Teken: een kleine kruiper met grote gevolgen

Print
Arbeidsplaatsen
Een volgezogen teek kan de ziekte van Lyme verspreiden
Het tekenseizoen is weer aangebroken. Dat betekent oppassen geblazen. Teken zijn er het hele jaar door, maar zodra de temperatuur boven de 7°C komt, worden ze actief. Daarmee groeit het risico op een beet en het overbrengen van de ziekte van Lyme. In de periode van maart tot en met oktober lopen ruim een miljoen mensen een tekenbeet op en dat aantal worden er (door de opwarming van de aarde) steeds meer. Met alle gevolgen van dien.

Je hoort er vaak over, maar ziet ze makkelijk over het hoofd: teken. Het beestje is erg klein, slechts 1 tot 3 millimeter. Het is een ‘geleedpotige’ dat lijkt op een klein, plat spinnetje. Als een teek heeft gebeten, valt het misschien niet eens gelijk op. Het oogt als een zwart puntje op de huid. Zo kunnen ze een hele tijd ongemerkt blijven zitten. Ze leven van bloed van de gastheer. Omdat de teek zich tegoed doet aan het bloed, zwelt hij na een aantal dagen op. Het bruin of grijze bolle achterlijf wordt zo groot als een erwt.  

Teken voelen zich thuis in hoog gras. Ze zitten het liefst bij bomen of struiken. Daar 'wachten' ze tot er een dier of mens voorbij komt om over te stappen. Personen die veel in deze groene omgeving verblijven of werken, hebben daarom een verhoogde kans door de beestjes belaagd te worden.

Een teek is niet zonder gevaar. Het kan de ziekte van Lyme veroorzaken. In het Amerikaanse dorp Old Lyme werd de ziekte in de jaren 70 voor het eerst ontdekt. Vandaar de naam. Pas in 1982 kwamen onderzoekers erachter dat de bacterie Borrelia burgdorferi die een deel van de teken in zich draagt, de mensen ziek maakt. Onlangs werd bekend dat ook een andere bacterie (Borrelia miyamotoi) de ziekte kan doorgeven.

Hoe word je ziek?

Een besmette teek draagt tijdens het opzuigen van bloed van de gastheer de bacterie over. De teken bijten zich vast aan de huid en via het speeksel van het beestje komt de bacterie in het lijf van de mens terecht. Hoe langer de kruiper in de huid vastzit, hoe groter het risico. Als de teek binnen 24 uur op de goede manier wordt verwijderd, is de kans op de ziekte van Lyme zeer klein (maar niet onmogelijk).

Alleen het diertje kan de ziekte doorgeven. Er is geen kans op mens-mens besmettingen.

Niet iedereen krijgt na een beet van een 'verkeerde' teek ook Lyme. Vaak maakt het menselijk lichaam de bacterie onschadelijk met het eigen afweermechanisme. Bij elke nieuwe beet loop je opnieuw het risico om besmet te raken. Je kunt niet immuun worden.

Het aantal geïnfecteerde teken dat ergens leeft, hangt af van een aantal factoren. Het gebied, de begroeiing, het aantal besmette knaagdieren (die als gastheer voor de bloedmaaltijd op hun beurt de bacterie aan de teek overbrengen) en de tekendichtheid zijn bijvoorbeeld van invloed. In Nederland draagt volgens het RIVM gemiddeld één op de vijf teken (20 procent) de ziekmakende bacterie Borrelia burgdorferi.

  • Elk jaar worden op de wereld ruim 1 miljoen mensen door een teek gebeten. Met de toenemende opwarming van de aarde, is de verwachting dat dit aantal zal toenemen. Ongeveer 2 op de 100 mensen krijgen de ziekte van Lyme na een tekenbeet, circa 20.000 patiënten per jaar. De aard en de ernst van de klachten zijn verschillend. Verreweg de meeste mensen die Lyme oplopen, krijgen een kenmerkende ring of vlek bij de plek van de tekenbeet, maar dit hoeft niet.
  • Jaarlijks krijgen nog eens 1200 tot 1500 mensen gewrichts-, huid, zenuw- of hartklachten door de ziekte van Lyme.
  • Van de 20.000 patiënten houden naar schatting 1000 tot 2500 mensen per jaar langdurig klachten.

Het RIVM pleit gezien de grote impact voor een vaccinatie tegen Lyme, maar er bestaat nog geen vaccin. ,,De toename van de ziekte in de laatste decennia, de ernst van de ziekte en de daarmee gepaarde hoge maatschappelijke (inclusief medische) kosten, vragen om een adequate aanpak om de ziekte te bestrijden", schrijft het instituut op zijn website.

Gebeten en wat dan?

Tekenradar zegt hierover: ,,Een klein rood plekje op de plaats van de tekenbeet is een normale huidirritatie. Wordt dat plekje niet groter en verdwijnt het binnen enkele dagen weer, dan is de kans zeer klein dat er echt iets aan de hand is. Wordt de plek echter groter en ring- of vlekvormig, dan kan er wel iets aan de hand zijn en is het verstandig een huisarts te raadplegen."

Drie dagen tot drie weken na besmetting ontstaat deze rode ring die groter wordt (erythema chronicum migrans) rond de plaats van de tekenbeet. Hoewel niet iedere geïnfecteerde persoon de kenmerkende ring- of vlekvormige uitslag (erythema migrans)  krijgt, is dit wel vaak het eerste signaal van de ziekte van Lyme. In de verschijnselen zijn drie stadia te onderscheiden:

  • Eerste stadium: moeheid, hoofdpijn, lichte koorts, spierpijn en gezwollen lymfeklieren. Soms blijkt dit eerste stadium lastig te bepalen. Dit maakt het stellen van de juiste diagnose alleen maar moeilijker.
  • Tweede stadium: enkele weken of maanden na het eerste ziekteproces gaat de infectie over in het tweede stadium. Hierin krijgt de patiënt vooral last van allerlei klachten in het zenuwstelsel.
  • Het derde stadium komt pas maanden of zelfs jaren daarna tot uiting in gewrichtsontsteking en de ziekte van Pick-Herxheimer (een huidaandoening rond de vingers). Er ontstaan soms ernstige symptomen aan huid, zenuwstelsel, gewrichten of hart. Behalve bovengenoemde aandoeningen zijn er ook nog de langdurige klachten, zoals vermoeidheid, pijn en concentratiestoornissen. 

Welke klachten iemand in dit laatste stadium krijgt, verschilt per persoon. Aandoeningen aan de zenuwen komen het meest voor. Dit kan zenuwpijn of -uitval op verschillende plaatsen in het lijf tot gevolg hebben. Voorbeelden zijn verlamming van de gezichtsspieren of pijn en krachtsvermindering aan een arm of been. Ook kunnen mensen gewrichtsklachten, huidaandoeningen of hartritmestoornissen krijgen.

Het is dus belangrijk de plek van de tekenbeet een aantal maanden goed in de gaten te houden. Uiteindelijk verdwijnt de ring of vlek vanzelf. Dit hoeft niet te betekenen dat de bacterie weg is. De bacterie kan in het lichaam aanwezig blijven en ook later schade aanrichten. Soms kunnen mensen besmet raken met de bacterie zonder dat ze een rode ring of vlek hebben gezien.

Alertheid is geboden. Het is belangrijk om contact op te nemen met de huisarts bij onder meer een verkleuring van de huid, koorts, spier- en gewrichtsklachten en hartproblemen. Zowel de vroege als de latere stadia zijn te behandelen met antibiotica, maar in een later stadium kan al wel schade zijn ontstaan door de ontsteking. 

Maatregelen, voor- en achteraf

Mensen die veel in het groen werken, kunnen zichzelf beschermen door de volgende  preventieve maatregelen te nemen: 

  • Zo veel mogelijk op de paden blijven en dichte begroeiing en struikgewas vermijden. 
  • Dichte kleding, lange mouwen en broekspijpen. Broekspijpen in de sokken.
  • Bij voorkeur licht gekleurde kleding dragen omdat daarom teken beter te zien zijn. 
  • Te overwegen valt kleding te dragen die geïmpregneerd is met het insectenwerende middel Permetrine of de kleding in te bespuiten met DEET. Soms kan er echter weerstand zijn om met die insectenwerende middelen te gaan werken omdat die stoffen bepaalde gezondheidseffecten op langere termijn op de mens kunnen hebben.

Het dragen van tekenwerende kleding sluit overigens beten van de teek niet uit, maar maakt de kans hierop kleiner. Controle van het lichaam na afloop van de werkzaamheden in het groen blijft dus noodzakelijk. Feitelijk is dat de belangrijkste en meest effectieve maatregel.

  • Teken kunnen overal op het lichaam bijten, maar hebben voorkeur voor de liezen, knieholtes, oksels, bilspleet, de randen van het ondergoed, achter de oren en rond de haargrens in de nek. Vooral bij kinderen ook op het hoofd, achter de haargrens en achter de oren controleren.
  • Een teek is erg klein. Gebruik zo nodig een vergrootglas en een spiegel voor plekken die zelf moeilijk gezien kunnen worden of vraag iemand anders te helpen.
  • Controleer ook de kleding. Haal teken weg die op de kleding zitten. Zitten ze vast, was dan de kleding minimaal 30 minuten op 60 graden of stop het in de wasdroger. 
  • In werksituaties waarbij medewerkers regelmatig in het ‘groen’ werken, is het plaatsen van enkele douches waarin op de wanden spiegels zitten een goede maatregel. Dan kan de werknemer zichzelf goed controleren na afloop van het werk. Werkgevers moeten dan het douchen wel verplicht stellen en ook regelen dat de kleding goed wordt gecontroleerd voordat mensen deze na het douchen weer aantrekken. Voorkomen moet worden dat teken in de kleding mee naar huis worden genomen.

Wanneer toch een teek is aangetroffen dan als eerste de teek met bijvoorbeeld een speciale tang of puntig pincet in één keer verwijderen. Pak de teek zo dicht mogelijk op de huid bij de kop vast en trek hem er langzaam uit. Als er een stukje van de kop in de huid achterblijft, is dat ongevaarlijk. Bij het uittrekken de teek niet draaien of pletten. Smeer of sproei niets (alcohol, jodium) op de teek en bewerkt het niet met vuur (aansteker). Hierdoor wordt de teek onwel en braakt zijn maagdarminhoud in de huid uit en wordt het risico op besmetting juist groter. Ontsmet het beetwondje.

Tekentests

  • Het is mogelijk om door middel van (bloed)testen aan te tonen of een persoon antistoffen heeft ontwikkeld tegen Lyme. Het kwaliteitsinstituut voor de zorg CBO heeft een Lyme-richtlijn (CBO, 2013) opgesteld waarin ook wordt ingegaan op het nut van lymetesten. Geconcludeerd kan worden dat lymetesten niet zinvol zijn als ze eenmalig op een individuele basis worden uitgevoerd. Lymetesten zijn wel zinvol als ze jaarlijks voor groepen medewerkers worden uitgevoerd. Het aanbieden van die testen dient in nauw overleg met de bedrijfsarts te worden uitgevoerd. Verder is het belangrijk de huidige ontwikkelingen van lymetesten goed bij te houden. Momenteel vinden diverse onderzoeken plaats naar meer betrouwbare testen.
  • Het is mogelijk om teken op te sturen naar het RIVM. Na ongeveer drie maanden geeft het RIVM de uitslag of de teek besmet is met Lyme of niet. Het opsturen van teken is van belang om de landelijke verspreiding van Lyme bij teken vast te stellen. Indien een teek besmet is, wil het nog niet zeggen dat de medewerker die door dit beestje is gebeten ook besmet is geraakt. Met andere woorden: het opsturen van teken heeft voor de betreffende medewerker zelf geen direct nut. Immers wanneer de teek snel genoeg is verwijderd is de kans op besmetting klein.

Arbowet

De wetgeving heeft geen expliciete regelgeving over Lyme. Wel geldt de algemene verplichting werknemers een veilige en gezonde werkomgeving te bieden. Artikel 3 van de Arbowet zegt hierover: "De werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden."

Bovendien geldt de verplichting (Arbobesluit art. 4.85) ten aanzien van biologische agentia de aard, de mate en de duur van de blootstelling te beoordelen om het gevaar voor de werknemer te kunnen bepalen. Tenslotte moet de werkgever de medewerkers arbeidsgezondheidskundig onderzoek aanbieden (Arbowet art. 18).

Andere ziektes:

Teken kunnen niet alleen Lyme, maar ook andere ziekten overdragen zoals tick-borne encephalitis virus (TBEV); bekend als FSME Früh Sommer Meningo Encephalitis dat hersenvliesontsteking kan veroorzaken. Ook het alfagalsyndroom kan ontstaan. Bij deze ziekte ontstaat een vertraagde allergische reactie op het eten van vlees. Diarree, huidklachten en een verlaagde bloeddruk zijn slechts enkele mogelijke klachten die hierbij optreden.

Bronnen

RIVM-site: https://www.rivm.nl/tekenbeten-en-lyme

Tekenradar: https://www.tekenradar.nl/

Arbocatalogus Sector Waterschappen, deel 5 Biologische agentia.

Arbokennisnet: dossier Lyme: www.arbokennisnet.nl/images/dynamic/Dossiers/Biologische_agentia/D_Lyme.pdf

 

Lees ook: Teek pak 'm beet