Geluid

Print
Artikel herzien in 2014
Fysische factoren
Geluid is een arbeidsrisico met vele facetten. Aangezien het letsel veelal pas na langere tijd duidelijk wordt, is het van belang de risico’s niet te onderschatten en tijdig actie te ondernemen.

Geluid is overal. Veel van de hedendaagse communicatie is er afhankelijk van. Behalve nuttig, kan geluid ook aangenaam zijn, bijvoorbeeld in de vorm van muziek. Geluid kan echter ook onaangenaam, ongewenst of zelfs schadelijk zijn. Geluid gaat dan over in lawaai. Langdurige blootstelling aan hoge geluidniveaus kan gehoorschade opleveren; schade die onherstelbaar is. Aangezien er veel werkplekken met hoge geluidniveaus zijn, is geluid een probleem waarvoor werkgevers hun verantwoordelijkheid moeten nemen door actief beleid formuleren én uit te voeren.

Risico’s

Blijvende gehoorschade is een reëel risico voor medewerkers die blootstaan aan zogenaamd schadelijk geluid. Bij een geluidniveau van meer dan 80 dB(A) is er sprake van schadelijk geluid uitgaande van een blootstellingstijd van acht uur per dag, gedurende vijf dagen per week bij veertig dienstjaren. Hierbij dient te worden vermeld dat de risico’s afhankelijk zijn van het geluidniveau in combinatie met de blootstellingstijd. Als het geluidniveau hoger is, zal er eerder gehoorschade optreden. Een verhoging van drie d(BA) betekent een halvering van de blootstellingstijd: bij een geluidniveau van 83 dB(A) bedraagt de maximale blootstellingstijd derhalve vier uur per dag (vijf dagen per week, gedurende veertig dienstjaren).
Naast de genoemde risico’s voor de medewerkers zijn er uiteraard ook risico’s voor de werkgever bij het niet voldoen aan de betreffende wet- en regelgeving, variërend van boetes van de Arbeidsinspectie tot de mogelijkheid van aansprakelijkheidsstelling door (ex-) medewerkers.

Maatregelen
Beoordelen van geluid

Eerste stap is het beoordelen op welke werkplekken er binnen het bedrijf daadwerkelijk sprake is van schadelijk geluid. Dit is een onderdeel van de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). De beoordeling hoeft niet per definitie door metingen te gebeuren; als men op korte afstand van elkaar moet schreeuwen om elkaar te kunnen verstaan, kan men ervan uitgaan dat er sprake is van schadelijk geluid. Het heeft overigens wel de voorkeur om een geluidsrapport van het gehele bedrijf op te (laten) stellen. Hierbij wordt bepaald op welke arbeidsplaatsen en bij welke werkzaamheden er sprake is van schadelijk geluid, hoe hoog de geluidniveaus zijn en hoe lang medewerkers daaraan worden blootgesteld. Hierdoor ontstaat een goed beeld van de geluidssituatie en kun je de juiste prioriteiten stellen. Indien er sprake is van schadelijk geluid, moet je een plan van aanpak opstellen en uitvoeren ter vermindering van de risico’s. De beoordeling moet je herhalen als er wijzigingen zijn in de geluidsituatie, bijvoorbeeld andere geluidbronnen of blootstellingstijden.

Opstellen van plan van aanpak
1. Bronmaatregelen
Bij voorkeur dient de arbeidshygiënische strategie te worden gevolgd. Dit betekent eerst bezien of bronmaatregelen mogelijk zijn. Geluidbronnen mogen in principe geen equivalent geluidniveau van meer dan 85 dB(A) veroorzaken. Als dit redelijkerwijs niet haalbaar is, moet je maatregelen nemen om het genoemde geluidniveau (of minder) wel te kunnen halen.

2. Maatregelen aan de overdrachtsweg
Door de overdracht van geluid tussen geluidbron en ontvanger te voorkomen/ beperken, kun je ook een geluidreductie realiseren.

3. Organisatorische maatregelen
Indien het geluidniveau nog steeds te hoog is, kun je door beperking van het aantal blootgestelden en/ of door beperking van de blootstellingsduur een significante geluidreductie bereiken.

4. Persoonlijke beschermingsmiddelen
Indien de genoemde soorten maatregelen redelijkerwijs niet mogelijk zijn of niet het gewenste effect geven, zal het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen nodig blijven. De werkgever moet gehoorbescherming aanbieden vanaf een equivalent geluidniveau van 80 dB(A), terwijl de medewerker verplicht is deze te dragen vanaf een equivalent geluidniveau van 85 dB(A).

Audiometrisch onderzoek

Om te bezien of maatregelen voldoende bescherming bieden tegen gehoorschade, moet periodiek een gehooronderzoek worden aangeboden aan medewerkers die worden blootgesteld aan een equivalent geluidniveau van 80 dB(A) of meer. In de regel is dit eens in de vier jaar.

Voorlichting

Tot slot is ook periodieke voorlichting over lawaai en de gevolgen ervan een verplichting voor de werkgever.

Specifieke situaties/ best practices

Overeenkomstig de bovenstaande voorkeursvolgorde kunnen de best practices per soort maatregel worden benoemd.

1. Bronmaatregelen
Bij aanschaf van machines dient een maximaal equivalent geluidniveau van 85 dB(A) als uitgangspunt te worden meegenomen; stillere machines genieten de voorkeur. Dit dient in de besprekingen met de leverancier te worden meegenomen; zij zijn verplicht om het geluidniveau op te geven, waardoor vergelijking kan plaatsvinden. Bij bestaande installaties kun je denken aan aanpassing van het proces of een andere, stillere motor. Benut hiervoor de ‘natuurlijke’ momenten, zoals een vervanging van een motor(onderdeel).

2. Maatregelen aan de overdrachtsweg
Een mogelijkheid is het omkasten van de geluidbron(-nen) of het afschermen van de ontvangers in bijvoorbeeld een controlekamer. Ook het aanbrengen van geluidabsorptiemateriaal is een dergelijke maatregel. Zo worden er vaak baffles aan het plafond van grote fabriekshallen gehangen. Uiteraard zijn er ook combinaties van deze maatregelen mogelijk.

3. Organisatorische maatregelen
Bij organisatorische maatregelen kun je denken aan vermindering van de tijd die medewerkers in een lawaaiige omgeving doorbrengen of aan het scheiden van lawaaiige werkzaamheden en niet-lawaaiige werkzaamheden. Ook goed onderhoud en de juiste afstelling van installaties vallen eronder.

4. Persoonlijke beschermingsmiddelen
Afhankelijk van de specifieke toepassing kun je kiezen tussen in de gehoorgang te dragen en over de oorschelp te dragen beschermingsmiddelen. Er zijn diverse soorten gehoorbeschermingsmiddelen, otoplastieken, oordoppen, schuimplastic rolletjes en oorkappen.

Aangezien (schadelijk) geluid in veel bedrijfstakken voorkomt, is het zinvol om te controleren of er in de arbocatalogus van je eigen sector specifieke maatregelen ten aanzien van geluid zijn opgenomen.

Wet- en regelgeving/ normen

De wetgeving met betrekking tot lawaai is opgenomen in de Arbowet; de algemene verplichting tot inventariseren en evalueren van arbeidsrisico’s waaronder geluid (artikel 5) en het onderliggende Arbobesluit (artikel 6.6 t/m 6.11). Enkele verplichtingen zijn al eerder vermeld. Samengevat zien de belangrijkste verplichtingen er als volgt uit:

  • Als het geluidsniveau hoger is dan 80dB(A) per dag, dan moeten medewerkers kunnen beschikken over (individuele aangemeten, gratis verstrekte) gehoorbeschermers.
  • Bij lawaai boven de 85dB(A) moeten medewerkers verplicht gehoorbeschermers dragen. De plaatsen waar het geluidsniveau boven de 85dB(A) komt, moet gemarkeerd zijn en als zodanig herkenbaar zijn voor medewerkers.
  • De dagelijkse blootstelling mag nooit hoger zijn dan 87dB(A), inclusief de dempende werking van een individuele gehoorbeschermer. Komt het lawaainiveau toch boven deze 87dB(A) uit, dan moeten meteen maatregelen worden getroffen om het lawaainiveau te reduceren.
  • De werkgever moet medewerkers die worden blootgesteld aan lawaai, de mogelijkheid bieden om een audiometrisch onderzoek (gehoortest) te ondergaan door een deskundige. Dit onderzoek kan eventuele (vroegtijdige) gehoorschade meten.
  • De ondernemingsraad (of personeelsvertegenwoordiging) moet betrokken worden bij de opzet van het geluidonderzoek en mag een oordeel geven over de door de werkgever genomen maatregelen ter bestrijding van het lawaal.
  • Ook in de Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) wordt aandacht besteed aan lawaai. In de RI&E wordt vooral gelet op het geluidniveau waaraan medewerkers worden blootgesteld, de aard en duur van de blootstelling en de gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers.
  • Ook voorlichting en onderricht over de gevaren van lawaai zijn verplicht.

Referenties

  • Arbowet, Arbobesluit en Arboregeling, versie 2008
  • Arbo Informatieblad 4 ‘Lawaai op de arbeidsplaats’
  • Kennisdossier Geluid en trillingen, website Arbokennisnet.
  • Website Arboportaal.