asbest. Zij moesten regelmatig op een zolder een aantal spullen brengen en halen.
Bij een servicebeurt aan de cv-installatie daar, merkte de onderhoudsmonteur op dat er gebroken platen op de vloer lagen die op asbest leken. Op basis van zijn melding hierover werd dit materiaal nader onderzocht en werden er veegmonsters en luchtmonsters genomen. Uit de analyse bleek dat het daadwerkelijk om asbest ging, zowel witte als blauwe en bruine asbest.
Dit werd in alle openheid gecommuniceerd naar de medewerkers, waarop paniek ontstond. Vervolgens is bij hen geïnventariseerd hoe vaak en hoe lang zij op die zolder zijn geweest en welke werkzaamheden zij daar hebben verricht. Op basis van die gegevens en de resultaten van de luchtmetingen is een berekening gemaakt van hun blootstelling.
Onderzoek
Vergeleken met statische epidemiologische gegevens bij het RIVM kon daarop geconcludeerd worden dat het extra sterfterisico bij de betreffende medewerkers verwaarloosbaar klein was. Een voorlichtingsbijeenkomst werd gehouden voor het personeel waarin dit alles werd besproken en werd aangegeven dat de gelopen risico’s zeer klein geweest waren.
Medewerkers kunnen dit echter anders zien. Zij zien risico’s hetzelfde als gevaren. Zij weten dat asbest zeer gevaarlijk is. Immers blootstelling aan één enkele vezel kan al longkanker of mesothelioom (longvlieskanker of buikvlieskanker) veroorzaken.
Maar zij realiseren zich daarbij niet dat de kans op mesothelioom door inademing van één asbestvezel 10 tot de macht min 18 is (10-18). Dus feitelijk net zo klein als dat iemand spontaan gaat zweven en een reis naar Mars begint en halverwege die reis iemand tegenkomt die op terugreis is (bron: Hero Bakker Erasmus universiteit).
Kleine kans
Je kunt het ook vergelijken met deelname aan een grote loterij, waarbij er slechts één prijs is (de hoofdprijs). De betreffende medewerkers in dat bedrijf hebben enkele weken elke dag een lot gekocht van die loterij. De kans dat zij daadwerkelijk die prijs winnen, is verwaarloosbaar klein.
Dat zijn echter rationele argumenten die misschien helpen de meer gevoelsmatige risicoperceptie enigszins bij te stellen. Maar niet alle mensen laten zich daardoor overtuigen. Risico’s zijn ook vooronderstellingen of gedachtespinsels over narigheid die in de toekomst zou kunnen ontstaan. Risicoperceptie is immers van veel factoren afhankelijk.
Risicoperceptie
Tjabe Smit heeft daarover onderstaande factoren benoemd.
Veel mensen overschatten het risico als:
- De potentiële gevolgen groter zijn (vooral catastrofaal) en onherstelbaar
- De gevolgen later optreden, bijvoorbeeld bij blootstelling aan gevaarlijke stoffen die pas na jaren een gezondheidseffect veroorzaken. Medewerkers worden dus niet direct met de gevolgen geconfronteerd maar ervaren de opgelopen blootstelling als een zwaard van Damocles die voortdurend boven hun hoofd hangt en hen slapeloze nachten bezorgt. Dit is het geval bij het genoemde voorbeeld met asbest.
- De gevolgen onbekend zijn zoals bijvoorbeeld bij genetisch gemodificeerde organismen of bij nanotechnologie
- Er eerdere calamiteiten zijn gebeurd. Dit omdat we er dan blijkbaar onvoldoende controle op hebben.
- Sensorische waarneembaarheid slecht is, zoals bij radioactiviteit.
- Het risico ‘man made’ is. Als bepaalde stoffen door de mens zijn gemaakt vindt men dat vaak gevaarlijker dan zaken die toch al in de natuur voorkomen.
- De intentie schadelijk is, bijvoorbeeld wanneer criminelen een rol spelen.
- Er minder maatschappelijke voordelen zijn. Dan is de acceptie van die risico’s veel minder dan wanneer er wel grote maatschappelijk voordelen aan zitten.
- Er minder persoonlijke controle is. We kunnen de grootte van de risico’s niet zelf beïnvloeden; we hebben er onvoldoende grip op. Dan wordt men eerder bang.
- Experts elkaar tegenspreken. Dat wordt geïnterpreteerd dat er blijkbaar niet duidelijk is hoe het zit en sommige experts de zaak willen bagatelliseren.
- Er minder vertrouwen is in verantwoordelijken, zoals de bedrijfsleiding of de overheid. Mogelijk vanwege andere (commerciële) belangen.
- Er meer maatschappelijke/media aandacht is. Blijkbaar zijn de risico’s dan toch groot.
Veel van bovenstaande zaken zijn rationeel goed te weerleggen. Enkele voorbeelden:
- De persoonlijke controle. Veel mensen vinden vliegen gevaarlijker dan autorijden. Zij denken in de auto meer invloed op de risico’s te kunnen uitoefenen dan in een vliegtuig. Maar uit de statistiek blijkt dat vliegen veel veiliger is dan autorijden.
- Door de mens gemaakte stoffen vindt men gevaarlijker dan stoffen die in de natuur voorkomen. Het tegendeel is waar. Stoffen als botulinetoxine is een neurotoxine dat wordt geproduceerd door de bacterie clostridium botulinum. Difterie toxine is een krachtig gif, een exotoxine, geproduceerd door de bacterie corynebacterium diphtheriae, die de ziekte difterie veroorzaakt. Beide zijn veel giftigere stoffen dan door de mensen gemaakte toxines.
- De grote maatschappelijke/media-aandacht. Veelal hangt deze samen met het andere nieuws dat er op dat moment is of juist niet is (in komkommertijd). Dan worden onbelangrijke zaken opgeblazen om sensatie te verkrijgen. Zoals Hans Wiegel in zijn leven vaak zei over de (naar zijn mening vaak overdreven grote) krantenkoppen. "Ach, in deze krant wordt morgen de vis verpakt."
Voor sommige risico’s zijn we dus onterecht bezorgd tot overbezorgd. Maar ja, dat is risicoperceptie.
Risico’s op ware grootte inschatten
Arbodeskundigen hebben geleerd om rationeler naar deze risico’s te kijken. Om te voorkómen dat ook zij zich te veel door hun risicoperceptie laten leiden, zijn er numerieke weegmethodieken ontwikkeld zoals de risicomatrices, risicograaf, de methode van Kinney&Wiruth, de methode van Fine, Henstra, en dergelijke. Dit om de risico’s daadwerkelijk op hun ware grootte te wegen en op basis daarvan maatregelen voor te stellen om - als de risico’s als te groot worden gevonden - die te reduceren.
Wij als arbodeskundigen moeten voorkómen dat bij maatregelen te veel rekening met emoties wordt gehouden. Of zoals het heet: ‘de incident-reflex’ optreedt. In de emotie van de gevolgen van een ongeval (een ernstig gewonde of overleden collega) is men vaak geneigd zeer stoere taal te gebruiken zoals ‘dit mag nooit meer gebeuren’. Vervolgens worden vergaande en zeer dure maatregelen genomen.
Als men echter het hoofd koel had gehouden en bekeken had hoe vaak zo’n ongeval in Nederland plaats vindt en hoe groot de kans op herhaling is, dan had men dit beter niet kunnen doen en het geld en de tijd kunnen investeren in het terugdringen van veel grotere risico’s die zich echter nog niet gemanifesteerd hebben in ongevallen of ziektes. Daarin is veel meer winst te boeken.
Concluderend:
Wij moeten zowel naar de feitelijke risico’s kijken als naar de door de werknemers ervaren risico’s en met beide soorten risico’s kunnen omgaan. Niet door die de beleefde risico’s te bagatelliseren, maar om deze in de juiste banen leiden en op een goede manier de juiste middelen in te zetten om beide soorten risico’s te reduceren.


