Grenswaarden voor kankerverwekkende stoffen

Print
Gevaarlijke stoffen
Kankerverwekkende stoffen maken mensen ziek of vergroten het risico op deze verwoestende ziekte. Mutagene stoffen kunnen het erfelijk materiaal beschadigen en in combinatie met andere stoffen desastreus werken. De gevaarlijke stoffen kunnen in vrijwel alle werksituaties voorkomen zoals in de industrie, bouwnijverheid, ziekenhuizen en laboratoria. Maar hoe houd je er zicht op?

 

Wij weten inmiddels dat ieder mens tijdens het leven kanker kan ontwikkelen. Zij die regelmatig met kankerverwekkende stoffen (vaak carcinogenen genoemd) in aanraking komen, lopen nog een groter risico. Daarom willen we zo snel mogelijk van deze gevaarlijke stoffen af.

Toch bestaan er grenswaarden voor deze groep van stoffen. Veel mensen zien dit als een uitweg om toch met kankerverwekkende producten te blijven moeten werken met alle risico’s die dit voor hen levert.

Geregeld wordt er over kankerverwekkende stoffen in de media bericht. Het gaat dan om de uitstoot van een fabriek of energiecentrale waarover omwonenden zich zorgen maken, besmet voedsel of een veel toegepaste witmaker die kankerverwekkende eigenschappen blijken te hebben.

Kankerverwekkende stoffen kunnen, zoals de naam al aangeeft, kanker of het risico op kanker vergroten. Mutagene stoffen kunnen het erfelijk materiaal beschadigen en in combinatie met andere stoffen kanker veroorzaken. Kankerverwekkende en mutagene stoffen komen in vrijwel alle werksituaties zoals in de industrie, bouwnijverheid, ziekenhuizen en laboratoria voor.

De mens kan dus op het werk aan verschillende kankerverwekkende stoffen worden blootgesteld. Vaak zonder dat ze het zelf weten. Als de concentraties van deze stoffen erg laag zijn, hoeft dit niet direct tot ziekte te leiden. Maar wanneer iemand jarenlang aan een cocktail van kankerverwekkende stoffen wordt blootgesteld, wordt het risico op gezondheidsklachten wel degelijk groter.

Daarom is het verstandig om te proberen goed zicht te houden op mogelijk contact met kankerverwekkende stoffen om ons heen. Maar wat zijn kankerverwekkende stoffen precies, beter gezegd, wanneer noemen we stoffen kankerverwekkend?

 

Wanneer zijn stoffen kankerverwekkend

Asbest is een kankerverwekkend materiaal, dat is vastgesteld nadat vele slachtoffers waren te betreuren die in hun eerdere leven tijdens hun werk in aanraking waren gekomen met dit materiaal. 

Veelgebruikte chemische oplosmiddelen als benzeen en acrylonitril bleken op termijn leukemie te kunnen veroorzaken bij werknemers die herhaaldelijk de damp ervan inademden.

Dat deze genoemde stoffen kanker konden ontwikkelen, was in die vroegere jaren nauwelijks bekend. Aandacht in de media, nader onderzoek in wetenschappelijke instituten brachten uiteindelijk onomstotelijk aan het licht dat er een relatie gelegd kon worden tussen blootstelling aan deze stoffen en de gezondheidsklachten.

Het spreekt vanzelf dat deze kennis gedeeld moest worden en dat deze aangevuld met nieuwe kennis moest worden. Onderzoek naar en aan kankerverwekkende stoffen kreeg op vele plekken in de wereld zo een prioriteit. De industrielanden verenigd in de OECD, de Verenigde Naties via de Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese gemeenschap - als de voorloper van de EU - realiseerden zich dat het in het belang van hun leden was om een podium voor onderzoek en overleg op dit gebied te vormen.

Belangrijk was om dezelfde taal te spreken en afstemming te bereiken. Het is nog niet lang geleden dat in het ene land een stof of product als kankerverwekkend werd aangemerkt, dat deze in het andere land giftig werd genoemd en weer ergens anders als schadelijk werd beschouwd.

Met de intrede van het zogenoemde Globally Harmonized System of Classification of Labelling of Chemicals - afgekort tot GHS - door de verenigde Naties, heeft voor het eerst een wereldwijd omvattend systeem van eenduidige indeling en aanduiding van gevaarlijke stoffen begin 21e eeuw zijn intrede gedaan. Alle groepen gevaarlijke stoffen wereldwijd onder dezelfde noemer. Alle stoffen die volgens het GHS als kankerverwekkend werden beschouwd, werden mondiaal als zodanig bekend. Om dit duidelijk te tonen, werd de verpakking voorzien van een gevaarspictogram:

GHS08 afbeelding op de verpakking van kankerverwekkende stoffen

Let op: deze afbeelding duidt op ernstig gezondheidsgevaar op de lange termijn en geldt eveneens voor producten met andere lange termijn gevaren zoals overgevoeligheid voor de luchtwegen, mutageen in de geslachtscellen, giftig voor de voortplanting, misselijkheid, verstikkingsgevaar (aspiratie) en een orgaan specifieke werking ook na eenmalige blootstelling.

In REACH, het raamwerk van gevaarlijke chemische producten in de Europese Unie, worden de kankerverwekkende stoffen in de Europese etiketteringsrichtlijn CLP onderscheiden in

- categorie 1A: bekend kankerverwekkend voor mensen gebaseerd op humane gegevens

- categorie 1B: veronderstelt kankerverwekkend voor mensen, gebaseerd op diergegevens

- categorie 2: wellicht kankerverwekkend voor mensen, onvoldoende bewijskracht voor indeling in categorie 1A of 1B.

Sommige individuele landen gingen een eigen lijst met kankerverwekkende stoffen opstellen, zo ook de Nederlandse overheid. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid publiceert jaarlijks de Nederlandse lijst van kankerverwekkende stoffen en processen. Een lijst die eveneens de lijst van Mutagene stoffen bevat en de lijst van Voor de voortplanting giftige stoffen.

Elke 6 maanden verschijnt een aangevulde lijst. De laatste lijst is 1 juli 2021 gepubliceerd in de Staatscourant. Deze originele lijst kan verder op de sites van de overheid (ministerie SZW en RIVM) en de SER geraadpleegd worden.

Ook bijlage XIII van de Arbeidsomstandigheden regeling toont deze lijst als lijst B1 en B2. Dit zijn voor Nederland primaire bronnen en dienen als eerste geraadpleegd te worden bij beantwoording van de vraag of een stof of product kankerverwekkend is. De Annex VI bij de CLP toont de Europese lijst met geharmoniseerde indeling en etikettering van gevaarlijke stoffen waaronder de kankerverwekkende.

De verplichte bijsluiter bij in de EU geproduceerde en geïmporteerde gevaarlijke chemische producten. Het veiligheidinformatieblad (VIB) dient aan te geven of de stof of het product kankerverwekkende eigenschappen heeft. In de praktijk blijkt echter dat deze bron niet altijd betrouwbaar is.   

De lijst van kankerverwekkende stoffen bevat ongeveer 500 namen van chemische stoffen waarvan bekend is dat deze stoffen kanker kunnen veroorzaken of de kans hierop vergroten.  Op de verpakking van deze producten moet een gevaarsetiket aangebracht zijn waarop het gevaarspictogram GHS08 (zie hierboven) afgebeeld is met eveneens de gevaarszin Kan kanker veroorzaken.

Kankerverwekkende en mutagene stoffen kunnen in vrijwel alle werksituaties voorkomen en het is daarom van belang voor werknemer om te kunnen weten waarmee hij of zij werkt. Datzelfde geldt voor de consument die in de supermarkt of bouwmarkt een product aanschaft. Neem even de tijd om op de verpakking te kijken of deze een gevaarsetiket bevat en in dat geval: lees het!

Voor werknemers, die met zekere regelmaat moeten werken met een kankerverwekkend product is het goed te weten dat dit nimmer een ‘normale’ situatie mag zijn. De EU, en in navolging de Nederlandse overheid, wil kankerverwekkende producten in onze leefomgeving zo veel mogelijk uitbannen. Dit betekent concreet dat er uitgangspunten gelden die gevolgd moeten worden voor de omgang met kankerverwekkende producten.

  • 1. Het 1e punt is dan het vervangen van het kankerverwekkende product door een niet-kankerverwekkend product.

Ook als het product maar weinig (vanaf 0,1% ) van een kankerverwekkende stof bevat. Dit vervangen is niet altijd makkelijk. Iemand moet de moeite van het onderzoeken nemen en het kan dan lonen. Als er geen kankerverwekkende producten in het spel zijn, is er ook geen blootstelling en geen risico. (Bronaanpak.)

Vervanging van kankerverwekkende producten is niet vrijblijvend maar een wettelijke maatregel die is opgenomen in art 4.17 van de Arbowet. Bij inspectie door de overheid dient een persoon aan te kunnen tonen dat er inspanning is verricht om het  kankerverwekkend product te vervangen en als dit niet gelukt is moet iemand kunnen uitleggen en zonodig aantonen waarom niet.

Er geldt namelijk een inspanningsveplichting!

  • 2. Het 2punt in het proces van voorkomen van blootstelling, is het werken in een gesloten systeem in de zuurkast.

Als er al met kankerverwekkende producten gewerkt moet worden, moet dit zo gebeuren dat de kans op blootstelling zo gering mogelijk is. Werken in een gesloten systeem is dan een voor de hand liggende optie. Het gaat verdamping van oplossingen tegen en zorgt ervoor dat poeders en fijnstof de atmosfeer niet kunnen besmetten. Inademing van kankerverwekkende stof kan op deze wijze worden voorkomen. In die gevallen waarbij het gesloten systeem geopend moet worden, zoals bij ingrepen in het proces, dient iemand zich wel te beschermen tegen mogelijke blootstelling. (Scheiden van de mens.)

  • 3. Punt 3 gaat gelden wanneer werken in een gesloten systeem niet gerealiseerd kan worden. In dat geval moet er afzuiging aan de bron toegepast worden vergezeld van inlaat van schone lucht.

Deze lucht moet aantoonbaar schoon zijn, dat wil zeggen gezuiverd van eventuele verontreiniging. Betreft het gerecirculeerde lucht, dat wil zeggen lucht uit de werkruimte zelf, dan moet je zorgen dat deze lucht niet meer dan 10% van een eventuele grenswaarde van de stof bevat en dan enkel indien in die werkruimte al gewerkt wordt met die stof.

Wanneer blootstelling kan plaatsvinden via andere wegen dan inademing, dan moet de werkende mens en de vervuilende bron (zoveel mogelijk) gescheiden worden. Dit kan door organisatorische maatregelen, bijvoorbeeld door aanpassing van het werkproces of de blootstellingstijd te reduceren.

Wanneer al deze stappen een blootstellingsrisico niet kunnen uitsluiten, dan pas mag overgegaan worden tot het 4e en laatste punt

  • 4. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM).

Dit is echter niet meer dan een tijdelijke noodoplossing en ontslaat de werkgever niet van inspanningen om de preventies voor blootstelling uit de vorige stappen alsnog te verwezelijken.

Wanneer alle bovenstaande stappen onvoldoende hebben opgeleverd en blootstelling niet geheel uitgesloten kan worden, dan is er dus altijd nog enig risico op blootstelling. Ook voor deze gevallen bestaan er grenswaarden, niveaus voor blootstelling waarbij volgens de huidige inzichten geen gezondheidsschade optreedt.

 

Grenswaarden

Deze grenswaarden voor kankerverwekkende stoffen worden in Nederland vastgesteld door de Gezondheidsraad en in de EU gebeurt dit door het OSHA, het Europees agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk.

Om de betekenis van een grenswaarde goed te kunnen interpreteren, moeten we eerst een onderscheid tussen de verschillende grenswaarden voor kankerverwekkende stoffen maken. De Gezondheidsraad onderscheidt namelijk de groep van genotoxische carcinogenen en de groep van niet-genotoxische carcinogenen. Genotoxische carcinogenen kunnen schadelijke veranderingen aanbrengen in het DNA van een cel.

Dit proces kan op twee manieren optreden:

  1. door directe interactie van de stof met het DNA. eze carcinogenen worden als stochastisch aangeduid, en
  2. door indirecte interactie met het DNA, waarbij indirecte schade ontstaat. Deze carcinogenen worden als niet-stochastisch aangeduid.

 

Stochastische carcinogenen

De stochastische carcinogenen kunnen genmutaties veroorzaken waarbij chromosoomafwijkingen ontstaan die tot kankervorming kunnen leiden. Deze directe interactie waarbij het DNA kan veranderen, wordt vaak aangeduid met ‘een treffer’ of een ‘one-hit’.

Bij een laagst denkbare blootstelling kan het carcinogeen nog steeds deze treffer veroorzaken en het kankerproces op gang brengen. Theoretisch kan deze treffer al het gevolg zijn van een treffer door één molecuul, een ‘one-hit kinetiek’. De kans op zo’n voltreffer is weliswaar erg klein, maar nooit geheel uit te sluiten.

Dit betekent wel een verhoogd risico op kankervorming. De kans op het al dan niet optreden van DNA veranderingen wordt in dit geval door toeval bepaald en niet door de omvang van schade aan het DNA. Dit wordt het stochastische proces genoemd, een opeenvolging van toevallige uitkomsten.

De hierbij betrokken moleculen worden stochastische carcinogenen genoemd. Voor dit soort carcinogenen bestaat daarom geen drempelwaarde, want elke treffer kan in principe leiden tot kankervorming. Voorbeelden van dit soort carcinogenen zijn benzo[a]pyreen en methylmethaan- sulfonaat. Deze moleculen hebben een DNA-alkylerende werking.

Duidelijk mag zijn dat blootstelling aan dit soort carcinogenen zoveel mogelijk dient te worden vermeden, aangezien een kans op het ontstaan van kanker nooit valt uit te sluiten. De grenswaarden voor deze carcinogenen zijn zo vastgesteld dat het risico voor de gezondheid zo gering mogelijk blijft. Veel stoffen op de Nederlandse lijst van kankerverwekkende stoffen behoren tot de groep van genotoxische stoffen.

 

Niet-stochastische carcinogenen

De niet-stochastische carcinogenen gaan geen directe interactie aan met het DNA, maar indirect waarbij eveneens schade kan ontstaan. Ook hierdoor kan uiteindelijk kanker ontstaan.

Verschil met de directe interactie tussen molecuul en het DNA is dat voor deze niet-stochastische carcinogenen wel een veilige drempelwaarde kan worden afgeleid waaronder bij blootstelling geen risico op kankervorming bestaat.

Niet-genotoxische carcinogenen kunnen de vorming van kanker in verschillende fasen van het proces bevorderen zonder dat dit het DNA direct of indirect beschadigt. Het zijn de zogenoemde tumorpromotors. Hierbij komt het proces van kankervorming tot uiting via afwijkingen aan de cellen, in tegenstelling tot de genotoxische werking die tot uiting komt bij materiaal dat zich in het DNA bevindt.

De effecten van de werking van deze stoffen treden echter pas op wanneer een bepaald blootstellingsniveau wordt bereikt. Bij een lagere blootstelling treden ze niet op. Een drempelwaarde is daarom mogelijk voor de niet-genotoxische stoffen. Kwarts en cadmium zijn voorbeelden van dit soort carcinogenen.

 

Stappenplan om werken met carcinogene stoffen te vermijden

Werken met carcinogene stoffen moet dus vermeden worden. Althans zoveel mogelijk worden beperkt. In de praktijk lukt dit niet altijd. Wanneer dit het geval is, is het onvermijdelijk om een inschatting te maken van de blootstelling.

Hiervoor is een stappenplan ontwikkeld als instrument in de NEN 689: ‘Blootstelling op de werkplek - Meting van de inhalatieblootstelling aan chemische stoffen - Strategie om te voldoen aan de arbeidshygienische blootstellingsgrenswaarden'.

Het stappenplan is een hulpmiddel om de blootstelling te schatten, en stelt de volgende stappen voor die hier enkel in het kort worden genoemd.

 

(Stappenplan in aparte tool)

 

Schema grenswaarden carcinogene stoffen

 

Zowel NL als de EU hebben de afgelopen twee jaar nieuwe grenswaarden voor carcinogenen vastgesteld.

De EU heeft een lijst met bindende grenswaarden gepubliceerd die vanaf 11 juli 2021 in werking zijn getreden. Onder meer staat op deze lijst formaldehyde, cadmium en anorganische cadmiumverbindingen, beryllium en berylliumverbindingen alsmede arseenzuur, arseenzouten en anorganische arseenverbindingen. 

Het bindende karakter van deze waarden betekent dat de lidstaten deze waarde of een lagere nationale waarde moeten aanhouden. Voor formaldehyde geldt een tijdelijke overgangswaarde tot 11 juli 2024 voor de gezondheidszorg, de uitvaarten en de balsemingssector.

 

Uitstoot dieselmotoren

Voor Nederland is in 2020 de grenswaarde voor DME (dieselmotorenemissie) afgekondigd. Nederland heeft hierbij een strengere grenswaarde dan de afgekondigde EU-waarde.

DME is een complex mengsel dat ontstaat bij verbranding in de dieselmotor en bevat vele gezondheidsschadelijke componenten zoals fijnstof met roetdeeltjes en koolmonoxide. Het kan naast andere gezondheidsschade vooral long- en blaaskanker veroorzaken.

De genotoxische componenten in DME die een directe interactie kunnen aangaan met het DNA kennen hierbij geen veilige drempelwaarde. We moeten er daarom vanuit gaan dat elke blootstelling, hoe laag ook, een risico met zich meebrengt op het ontwikkelen van kanker.

Het ontwikkelen van de grenswaarde is er dan ook op gericht  om de kans op kanker te beperken. Bij de afleiding hiervan is het stochastische karakter, dat wil zeggen het uitgaan van risiconiveau’s, inzichtelijk aangegeven.

De Gezondheidsraad kwam in 2019 met een advieswaarde die lager ligt dan de door de EU voorgestelde waarde. Longkanker was voor de gezondheidsraad de aanleiding om uit te gaan van op risico gebaseerde risiconiveaus. De raad kwam tot een advieswaarde van

-  0,0011 microg/m3,  een streefrisiconiveau van 4 extra gevallen van sterfte aan longkanker per 40 jaar beroepsmatige blootstelling op 100.00 sterfgevallen.

- 1,03  microg/m3, een verbodsrisiconiveau van 4 extra gevallen van sterfte longkanker door 40 jaar beroepsmatige blootstelling op 1000 sterfgevallen.

Dit advies, gewikt en gewogen door de overheid, leidde tot het besluit om met ingang van 1 juli 2020 een wettelijke grenswaarde voor DME in te stellen van 0,01 mg/m3 bij een achturige blootstelling. De EU heeft een bindende grenswaarde gepubliceerd van 0,05 mg/m3 die met ingang van februari 2023 gaat gelden in de EU.

De IARC, het International Agency for the research on Cancer van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO, had DME al eerder aangemerkt als kankerverwekkend voor de mens. Zij plaatsten DME in 2014 al in groep 1 van kankerverwekkende stoffen, net als tabaksrook, kwartsstof en chroom-VI verbindingen.

DME emissies staan op de Nederlandse lijst van kankerverwekkende processen. De overstap naar duurzame energie zal een extra stimulans zijn om de verbanning van DME naderbij te brengen. Totdat deze stap voltooid is, moet de grenswaarde een drempel opwerpen tegen gezondheidsschade door DME, die velen de afgelopen decennia heeft getroffen.

 

Belang betrouwbaar onderzoek

Het belang van goede, betrouwbare bronnen om kankerverwekkende stoffen op te sporen, moge duidelijk zijn. De vraag is welke bronnen dit zijn. Belangen voor personen of instanties mogen niet de resultaten van onderzoek beïnvloeden. Het opsporen dient wetenschappelijk en objectief te gebeuren.

Veel onderzoek gebeurt in laboratoria van universiteiten, van onderzoeksinstituten en toch ook van grote chemische producenten. Al dit onderzoek moet uiteraard voldoen aan kwaliteitseisen die internationaal zijn opgesteld en breed worden onderschreven.

De OECD heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld als podium voor de belangrijkste industrielanden bij het opstellen van testen voor het vaststellen van gevaarseigenschappen van chemische stoffen.

Resultaten van onderzoek worden vaak gepresenteerd op nationale en internationale congressen en symposia en aangeboden aan wetenschappelijke vakbladen. Hier vindt vaak een toetsing plaats door (internationale) vakgenoten die de aangeboden resultaten kritisch bezien. Wanneer uiteindelijk de resultaten gepubliceerd worden, al dan niet aangevuld of aangepast, dan heet dit een peer review proces: de resultaten en conclusies zijn dan breed aanvaard en worden onderschreven door vakgenoten. Deze hebben het werk gedaan waarop vertrouwd kan worden.

 

Nuttige bronnen:

Welke bronnen zijn nuttig om te raadplegen bij de beantwoording van de vraag of een bepaalde stof of product als kankerverwekkend beschouwd moet worden? Zie onderstaande lijst:

Nederlandse bronnen

-De Sociaal Economische Raad (SER), arbeidsgrenswaarden. 

-De Gezondheidsraad

-De Nederlandse overheid: ministerie van SZW, het RIVM. 

 

Overige bronnen

-IARC (WHO), Agency for the Research on Cancer 

-INCHEM, International Peer Reviewed Chemical Safety Information (WHO/IPCS).

-International Chemistry Safety Cards (ICSC’s). 

-DFG, de Deutsche Forschungsgemeinschaft voor Duitse grenswaarden (MAK Werte) en lijst van kankerverwekkende stoffen.

-GESTIS, is de Gefahrstoffinformationssystem der Deutschen Gesetzlichen Unfallversicherung. 

-Hazardous Substance Data Bank, een Amerikaanse databank voor chemische stoffen.

-en tenslotte de agentschappen van de Europese Unie, ECHA en OSHA.

ECHA, het Europees agentschap voor chemische stoffen ontvangt alle verplicht REACH registraties van producenten en importeurs van chemische stoffen die deze op de Europese markt willen afzetten. Op basis hiervan worden de stoffen al dan niet ingedeeld in gevaarscategorieën en wordt de verplichte etikettering voor binnen de EU vastgesteld. Belangrijk is wel te weten dat de ontvangen registraties niet afzonderlijk getoetst worden. 

OSHA, het Europees agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk, stelt onder meer de Europese grenswaarden voor het werken met chemische stoffen op.   

 

Dit artikel is een uittreksel over grenswaarden zoals is opgenomen in het in mei verschenen boek ‘Kankerverwekkende stoffen en hun CMR-profiel' van Jos Zawierko. Het boek is verschenen bij uitgeverij Syntax Media in Utrecht.

ISBN-nummer: 978-94-91764-49-3.

 

Lees ook:

Nieuwe leidraad beoordeling chemische stoffen

Blootstellingsbeoordeling gevaarlijke stoffen

Asbest: een kleine vezel met grote gevolgen