Hittebelasting: risico's bepalen en beperken

Print
Fysieke belasting
Warmte ervaren we vaak als prettig. Maar wanneer slaat dit nu om naar onprettig en zelfs schadelijk voor de gezondheid? In het arbeidsproces bij verschillende branches zijn er diverse situaties aanwezig waarbij er in hitte wordt gewerkt. In hoeverre speelt dit nu een belangrijke rol in de belasting en belastbaarheid van de medewerker? En hoe kunnen we het werken in warme omstandigheden nu goed vaststellen en beheersbaar houden? In dit artikel gaan we in op het werken in extreme warmte. Daarbij is de focus warmte gegenereerd vanuit de omgeving, dus niet in de eerste plaats het weer.

Wat is extreme warmte of 'hitte' nu eigenlijk?

Het gaat om de temperatuurbalans in het lichaam (kerntemperatuur). Deze komt tot stand door de omgeving, het metabolisme (stofwisseling) en het regulerend vermogen van het lichaam. Het metabolisme is verantwoordelijk voor de interne warmteproductie van het lichaam. Deze warmte is een bijproduct van het verbrandingsproces tijdens ons metabolisme (spijsvertering). Bij een toename van activiteiten zal ook de interne warmte toenemen, bovenop de omgevingsfactoren.

Verschillende dieren reguleren hun temperatuur bij hitte op hun eigen wijze. Honden hijgen, olifanten wapperen met hun oren, en wij mensen hebben twee methodieken voor thermoregulatie:

  • Vasodilatie: de verwijding van onze bloedvaten onder de huid, waardoor de huidtemperatuur stijgt. Door de stijging van de huidtemperatuur kan er door convectie en straling meer warmte afgifte aan de omgeving plaatsvinden.
  • Zweten, wanneer vasodilatie onvoldoende effect heeft. Een ingenieus systeem van het lichaam: bij verdamping van vloeistof wordt er energie onttrokken, waarbij afkoeling op de huid plaatsvindt.

Bij het op peil houden van de kerntemperatuur zijn niet alleen het metabolisme en de omgevingstemperatuur van belang, maar ook het vermogen van convectie en verdamping. Dit betekent dat naast kleding ook de luchtvochtigheid en de luchtsnelheid van groot belang zijn om warmte te kunnen afvoeren. Immers: als de luchtvochtigheid hoog is, lukt het niet om zweet op de huid te laten verdampen.

Acclimatisering

Het lichaam heeft het vermogen om zich aan te passen aan de hete omstandigheden. Dit gewenningsproces start vanaf 3 dagen en is volbracht na 14 dagen. Dagelijks dient er een minimale blootstelling te zijn van 1,5 uur. Het lichaam zorgt voor:

  • Verlaging van de hartslag
  • Verhoging van plasmavolume in het bloed
  • Verminderde uitscheiding van elektrolyten (urine en zweet)
  • Daling van de kerntemperatuur
  • Toename van zweetproductie

Door deze fysiologische aanpassingen is er een hogere hittetolerantie. Maar wanneer er een paar dagen geen hittebelasting is, verdwijnen deze voordelen weer. Hierdoor is er in Nederland nauwelijks kans om deze voordelen volledig te benutten en zal na het weekend het lichaam opnieuw moeten gaan acclimatiseren.

Waar komt het voor?

Hittebelasting komt voor bij diverse beroepen en activiteiten. Enkele voorbeelden zijn staalindustrie, glasindustrie, bakkerijen, zuivelindustrie, papierindustrie, zwembaden, sauna’s, tuinbouw, mijnbouw en tunnelbouw. Maar ook de hulpverleningsdiensten zoals de brandweer komen er mee in aanraking.

Verder kunnen specifieke omgevingen met hoge temperaturen en hoge luchtvochtigheid aanleiding geven tot hitte. Denk hierbij aan bijvoorbeeld machinekamers in de scheepvaart, ketelhuizen bij installaties, etc.

Daarnaast kan het ook voorkomen bij beroepen die beschermende kleding dragen, zoals chemische pakken.

Hoe gevaarlijk is het werken in hitte nu eigenlijk?

Bij extreme warmte heeft het lichaam moeite om zijn kerntemperatuur niet te laten oplopen. Al wanneer deze temperatuur enkele graden oploopt is er kans op forse effecten.

Het is dus zaak om de kerntemperatuur rond de 37 graden Celsius te houden.

Bij hitte kunnen de volgende effecten optreden:

  • Vermindering van prestatie; afname van prestatievermogen doordat de fysiologische reserve capaciteit minder wordt.
  • Hitte uitslag; kleine rode blaasjes die het gevolg zijn van verstopte zweetklieren veroorzaakt door een langdurige natte huid.
  • Warmte Oedeem; vochtophoping in onderhuidse weefsels door overmatige vaatverwijding.
  • Warmte collaps; bewusteloosheid, die voorafgegaan wordt door hoofdpijn en duizeligheid als gevolg van een gebrek aan zuurstof in de hersenen door stuwing van bloed naar de huid door overmatige vaatverwijding.
  • Dehydratie; uitdroging doordat er meer vocht verloren gaat door zweten dan door drinken wordt aangevuld. Gevaar ontstaat bij een dehydratie van 10%.
  • Warmtekrampen; verkramping in spieren door een verstoorde zoutbalans.
  • Warmte uitputting; daling van bloeddruk en bloedvolume door daling van lichaamsvocht en verlies van zouten.
  • Warmtestuwing (heat stroke); stuiptrekkingen door aantasting van het centrale zenuwstelsel, cardiologische en gastro-intestinale verschijnselen en eventueel de dood tot gevolg. De dood wordt meestal toegeschreven aan eiwit denaturatie in de hersenen (hot brain) dan wel aan verhoogde permeabiliteit van de darmen (leaky gut).

Het daadwerkelijk optreden van deze verschijnselen is niet alleen afhankelijk van de werkzaamheden en/of de omgeving maar ook van de persoonlijke tolerantie. Denk daarbij aan factoren zoals:

  • Fysieke fitheid
  • Voedingstoestand
  • Alcoholgebruik
  • Over- en ondergewicht
  • Vermoeidheid
  • Hoge bloeddruk
  • Infecties en/of koorts
  • Geneesmiddelen
  • Zwangerschap

Wetgeving

Het Arbobesluit heeft in artikel 6.1 aandacht voor temperatuurbeheersing. Het stelt daarin dat de temperatuur, rekening houdend met de aard van de werkzaamheden en de fysieke belasting die daar het gevolg van is, geen schade aan de gezondheid van medewerkers mag opleveren. Indien dit wel het geval is dienen persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking worden gesteld. Als deze schade aan de gezondheid niet kan worden voorkomen, dienen er aanvullende organisatorische maatregelen getroffen te worden (vermindering in duur en  frequentie van de werkzaamheden en afwisseling in verblijfsruimte met acceptabele temperatuur).

Bepaling van risico’s in het werkveld

De kans dat het werken in hitte ook daadwerkelijk leidt tot verhoogde of onacceptabele risico’s is sterk afhankelijk van de verschillende variabelen van het werk, de omgeving en het individu. De belangrijkste zijn:

omgeving

werk

mens

  • Luchttemperatuur
  • Luchtvochtigheid
  • Luchtsnelheid
  • Stralingstemperatuur
  • Zwaarte van het werk
  • (Beschermende) kleding
  • Metabolisme
  • Fysieke fitheid
  • Gezondheidstoestand

Om niet direct met complexe beoordelingen te starten wordt de observatiemethode (ontwikkeld in het Europese BIOMED programma) in eerste instantie gebruikt om inzicht te krijgen in de risico’s. Deze methode start met het inventariseren van de mogelijke warmtebronnen en gaat uit van een observatie van luchttemperatuur, vochtigheid, thermische straling, tocht, werklast, kleding en de beleving van de medewerker volgens een scorelijst (zie tevens Arboinformatie blad 48). Deze scorelijst is verwerkt in een tool: het inventarisatie formulier warmte.

Op basis van deze observatie kan een beargumenteerde beslissing genomen worden of het noodzakelijk is om de situatie verder te analyseren en/of te meten.

Onderzoek in de praktijk

Vaak wordt hier de NEN-ISO 7243 (WBGT methode) genoemd. Deze methode maakt een koppeling tussen een inschatting van het metabolisme (interne warmteproductie) en metingen naar temperatuur, luchtvochtigheid en stralingswarmte met een WBGT meter.  

De uitkomst van deze meting levert een getal gebaseerd op onderstaande formules

WBGT = 0,7 Tnb + 0,3 Tg  (zonder zon)

WBGT = 0,7 Tnb + 0,2 Tg + 0,1 Tl (met zon)

(Tnb = natte bol, Tg = zwarte bol en Tl = droge temperatuur )

De metingen dienen op enkel, buik en hoofd hoogte te worden bepaald, waarbij de buikhoogte dubbel wordt genomen.

Dit getal in combinatie met de ingeschatte metabolisme op basis van activiteiten kan worden vergeleken met referentie waarden waarbij er richting wordt geven hoe de werk-rust verhouding kan worden aangehouden.

Een andere methode die kan worden gebruikt is de NEN ISO 7933  ook wel de predicted heat strain (PHS) genoemd. Deze norm is wat complexer in gebruik maar geeft een wat betere indicatie voor maximale verblijfstijden en houdt specifiek rekening met het vermogen tot warmte uitwisseling, waarbij de kleding een belangrijke factor is. 

De formule die gehanteerd wordt is

M – W =  Cres+  Eres+  K +  C +  R +  E +  S

Waarbij de letters staan voor de volgende betekenissen:

  • M, stofwisselingssnelheid
  • W, effectief mechanisch arbeid
  • Cres, convectie door ademhaling
  • Eres , verdamping door ademhaling
  • K, warmte stroming door contact
  • C, warmte stroming door convectie huidoppervlak
  • R, warmte stroming door straling
  • E, warmte stroming door verdamping
  • S, warmte opslag in het lichaam

Het voordeel van deze methode is dat per variabele inzicht ontstaat, zodat duidelijk is waar maatregelen het meest effectief kunnen zijn. Het nadeel is dat de berekeningen wat complexer zijn.

Begeleiding in de praktijk

De inzet is om medewerkers niet bloot te stellen aan extreme hitte door zoveel mogelijk maatregelen te treffen volgens de arbeidshygiënische strategie. Maar er blijven vaak specifieke situaties en werkzaamheden over, waarbij het werken in hitte noodzakelijk is. 

In de uitvoering worden er dan maximale verblijfstijden gedefinieerd in combinatie met rusttijd (herstel bij kamertemperatuur) Hierbij is de beperking dat de individuele gevoeligheid niet wordt meegenomen; het is altijd een inschatting op basis van data uit het verleden.

Een zeker zo belangrijke factor is het in de gaten houden van de vochtbalans per medewerker. Het uitgezwete vocht dient te worden aangevuld, evenals het verlies aan elektrolyten. Het verschaffen van zouttabletten, zoals het in het verleden wel eens plaatsvond, is tijdens de inzet uit den boze. Het grote vochtverlies leidt immers al tot een stijging van het zoutgehalte in het lichaam. Verstrek daarom isotone dorstlessers. Een simpele methode om de vochtbalans te laten herstellen is dat je medewerkers weegt vóór aanvang van de hitte klus en na afloop van de klus. Laat medewerkers het verlies in gewicht bijdrinken gedurende de rusttijd. Zorg dat bij het wegen de natte kleding niet wordt meegewogen.

Met de huidige technische vooruitgang is er inmiddels ook een methode beschikbaar gekomen die de temperatuur inwendig kan bepalen. Het gaat om een pil die men inslikt en die middels een band op het lichaam kan worden uitgelezen en communiceren met externe systemen. Op basis van deze techniek kan de individuele kerntemperatuur van elke individuele medewerker worden gemonitord en kan er specifiek worden gestuurd en ingegrepen. Houd wel rekening met het feit dat deze pillen mogelijk metalen onderdelen bevatten, die bij een eventuele MRI scan tot inwendige schade kunnen leiden (magnetisch veld).

Fitheid

In het verleden werden er bij sommige bedrijven zogenoemde hittekeuringen uitgevoerd. Het doel van deze keuringen was om te bezien of de medewerker fysiek in staat was om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Deze keuringen worden niet meer expliciet uitgevoerd. Maar omdat de persoonlijke tolerantie een belangrijke factor is, valt het wel degelijk te overwegen om deze fysieke fitheid te bepalen - al is het maar om de persoonlijke risicofactor te bepalen. Hierdoor kunnen ernstige situaties worden voorkomen.

Samengevat

Over het algemeen worden in Nederland goede voorzieningen getroffen om medewerkers niet structureel bloot te stellen aan hitte. Maar er zijn er nog steeds situaties en werkzaamheden waarbij blootstelling aan hitte plaatsvindt. Opwarming van het lichaam tot gevaarlijke niveaus is te voorkomen door voorspellende normen te gebruiken die een maximale verblijfstijd en rustverhouding dicteren. Daarnaast zijn er modernere technieken voorhanden om te kunnen monitoren per individu. De zorg voor, tijdens en na de hittebelasting is belangrijk. In extreme situaties is medisch toezicht gewenst.

Tool

Bij dit artikel hoort een tool: inventarisatieformulier warmte.

Zoekwoorden: 
hittebelasting
hitte
warmte
belastbaarheid