Blootstellingsbeoordeling gevaarlijke stoffen (NEN689)

Print
Herzien in februari 2019
Gevaarlijke stoffen
Blootstellingsbeoordeling gevaarlijke stoffen
In Nederland wordt door circa 1 op de 3 bedrijven regelmatig gewerkt met chemische stoffen. Alleen al binnen Europa zijn er in het kader van de Europese REACH (Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemicals) wetgeving circa 21.000 stoffen geregistreerd (dec, 2018). Dat betekent dat zeer veel werknemers werkzaamheden verrichten met veel verschillende stoffen waarbij blootstelling via de huid of via inhalatie kan optreden. Dat deze blootstelling ernstige gevolgen kan hebben blijkt wel uit cijfers van het RIVM.

Na analyse van sterftecijfers uit 2013 bleek dat in dat jaar 4100 mensen zijn gestorven als gevolg van een beroepsziekte, waarvan circa 900 nog werkzaam en circa 3200 gepensioneerd. Voor het merendeel gaat het hierbij om werkgerelateerde kanker (66%).1 Het is dus zeer belangrijk om de blootstelling te beoordelen en doeltreffend te beheersen, zodat medewerkers veilig kunnen werken.

Het beoordelen van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen is een wettelijke verplichting. Er zijn verschillende manieren om de blootstelling te bepalen, zoals het gebruik van blootstellingsmodellen of het uitvoeren van metingen. Welke methode geschikt is hangt af van de stof en de werkomstandigheden.

Wet- en regelgeving

De beoordeling van de blootstelling is niet vrijblijvend, het is wettelijk verplicht. In Nederland moet een werkgever volgens artikel 4.2 van het Nederlandse Arbeidsomstandighedenbesluit de aard, de mate en de duur van de blootstelling (laten) beoordelen.2

Dat betekent dus in kaart brengen aan welke stoffen iemand blootstaat, aan welke concentraties en gedurende welke tijdsperiode. De praktijk leert dat dit momenteel echter lang niet overal of voor alle stoffen gebeurt. Om een eerste indruk te verkrijgen van de huidige stand van zaken binnen het bedrijf en of al voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving kan gebruik worden gemaakt van de door Inspectie-SZW ontwikkelde tool Zelfinspectie gevaarlijke stoffen.3

In vier stappen wordt uitgevraagd in hoeverre wordt voldaan aan wet- en regelgeving en of er gezond en veilig met gevaarlijke stoffen gewerkt wordt. Hieronder wordt nader beschreven hoe de beoordeling van de blootstelling uitgevoerd kan worden.

Inventarisatie

Belangrijk is om na te gaan met welke stoffen er wordt gewerkt en welke stoffen er kunnen vrijkomen of ontstaan tijdens de werkzaamheden. Is alle informatie van de gevaarlijke stoffen nog actueel? Zo niet, vraag dan eerst een nieuw veiligheidsinformatieblad op bij de leverancier. Ga ook na of stoffen nog in gebruik zijn of dat deze afgevoerd kunnen worden. Leg vervolgens stofspecifieke informatie vast. Gaat het bijvoorbeeld om een poeder, dan zijn de stoffigheid van het product en de taak die wordt uitgevoerd belangrijke parameters.

Een stoffig product dat met veel energie wordt bewerkt zal namelijk meer stof geven dan een granulaat dat in kleine hoeveelheden wordt over geschept. Bij vloeistoffen is de dampspanning een belangrijke parameter van blootstelling en of er sprake is van aerosolvormende processen.

Bepaal via welke routes medewerkers blootgesteld kunnen worden aan de stof en tijdens welke processen. Blootstelling via inademing zal vaak de voornaamste route zijn, maar er zijn ook stoffen bekend die gemakkelijk en snel via de huid opgenomen kunnen worden.

Wanneer de verschillende routes in kaart gebracht zijn kan op basis daarvan een geschikte beoordelingsmethode gekozen worden. Wanneer zowel blootstelling via inademing als via de huid kan optreden moeten beide routes beoordeeld worden om de totale blootstelling van de medewerker te bepalen en onderschatting van de blootstelling – en daarmee het risico – te voorkomen. Een manier om dit te doen is door middel van biologische monitoring in bijv. bloed of urine. Daarmee wordt gemeten wat er daadwerkelijk in het lichaam terecht is gekozen. Ga daarvoor eerst na of er een grenswaarde beschikbaar is voordat je de metingen uitvoert.

Grenswaarden

Voor stoffen die in een bedrijf worden gebruikt of waaraan medewerkers kunnen worden blootgesteld moet een grenswaarde zijn afgeleid. Voor een aantal stoffen zijn wettelijke (publieke) grenswaarden vastgesteld door de overheid. Deze zijn te vinden in de SER Databank Grenswaarden Stoffen op de Werkplek4 of in Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling.5 Voor stoffen waarvoor geen wettelijke grenswaarde is afgeleid moet de werkgever zelf een private waarde vaststellen. Dit kan door te zoeken in bestaande databases zoals de GESTIS-database6 of de REACH-database.7

Beoordelen

De blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan worden beoordeeld op basis van expert judgement (bijvoorbeeld duidelijk zichtbaar dat concentraties de grenswaarde overschrijden), met behulp van kwalitatieve of kwantitatieve blootstellingsmodellen of door het uitvoeren van metingen. Een model kan worden gebruikt om een (eerste) kwantitatieve schatting van de blootstelling te maken. De meeste modellen zijn conservatief van opzet, dit om onderschatting van de blootstelling te voorkomen. Door het eerst inzetten van modellen kan een schifting worden gemaakt tussen al beheerste situaties en situaties/stoffen waarvan duidelijk is dat daarvoor aanvullend onderzoek nodig is.

De Inspectie-SZW heeft een aantal geaccepteerde online hulpmiddelen op een rij gezet om blootstelling te beoordelen.8 Welke tool je ook kiest, zorg dat je weet waarvoor de tool gebruikt kan worden en waarvoor niet, wat het zogenaamde geldigheidsdomein van de onderliggende modellen in de tool zijn. Verder is het belangrijk om na te gaan of de eigenaar van de tool de laatste versie van de rekenregels beschikbaar stelt (er zijn namelijk oudere versies op de markt), hoe de modellen zijn ontwikkeld en gevalideerd, of ze worden doorontwikkeld en of ze door de overheid worden geaccepteerd. Volg een training zodat je zeker weet dat je de tool juist toepast.

Een van de in Nederland meest gebruikte tools is Stoffenmanager® (www.stoffenmanager.com), met wereldwijd >35.000 gebruikers. Alleen hier vind je de meest recente Stoffenmanager® rekenregels. De tool mag zowel onder de Arbowet als onder REACH worden gebruikt om de blootstelling via inademing aan poeders en dampen (vloeistoffen) te beoordelen.

De tool kan daarnaast ook worden gebruikt om de blootstelling aan verspanende werkzaamheden (zagen, schuren, boren etc) van hout en steen te beoordelen. Blootstelling aan gassen, vezels of lasrook kan niet met de tool worden beoordeeld, omdat het model hiervoor niet met metingen is onderbouwd.

Blootstelling via de huid alleen kwalitatief (via prioritering van het risico). Stoffenmanager® presenteert als uitkomst het 90-percentiel. Dat wil zeggen dat in 10% van de gevallen de concentratie mogelijk hoger ligt dan de geschatte concentratie. Dit is een voldoende conservatieve aanname die door Inspectie-SZW en onder REACH is geaccepteerd als voldoende conservatief. Indien de concentratie hieronder ligt, dan zijn metingen niet nodig.

Wanneer modelschattingen te hoog uitkomen of er geen geschikt model is voor de stof/situatie, kunnen metingen uitgevoerd worden. Voor het uitvoeren van (representatieve) metingen om de blootstelling te beoordelen is een aantal aspecten van belang, waaronder:

  1. Meetstrategie: taakgericht of voor compliance (vergelijking met 8-uurs grenswaarde);
  2. Type metingen: stationaire metingen, persoonsgebonden metingen, specifieke metingen voor huidblootstelling of biologische monitoring;
  3. Monstername medium: actief koolbuisjes, monsterkoppen, urine/bloed samples;
  4. Te bemeten fractie: inhaleerbaar stof, respirabel stof, ultrafijnstof (nanodeeltjes);
  5. Aantal metingen en spreiding van metingen over de tijd en over personen;
  6. Vastleggen van contextuele informatie, hoe is er gewerkt, welke beheersmaatregelen zijn daarbij gebruikt, zijn er factoren geweest die de metingen verstoord kunnen hebben.
  7. Vastleggen van start- en eindtijd van de metingen, voor en na kalibratie van apparatuur.

Richtlijnen voor het vastleggen van gegevens van blootstellingmetingen kunnen worden gevonden in de NVvA-richtlijn (2002)9 of in de NEN-EN-2018.

Analyse en toetsing aan grenswaarde

Na uitvoeren van de metingen kunnen deze worden geanalyseerd en is duidelijk hoeveel van de stof verzameld is. Dit kan, rekening houdend met de tijdsduur van de uitgevoerde activiteit(en), worden omgerekend naar de concentratie van de stof in de lucht (bijvoorbeeld ppm of mg/m3). Wanneer de concentratie tijdens de taak bijvoorbeeld 3 mg/m3 bedraagt en de medewerker heeft de taak 4 uur uitgevoerd (en is de rest van de dag niet blootgesteld geweest), dan is de daggemiddelde concentratie (over een shift van 8 uur) gelijk aan 1,5 mg/m3.

De (daggemiddelde) concentratie moet vervolgens vergeleken worden met de grenswaarde van de stof om het mogelijke gezondheidsrisico voor de werknemer te bepalen. Wanneer meerdere metingen uitgevoerd zijn kan door middel van statistische analyses worden bepaald wat de (geometrisch) gemiddeld gemeten concentraties zijn en wat de mogelijke overschrijdingskans van de grenswaarde is.

De geldende norm voor het toetsen van metingen aan grenswaarden is de NEN-EN-689 (2018)10. Ook deze norm beschrijft dat je eerst met modellen de situatie mag beoordelen. Zijn toch metingen nodig, dan geeft deze norm het aantal inhalatie metingen aan dat je minimaal nodig hebt om met voldoende zekerheid aan te kunnen tonen dat de blootstelling voldoende beheerst is. En hoe je deze meetresultaten vervolgens toetst aan de grenswaarden van de gemeten stoffen.

Dit gaat stapsgewijs, beginnend bij minimaal drie uitgevoerde metingen. Er is sprake van een voldoende beheerste situatie indien:

  • Alle resultaten van drie metingen lager zijn dan 10% van de grenswaarde;
  • Alle resultaten van vier metingen lager zijn dan 15% van de grenswaarde;
  • Alle resultaten van vijf metingen lager zijn dan 20% van de grenswaarde;

Wanneer bovenstaande niet het geval is, dan wordt een zesde meting uitgevoerd. Met statistiek moet dan worden aangetoond dat met 70% zekerheid gezegd kan worden dan minder dan 5% van de blootstelling binnen de bemeten groep boven de grenswaarde ligt. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van statistische programma’s zoals BWStat v2.1.11

Maatregelen

Afhankelijk van de uitkomst van de blootstelling ten opzichte van de grenswaarde wordt bepaald of de blootstelling tijdens de werkzaamheden doeltreffend beheerst is. Bij overschrijding van de grenswaarde moeten maatregelen genomen worden om de blootstelling te beheersen.

Dit dient te gebeuren op basis van de arbeidshygiënische strategie, dus eerst nagaan of vervanging van de stof door een minder schadelijk stof mogelijk is. Dan technische maatregelen aan de bron die de blootstelling verlagen, vervolgens organisatorische maatregelen en pas op de laatste plaats het gebruik van adembeschermingsmiddelen (als tijdelijke maatregel).

Wanneer de concentratie onder de grenswaarde ligt kan het (afhankelijk van de hoogte van de blootstelling) nodig zijn om periodiek herhalingsmetingen uit te voeren. Ook dit wordt in de NEN-689 beschreven. Wanneer beheersmaatregelen zijn geïmplementeerd moet het effect daarvan worden vastgesteld. Ook dit kan door het uitvoeren van metingen of het gebruik van een gevalideerd model.

Conclusie:

De beoordeling van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen is complex en vereist de nodige arbeidshygiënische kennis. Toch is het zeer belangrijk, wettelijk verplicht en nodig om deze beoordeling uit te voeren om de gezondheid van werknemers te beschermen en de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen in kaart te brengen en te beheersen. Door eerst gebruik te maken van modellen kan al een goede inschatting gemaakt worden van de blootstelling. Blijkt uit de modelschatting dat de blootstelling voldoende beheerst is dan zijn metingen niet nodig. Hiermee kan het aantal situaties dat moet worden bemeten worden gereduceerd

[1] Douwes M. et al. Arbobalans 2016, Kwaliteit van de arbeid, effecten en maatregelen in Nederland, 2016, Leiden: TNO, 2016 https://www.monitorarbeid.tno.nl/dynamics/modules/SPUB0102/view.php?pub_Id=100418&att_Id=4911

[2] Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 4.2. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen. https://wetten.overheid.nl/BWBR0008498/2019-01-01#Hoofdstuk4

[3] Zelfinspectie gevaarlijke stoffen – Arbeidsinspectie, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. http://gevaarlijkestoffen.zelfinspectie.nl/

[4] SER Databank Grenswaarden Stoffen op de Werkplek, https://www.ser.nl/nl/thema/arbeidsomstandigheden/Grenswaarden-gevaarlijke-stoffen/Grenswaarden

[5] Arbeidsomstandighedenregeling, bijlage XIII. https://wetten.overheid.nl/BWBR0008587/2019-01-01#BijlageXIII

[6] GESTIS International Limit Values. http://limitvalue.ifa.dguv.de/

[7] REACH database. https://echa.europa.eu/information-on-chemicals

[8] Online hulpmiddelen om de blootstelling te beoordelen, Oktober 2017. https://gevaarlijkestoffen.zelfinspectie.nl/bijlagen/SZW_ZIGS_Bijlage_5.pdf

[9] Vastleggen van gegevens van afzonderlijke blootstellingsmetingen van de werkplekatmosfeer. Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne, Werkgroep Vastleggen Meetgegevens, 2002. https://www.arbeidshygiene.nl/-uploads/files/insite/werkplekatmosfeer.pdf

[10] NEN-EN 689: Blootstelling op de werkplek - Meting van de inhalatieblootstelling aan chemische stoffen - Strategie om te voldoen aan de arbeidshygiënische blootstellingsgrenswaarden, 2018. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NENEN-6892018-en.htm

[11] BWStat v2.1 http://www.bsoh.be/?q=nl/node/66

Zoekwoorden: 
gevaarlijke stoffen
blootstelling
blootstellingsbeoordeling
beoordeling
NEN689
Zakboek Gevaarlijke Stoffen

Het zakboek Gevaarlijke stoffen is vooral praktisch van aard. Het behandelt de soorten stoffen die op de werkvloer voorkomen, hoe je ze herkent en welke gevaren kunnen optreden. Er is ook aandacht voor stoffen die door het werk kunnen vrijkomen, zoals lasrook, kwartsstof, asbest en uitlaatgassen.