Bedrijfshulpverlening op de (onbereikbare) bouwplaats

Print
Arbobeleid
Bouwwerken worden steeds complexer, bouwplaatsen zijn tijdelijk en situaties veranderen er voortdurend. Hoe regel je de bedrijfshulpverlening op zo´n project?

Een bouwplaats kenmerkt zich in algemene zin door het tijdelijke- en dynamische karakter. Bij het tijdelijke karakter kunnen bij de grotere (infrastructurele) projecten vraagtekens worden gezet. Als je 5 jaar of langer continu bouwt, kan je toch wel stellen dat dit nagenoeg een duurzame onderneming is. Het dynamische blijft echter altijd, geen dag is hetzelfde en diverse aannemers zijn druk doende een bouwwerk uit de grond te stampen of in de grond aan te leggen. Bouwwerken die steeds complexer worden omdat de noodzaak voor het bouwen ervan zwaar weegt of prestige een grote rol speelt. Denk maar aan de tunnels die door ruimtegebrek onder stedelijk gebied aangelegd worden of aan hoogbouw die de skyline een gezicht moeten geven.

Snelheid is belangrijk
Dit soort grootschalige en doorgaans complexe projecten herbergen ook grote risico’s. In eerste instantie wordt dan door de opdrachtgever met de potentiële aannemers afgestemd of het project technisch en financieel haalbaar is. In een later stadium komen pas de projectspecifieke uitvoeringsrisico’s aan bod die dus jaren aanwezig zijn. In de uitvoeringsfase bouwen de aannemers vervolgens met een messcherpe planning en ‘gaan als de brandweer’, want de snelheid van bouwen speelt een voorname rol. Denkend aan de brandweer, er ontstaan bij bijvoorbeeld hoogbouw diverse beperkingen voor de brandweer door het ontbreken van definitieve voorzieningen zoals communicatiesystemen, brandweerliften en overdruk in trappenhuizen. Hoe zit dat dan eigenlijk met de bedrijfshulpverlening (BHV) bij zo’n project? 

De Arbowet over BHV
Artikel 3 van de Arbowet schrijft voor dat de werkgever een arbobeleid moet voeren. Een van de verplichtingen is dat er doeltreffende maatregelen worden getroffen op het gebied van de eerste hulp bij ongevallen, de brandbestrijding en de evacuatie van werknemers en andere aanwezige personen.

In artikel 15 staat vervolgens dat de werkgever zich laat bijstaan door één of meer werknemers die door hem zijn aangewezen als bedrijfshulpverleners. Zij hebben de volgende drie taken:

  • Het verlenen van eerste hulp bij ongevallen. 
  • Het beperken en het bestrijden van brand en het beperken van de gevolgen van ongevallen
  • Het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in het bedrijf of de inrichting. 

De bedrijfshulpverleners beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, zijn zodanig in aantal en zodanig georganiseerd dat zij de bovengenoemde taken naar behoren kunnen vervullen. De basis voor het aantal BHV’ers en de minimale deskundigheid vindt de werkgever in de RI&E. Het uitgangspunt van de wet is dat de BHV’ers een voorpostfunctie bekleden en hun taken binnen enkele minuten worden overgenomen door de externe (professionele) hulpverleningsorganisaties.

Aanvullend zijn in paragraaf 3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit nog een aantal artikelen (art. 3.7 t/m 3.10) opgenomen die algemene voorschriften beschrijven met betrekking tot voorzieningen in noodsituaties. Het betreft hier vluchtwegen, nooduitgangen, brandmelding, brandbestrijding, noodverlichting en het redden van drenkelingen.

Het V&G-plan en de project-RI&E
Voor bouwprojecten moet de basis voor het opzetten van een BHV-organisatie worden gezocht in de project-RI&E. Deze project-RI&E is een onderdeel van het Veiligheids- en Gezondheidsplan ontwerpfase (V&G-plan) en brengt de projectspecifieke restrisico’s in kaart. De V&G-coördinator uitvoeringsfase heeft een belangrijke rol in het (laten) uitwerken van de noodzakelijke maatregelen voor deze restrisico’s in het uiteindelijke V&G-plan uitvoeringsfase. Tevens is hij verantwoordelijk dat er op basis van alle denkbare scenario’s op en nabij de betreffende bouwplaats een BHV-organisatie wordt opgezet en in dit V&G-plan is meegenomen.

Opzetten BHV-organisatie 
Nu is het al niet zo eenvoudig om een goed werkende interne BHV-organisatie op te zetten voor een bedrijf met een vaste structuur. Het is nog lastiger dit te organiseren voor een bouwplaats met een dynamische structuur en meerdere onder- en nevenaannemers die gelijktijdig werkzaamheden uitvoeren. Zeker als je dan bedenkt dat er nog geen vaste voorzieningen zijn -er moet immers nog gebouwd worden- en externe hulpverlenende diensten mogelijk diverse beperkingen hebben. De brandweer heeft namelijk bij bepaalde scenario’s op grotere hoogtes of diepten weinig tot geen mogelijkheden om reddingsacties uit te voeren.

Bij het tunnelboren is er slechts sprake van één uitgang. Hulpdiensten zijn zeer beperkt en kunnen bij brand weinig tot geen hulp verlenen. Heilige Barbara is de patroonheilige voor ondergrondse werkzaamheden en dient volgens Duitse traditie na inzegening de tunnelmedewerkers te behoeden voor gevaar.

Bij projecten zoals geboorde tunnels of hoogbouw ontkom je er dus niet aan hiervoor een specifiek BHV-plan op te stellen. 

Praktische invulling BHV-plan

De eerste stap bij het opstellen van een BHV-plan is het op basis van de uiteindelijke restrisico’s opsommen van denkbare scenario’s. Deze vormen de basis voor het bepalen van noodzakelijke maatregelen en het opstellen van een concept BHV-plan. De tweede stap is aan de hand van het conceptplan en de checklist overleg opstarten met een professionele hulpdienst als de brandweer. De derde stap is completering en vastleggen van het definitieve BHV-Plan. Hierna is het van belang de procedures kenbaar te maken en instructies te geven aan alle betrokkenen.

Denkbare scenario’s
Het eerste uitgangspunt voor het bepalen van een BHV-organisatie die haar taken naar behoren kan uitvoeren is het transparant maken van denkbare scenario’s op een bouwplaats. Voorbeelden van denkbare scenario’s zijn:


Grote brand wolkenkrabber Grozny april 2013

  • Brand op bouwplaats/in bouwwerk door lassen/slijpen, dakdekken, zwerfvuil en/of niet op tijd afgevoerd verpakkings- en hulpmateriaal, bekabeling, brand in nabijheid van bouwlocatie. Het is natuurlijk ook direct het meest in het oog springende scenario bij hoogbouw in uitvoering. Mogelijk honderden bouwvakkers in de problemen terwijl de brandweer eigenlijk niets rest dan op een veilige afstand kijken naar de brand omdat definitieve BHV-voorzieningen nog niet aanwezig of gereed zijn en men in deze fase de middelen niet heeft om de brand te blussen.
  • Binnenbrand/uitslaande brand bouwkeet. 
  • Explosie als gevolg van gevaarlijke dampen/gassen bij bijvoorbeeld gebruik gas- en zuurstofcilinders
  • (Verkeers)ongeval op of nabij locatie (eventueel met giftige gaswolk als gevolg).
  • Verkeersongeval met gevaarlijke stoffen op locatie.
  • Ernstige luchtverontreiniging door incident.
  • Kantelen/omvallen (groot) materieel.
  • Instorten (delen van) constructie.
  • Bedrijfsongevallen waaronder specifiek aangelijnd werken op hoogte en kraanmachinisten.
  • Vallen/wegwaaien van materiaal/personen van (grote) hoogte (inclusief jumpers).
  • Vastzitten (bouw) liften.
  • Storingen bij een gevelonderhoudinstallatie (GOI).
  • Blikseminslag met gevolg brand of letsel.
  • Wateroverlast door regen/overstroming.
  • Elektrocutie (installaties – gereedschap).
  • Stroomuitval.
  • Bommelding.
  • Actievoerders/stakingen, vandalisme. 

Afstemming openbare hulpverlenende diensten en bepalen noodzakelijke voorzieningen
Om te komen tot een op maat gesneden BHV-plan is het van belang in overleg te treden met de hulpdiensten. Het is belangrijk zo vroeg als mogelijk duidelijkheid te krijgen hoe de plaatselijke hulpdiensten zijn uitgerust, wat de mogelijkheden zijn van deze hulpdiensten, of er aanvullende verplichtingen zijn en of er extra voorzieningen getroffen moeten worden. Zeker de brandweer en specifieke afdelingen hiervan, zoals hoogteredding, moeten in het overleg worden betrokken. Daarnaast is het verstandig en vaak noodzakelijk de opdrachtgever hierbij te betrekken. De kans is namelijk groot dat een opdrachtgever het BHV-plan pas accepteert en vrijgeeft voor uitvoering, nadat de brandweer het plan heeft geaccordeerd. Het is verstandig een leidraad in de vorm van bijvoorbeeld een checklist bij het overleg te gebruiken. Op deze wijze wordt snel inzichtelijk welke voorzieningen noodzakelijk geacht worden en of het BHV-plan aansluit bij de overkoepelen crisisbeheersplan van een gemeente.

Hulpdiensten zijn beperkt in bepaalde situaties bij hoogbouw. Zelfredzaamheid van de medewerkers en de uitrusting van de BHV-organisatie moet daar dus op zijn ingericht. Bij een brand in op hogere verdiepingen (> 30 meter) kan een brandweer weinig tot niets meer uitrichten. Ook voor een kraanmachinist en een aangelijnde gevelmedewerker  moet de aannemer zelf voorzieningen treffen.

Bij hoogbouw zijn daarom de naast de algemene voorzieningen de volgende specifieke voorzieningen kenmerkend of kunnen dat zijn:

 

  • Hijsbrancard
  • Brandpompen, brandkranen (hydranten)
  • (Hoofd)afsluiters van gas, water, elektriciteit
  • Droge blusleiding (DBL) in gebouw met op elke verdieping een aansluitpunt
  • Brandbestrijding gebouwhoogte tot 20 m¹
  • Brandbestrijding gebouwhoogte van 20 m¹ tot 70 m¹
  • Brandbestrijding gebouwhoogte hoger dan 70 m¹
  • Reddings- en bergingsprocedure(s) en –routes
  • Aanwezigheid van torenkranen
  • De reguliere- of nooduitgangen; de trappenhuizen, jumplift (binnenlift), bouwlift, calamiteitenbak om meerdere personen van het dak te halen
  • Stroomvoorziening en (nood)verlichting gebouw en vluchtroutes
  • Markering verdiepingen + ontruimingsplattegrond
  • Alarmeren/communicatie via portofoon en megafoon (beperkte of geen mobiele telefooncommunicatie mogelijk op grote hoogte en in een kern of kelder van een gebouw.)
  • Inzetten van volledig uitgeruste brandwachten

Opmerkingen en aanvullingen dienen te worden verwerkt in het concept BHV-plan en eventueel in de checklist.

Definitieve BHV-plan
Voor het opzetten van een BHV- of ontruimingsplan zijn voldoende formats beschikbaar. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de NEN-4000:2008 of de opzet uit het Arboinformatieblad 10.

Van belang is om minimaal de volgende inhoudsopgave in het plan te verwerken:

  1. Projectorganisatie
  2. BHV-organisatie
  3. Voorzieningen EHBO en brandbestrijding
  4. Reddings- en bergingsprocedures en routes
  5. Scenario’s en handelswijze naar aanleiding van scenario’s
  6. Ontruiming bouwterrein
  7. Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijding Procedure (GRIP)

Door het dynamische aspect van het bouwproces is het aan te bevelen om in bijlagen van het plan de documenten en instructies zoals tekeningen, alarmkaarten, telefoonlijsten, procedures, et cetera op te nemen.

De BHV-organisatie in de praktijk
Hoeveel BHV’ers en overige personen met deeltaken (bijvoorbeeld ontruimers, opvang hulpdienst, begeleiding hulpdienst naar locatie ongeval, et cetera) er nodig zijn, is afhankelijk van meerdere factoren en kan verschillen per project. Bij projecten van deze omvang is het zeker noodzakelijk een hoofd-BHV´er aan te stellen. Hij of zij stuurt de BHV-organisatie aan, is de persoon die tot de komst van de professionele hulpdiensten beslissingen neemt, is het aanspreekpunt voor de hulpdiensten bij een incident en houdt het BHV-plan ‘levend’ gedurende het bouwproces. Zowel het verloop van personeel als het bouwproces zelf heeft hier invloed op.

Bij deelopleveringen vertrekken aannemers en daardoor ook mogelijk BHV’ers. 

Enkele voorbeelden/aandachtspunten bij (nieuwe beperkingen/mogelijkheden) door het bouwproces kunnen zijn:

  • Geen bouwliften meer (was, uitgezonderd aantal brandscenario’s, een extra vluchtweg)
  • Geen torenkranen meer (alarmsirenes/gebruik calamiteitenbak)
  • Gesloten trappenhuizen/verdiepingen (beperking communicatie)
  • Noodbrug tussen torens
  • Trappenhuis niet rookvrij (overdrukinstallatie niet gebruiksklaar)
  • Gevel volledig dicht (was natuurlijke ventilatie)
  • Afgesloten ruimten/sleutelbeheer niet in orde
  • Testfase of ingebruikname definitieve voorzieningen zoals
    -       brandpomp- en sprinklerinstallatie
    -       brandweerlift
    -       brandmeldinstallatie (BMI)
    -       portofoonsysteem C2000

Noodbrug  “De Rotterdam” om vluchten van de ene toren naar de andere mogelijk te maken

Het actueel houden van het plan kan onder meer door gedurende alle bouwfasen structureel overleg met de interne BHV-organisatie te voeren, oefeningen te houden en daadwerkelijke voorgevallen incidenten waarbij inzet van de interne BHV-organisatie en eventuele externe hulpdiensten noodzakelijk is, te evalueren.

 

Brandwachten in actie op het dak van ‘De Rotterdam’ tijdens een oefening

Morgen is nooit hetzelfde als vandaag in de bouw.

Bekijk hier de handige checklist BHV-plan op de bouwplaats