Mag een ladder in alle gevallen worden ingezet?

Print
Arbeidsmiddelen
het gebruik van een ladder
Is een ladder, gegeven een situatie, het juiste arbeidsmiddel om in te zetten tijdens werkzaamheden? Het antwoord op die vraag vormt de kern van de leidraad 'Veilig werken op hoogte'. Dit artikel vat de belangrijkste punten van de leidraad samen.

De leidraad “Veilig werken op hoogte” is ontwikkeld door marktpartijen, waaronder VNO-NCW, FME-CWM, OSB, UNETO-VNI, CNV en FNV. De in dit artikel gehanteerde nummering is afkomstig uit en verwijst naar de leidraad.

Het beantwoorden van deze vraag moet gebeuren door gebruik van een gedefinieerde beoordeling - het doorlopen van een tweetal schema's. 

De keuze van een arbeidsmiddel moet volgens de leidraad primair worden gebaseerd op veiligheidskundige overwegingen. De economische afweging moet dan ook met terughoudendheid en slechts in samenhang met operationele en veiligheidstechnische overwegingen worden gemaakt (zie de bijlage: schema 1).

Werkvoorbereiding

Bij het werken op hoogte is het nodig dat vooraf wordt beoordeeld welk arbeidsmiddel het beste kan worden ingezet. Uitgangspunt van de leidraad is de toepassing van een veiliger arbeidsmiddel dan een ladder. Nagegaan wordt of bij opgedragen taken de veiligheid en gezondheid van de medewerkers niet in gevaar kunnen komen. Ook wordt nagegaan of de werknemer de opleidingskwalificaties heeft die nodig zijn voor de uitvoering van bepaalde werkzaamheden.

Als een werkgever aannemelijk kan maken dat hij beperkt wordt in de keuze en/of het gebruik van alternatieve arbeidsmiddelen, kan – mits veilig toegepast – een ladder worden gebruikt. Beperkingen voor de werkgever zouden kunnen zijn:

  • 5.1 Operationele beperkingen
    bijvoorbeeld de kwalificatie van de werkzaamheden, de bereikbaarheid van de werkplek, de opstelmogelijkheden van het arbeidsmiddel;
  • 5.2 Veiligheidstechnische beperkingen
    bijvoorbeeld de uitvoering van risicovolle werkzaamheden, de krachtuitoefening, de noodzakelijke reikwijdte, de risico's van het gebruik van een ander arbeidsmiddel;
  • 5.3 Economische beperkingen
    bijvoorbeeld de bereikbaarheid van het project, vervoerskosten en opstelkosten.

Als de conclusie is dat geen ander arbeidsmiddel kan worden ingezet dan een ladder, moet worden beoordeeld of de ladder in de omstandigheden van het geval met de nodige veiligheidswaarborgen kan worden ingezet.

Nadere beoordeling ladder als werkplek

Als de conclusie is dat geen ander arbeidsmiddel kan worden ingezet dan de ladder én als het verantwoord wordt geacht om de ladder in de omstandigheden van het geval mét de nodige veiligheidswaarborgen in te zetten, moet ter plaatse nog worden getoetst of de feitelijke omstandigheden overeenkomen met die waarvan bij de werkvoorbereiding is uitgegaan. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de "Beoordeling werkplek ladder" (zie de bijlage: schema 2).

De inzetbaarheid van de ladder als werkplek wordt aldus ter plaatse getoetst op grond van de aspecten stahoogte, nodige statijd, krachtuitoefening, reikwijdte, windkracht en omvang en gewicht van voorwerpen. De aspecten, die in onderlinge samenhang moeten worden beschouwd, worden hierna kort toegelicht onder 6.1 tot en met 6.5.

6.1 Stahoogte

De aanvaardbare stahoogte wordt altijd beoordeeld in samenhang met de nodige statijd (zie hierna). Op brancheniveau zal deze samenhang nader worden uitgewerkt. Indien de stahoogte tussen 2,5 en 5 meter is, kan de ladder worden ingezet, uiteraard mits ook aan de overige criteria is voldaan (6.2 tot en met 6.5). Bij een stahoogte tussen 5 en 7,5 meter (met inachtneming van bestaande beleidsregels omtrent maximum sta- of werkhoogte) moet – in samenhang met de overige aspecten – worden bezien of het nodig is om het valrisico af te wenden door het nemen van beheersmaatregelen. Bij een stahoogte van meer dan 7,5 meter is het gebruik van de ladder niet toegestaan. Slechts bij hoge uitzondering wordt hiervan door middel van een project-RI&E afgeweken.

6.2 Effectieve statijd

De aanvaardbaarheid van de statijd wordt altijd beoordeeld in samenhang met de stahoogtecriteria (zie hiervoor). Indien kortdurende werkzaamheden worden gepland (minder dan 2 uur effectieve statijd), kan de ladder worden ingezet, mits ook is voldaan aan de overige criteria (6.1, 6.3, 6.4 en 6.5). Bij een statijd tussen 2 en 4 uur moet – in samenhang met de overige aspecten – worden bezien of het nodig is om het valrisico af te wenden door het nemen van beheersmaatregelen. Bij een statijd van meer dan 4 uur is het gebruik van de ladder niet toegestaan. Slechts bij hoge uitzondering kan hiervan worden afgeweken, mits door het nemen van beheersmaatregelen het valrisico afdoende kan worden afgewend. Onder statijd wordt verstaan: effectieve statijd, de optelsom per project van alle tijdsduren van het staan op de ladder.

6.3 Krachtuitoefening

Indien vanaf de ladder fysiek zware arbeid moet worden verricht, dan geldt voor het trekken en duwen het volgende. In beginsel kan, indien de krachtuitoefening minder is dan 50 N, de ladder worden ingezet, mits ook is voldaan aan de overige criteria (6.1, 6.2, 6.4 en 6.5). Bij een krachtuitoefening tussen 50 en 100 N, moet – in samenhang met de overige aspecten – worden bezien of het nodig is om het valrisico af te wenden door het nemen van beheersmaatregelen. Bij een krachtuitoefening van meer dan 100 N is het gebruik van de ladder niet toegestaan. Slechts bij hoge uitzondering kan hiervan worden afgeweken, mits door het nemen van beheersmaatregelen het valrisico afdoende kan worden afgewend. Per sector zal worden afgesproken welke concrete grenzen bij de krachtuitoefening worden gehanteerd.

6.4 Reikwijdte

De reikwijdte is afhankelijk van de aard van de werkzaamheden die vanaf de ladder moeten worden verricht. Bij werkzaamheden op de ladder geldt het criterium één armlengte. Indien meer reikwijdte nodig is, moet de ladder worden verplaatst. Hiervan kan nooit worden afgeweken.

6.5 Windkracht

De maximale windkracht waarbij nog op hoogte mag worden gewerkt, is 6 Bf.

6.6 Afspraken

In diverse branchespecifieke convenanten zijn/worden afspraken gemaakt ten aanzien van de maximumomvang en het maximumgewicht van voorwerpen waarmee op de ladder mag worden gewerkt.

Zie voor praktische tips ook de tool Ge- en misbruik van ladders.