Werken in slecht weer in bouw en infra: wat zijn de regels?

Print
Arbobeleid
regels werken in slecht weer in bouw en infra
Werknemers in de bouw, infra of groenvoorziening krijgen regelmatig te maken met ongunstige weersomstandigheden. Zeker in de herfst en winter als er regen, mist, hagel, vorst en sneeuw in de lucht zit. Waar de één zich na drie druppels al terugtrekt in de keet, trekt de ander nog niet eens een regenjas aan. Een duidelijk verschil in cultuur of beleving, maar wat is juist?

Werknemers in de bouw, infra of groenvoorziening krijgen regelmatig te maken met ongunstige weersomstandigheden. Zeker in de herfst en winter als er regen, mist, hagel, vorst en sneeuw in de lucht zit. Waar de één zich na drie druppels al terugtrekt in de keet, trekt de ander nog niet eens een regenjas aan. Een duidelijk verschil in cultuur of beleving, maar wat is juist?

Arbobesluit

Op grond van het Arbobesluit moet de werkgever er voor zorgen dat het werkklimaat:

  • geen schade veroorzaakt aan de gezondheid van werknemers;
  • zoveel mogelijk behaaglijk en gelijkmatig is. Aard van de werkzaamheden en fysieke belasting zijn aspecten waar rekening mee moet worden gehouden;
  • geen hinderlijke tocht veroorzaakt.

Het KNMI geeft een waarschuwing uit wanneer het weer om extra oplettendheid vraagt. Daarbij worden verschillende fasen onderscheiden:

Code groen: er is geen bijzondere waakzaamheid wat het weer betreft.

Code geel: het weer is potentieel gevaarlijk. De weersomstandigheden zijn niet uitzonderlijk, maar wees voorzichtig indien je activiteiten gaat uitoefenen die door het weer een risico kunnen inhouden. Blijf op de hoogte van de verwachte meteorologische omstandigheden en neem geen risico’s als je deze kunt vermijden.

Code oranje: het weer is gevaarlijk. Er worden ongewone meteorologische omstandigheden verwacht. Schade en ongevallen zouden kunnen optreden. Wees erg waakzaam en informeer je regelmatig en nauwgezet over de verwachte meteorologische omstandigheden. Wees op je hoede voor gevaren die mogelijk onvermijdelijk zijn. Volg elk advies van de bevoegde instanties.

Code rood oftewel weeralarm: Het weer is erg gevaarlijk. Bijzonder intense meteorologische omstandigheden worden verwacht. Grote schade en ongevallen over een groot oppervlakte zijn heel waarschijnlijk, vaak ook met een risico voor lijf en leden. Blijf constant en in detail op de hoogte van de meteorologische verwachtingen en van de risico’s. Volg onder alle omstandigheden de raad en opdrachten van de autoriteiten op, wees voorbereid op buitengewone maatregelen. 

Een weeralarm wordt zo mogelijk vanaf 48 uur tevoren voorafgegaan door een waarschuwing. In de periode vanaf 24 uur voorafgaand aan een eventueel Weeralarm wordt, bij 60% zekerheid dat de verwachte weersituatie optreedt, een waarschuwing voor extreem weer uitgegeven. Het Weeralarm wordt op zijn vroegst 12 uur van te voren uitgegeven en dan alleen wanneer het vrijwel zeker is (kans van 90%) dat de verwachte weersituatie optreedt.

Het weeralarm geldt alleen als bepaalde weersomstandigheden op grote schaal optreden. Het weeralarm kan gelden voor het hele land maar ook regionaal voor bepaalde provincies.

Een weeralarm wordt afgegeven door het KNMI voor:

  • Gladheid door ijzel, ijsregen of sneeuwval (minstens 3 cm per uur of minstens 10 cm in 6 uur)
  • Driftsneeuw (met een gem. snelheid van > 40 km/uur, windkracht 6 of meer)
  • Onweer (minstens 500 ontladingen in 5 minuten)
  • Regen (minstens 75 mm in 24 uur)
  • Windstoten (minstens 100 km/uur, aan de kust in de winterperiode (van november tot en met april, tenzij het bladseizoen aanleiding geeft hiervan af te wijken) minstens 120 km/uur).

Indien het klimaat schade aan de gezondheid kan veroorzaken moet de werkgever doeltreffende maatregelen treffen. Bronbestrijding is vaak niet mogelijk. Immers op de ongunstige weersomstandigheden hebben wij geen invloed. Collectieve maatregelen als de duur van het werk beperken of het werk af te wisselen met een tijdelijk verblijf in een afgeschermde behaaglijk klimaat zijn opties. De juiste persoonlijke beschermingsmiddelen afgestemd op de weersomstandigheden behoort eveneens tot een mogelijke oplossing.

Bouw-cao en slecht weer

In de bouw-cao staat onder andere aangegeven:

Artikel 73: Regeling bouwplaatswerknemers ten aanzien van werk en arbeidsverhindering bij vorst en andere ongunstige weersomstandigheden

1. De werkgever beoordeelt in redelijk overleg met de betrokken werknemers, waarbij zowel het bedrijfsbelang als de veiligheid en gezondheid van de werknemers in acht worden genomen, wanneer en hoe lang als gevolg van ongunstige weersomstandigheden of te weinig licht niet kan worden gewerkt. Indien geen overeenstemming tussen werkgever en werknemer bestaat, gelden de volgende bepalingen.

2. De werknemer heeft tijdens vorst bij buitenwerkzaamheden waarbij hij direct aan de buitenlucht is blootgesteld, het zelfstandig recht zijn werkzaamheden te staken, indien sprake is van één of meer van de navolgende omstandigheden:

a. een gevoelstemperatuur van -6° Celsius of lager. Hierbij geldt niet de voorwaarde dat sprake moet zijn van vorst;
b. rijwegen dan wel looppaden niet in begaanbare staat verkeren;
c. geen winter-/doorwerkkleding ter beschikking is gesteld;
d. er een sneeuwdek op het werkobject/de werkplek ligt dat niet met eenvoudige middelen is te verwijderen.

5. Weersomstandigheden, waaronder of ten gevolge waarvan niet of minder kan worden gewerkt, zullen geen reden zijn tot korting van loon of het geven van ontslag. Een vóór deze arbeidsverhindering aangezegd ontslag, dan wel een ontslag dat voortvloeit uit het verstrijken van de termijn waarvoor de arbeidsovereenkomst is aangegaan, wordt hierdoor echter niet opgeschort.

11. Bij arbeidsverhindering door te weinig licht, mist, regen, wind, vorst of uitzonderlijk hoge of lage waterstand zullen de niet gewerkte uren als arbeidsuren worden beschouwd. 

12. Bij arbeidsverhindering als gevolg van uitzonderlijk hoge of lage waterstand geldt dit slechts over de werkdag waarop de arbeidsverhindering ontstaat.

Risico’s voor medewerkers

Wat zijn zoal de risico’s waar medewerkers onder deze omstandigheden mee te maken kunnen hebben?

  • onderkoeling van het lichaam (hypothermie);
  • mogelijke bevriezing van lichaamsdelen bij hoge windsnelheden en lage temperaturen (zie tabel 1);
  • verminderde weerstand tegen ziekte.

Het menselijk lichaam streeft er naar een stabiele lichaamstemperatuur van ongeveer 37 graden Celsius te handhaven door een evenwicht tussen de warmteproductie van het lichaam en het warmteverlies aan de omgeving. Dit warmteverlies wordt koudestress genoemd.

De belangrijkste factoren bij het ontstaan van koudeletsel zijn de omgevingstemperatuur en de windsnelheid. De term “Wind Chill” wordt gebruikt voor het (sterk) koelende effect van een lage temperatuur in combinatie met bewegende lucht. Aan dit aspect moet aandacht worden besteed bij een temperatuur ≤ 2 graden Celsius. In onderstaande tabel is de windchill-factor berekend.

Tabel 1 (bron KNMI)

Onderkoeling en bevriezing van lichaamsdelen kunnen leiden tot een verminderde handvaardigheid. Daarnaast heeft dit invloed op de bewegingsfunctie van het lichaam. Vallen (van hoogte) vanwege onvoldoende grip bij klimmen en dalen, maar ook uitglijden of struikelen zijn risico’s die op de loer liggen.

Ook arbeidsmiddelen kunnen door ongunstige weersomstandigheden leiden tot gevaarlijke situaties of ongevallen. Extreme kou geeft bijvoorbeeld kans op storingen van beveiligingen en bedieningsschakelaars.

Tips of te nemen voorzorgsmaatregelen bij (werken in) slecht weer

  • Het in begaanbare staat houden van rijwegen en looppaden op en om het bouwterrein.
  • Het vorstvrij aanleggen van bouwwaterleidingen.
  • Het vroegtijdig isoleren van tappunten.
  • Het beschermen van arbeidsmiddelen om storingen van beveiligingen en bedieningsschakelaars te voorkomen.
  • Het vorstvrij opslaan van bouwmaterialen die verwerkt moeten worden. Voorbeeld: ‘Curing compound´ is een product dat bijvoorbeeld op versgestort beton wordt aangebracht om uitdrogen (verbranden) van de toplaag te beperken. Bevroren Curing is niet meer toepasbaar.
  • Het zoveel mogelijk te werk stellen van de werknemers op die plaatsen waar de minste hinder wordt ondervonden van de ongunstige weersomstandigheden. In het algemeen dienen zodanige maatregelen getroffen te worden dat de werknemers in hun werk zo min mogelijk door ongunstige weersomstandigheden belemmerd worden.
  • Verstrekken van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen afgestemd op de werkzaamheden en voorzieningen treffen voor het drogen van nat geworden kleding.
  • Bij een temperatuur van ≤ 4 graden Celsius wordt aangeraden beschermende kleding tegen kou te dragen.
  • Bij een temperatuur van ≤ 2 graden Celsius wordt aangeraden natte kleding direct te vervangen voor droge kleding. 
  • Wanneer werk wordt uitgevoerd bij een gevoelstemperatuur van -7 graden Celsius (zie bovenstaande tabel) wordt aangeraden:

- een ruimte beschikbaar te hebben waar men zich kan opwarmen (bus, keet, gebouw, etc.). Hiervan dient regelmatig gebruik te worden gemaakt.

- Bij klachten als ernstig beven, sufheid, geïrriteerd zijn, en/of euforie, dient direct naar bovengenoemde ruimte te worden gegaan. De bovenste laag kleding moet worden uitgetrokken. Indien resterende kleding nat is, moet deze worden vervangen voor droge kleding.

- Er moet voldoende gedronken worden om uitdroging te voorkomen. De inname van koffie of andere cafeïne houdende dranken moeten worden beperkt in verband met de vochtafdrijvende werking en de invloed op de bloeddruk.

- Bij het werken met vloeistoffen moet voorkomen worden dat kleding nat wordt en de huid in contact komt met de vloeistof.

  • Wanneer werk wordt uitgevoerd bij een gevoelstemperatuur van -12 graden Celsius wordt het volgende aangeraden:

- Minimaal met 2 personen werken.

- Het werktempo moet zodanig zijn dat hevig zweten voorkomen wordt. Als er sprake is van zwaar werk moeten rustperiodes in een verwarmde ruimte worden ingebouwd en moet er een mogelijkheid om droge kleding aan te trekken.

- Van medewerkers die niet geacclimatiseerd zijn zal niet geëist worden dat zij de eerste dagen full-time aan het werk gaan totdat ze gewend zijn aan de omstandigheden.

- Het werk moet zodanig worden georganiseerd dat langdurig stil zitten of staan zoveel mogelijk wordt beperkt.

- Onbeschermd contact met metaal moet worden voorkomen.

  • Altijd zorgdragen voor een goede verlichting van bouwterrein en werkplek, alsmede de weg ernaartoe.
  • Bij extreem weer extra controle uitvoeren op de werking van beveiligingen, bedieningsschakelaars e.d.
  • Drink tijdig warme dranken (koffie en soep) ook tussen schafttijden in en stimuleer het nuttigen van fruit.

Aanvullende tips van en naar huis met auto

  • Zorg dat de auto in goede conditie verkeert (enkele trefwoorden zijn: winterbeurt, banden(spanning), koelvloeistof/antivries, accu, verlichting, deurrubbers).
  • Handig voor in de auto: naald voor het doorprikken van de ruitensproeiers, zaklamp, gereedschap, lifehammer, veiligheidsvest (soms verplicht, ook voor andere inzittenden), zonnebril, deken en extra kleding in geval van nood.
  • Handig om mee te nemen: voldoende drinken en eten voor onderweg of bij pech, slotontdooier e.d.