Fysische factoren

Afbeelding: 

Vorstverlet: vrij bij te lage gevoelstemperatuur

vorstverlet
Het kan in ons kikkerlandje behoorlijk koud zijn. Als het te gevaarlijk wordt om in de bouw te werken vanwege extreme weersomstandigheden, kunnen werknemers zich beroepen op vorstverlet. Dan moet er wel worden voldaan aan een aantal criteria, die vooral draaien om de gevoelstemperatuur.

We hebben in Nederland een ‘gematigd zeeklimaat’ met milde winters en koele zomers. De start van de winter valt altijd samen met de kortste dag van het jaar; de tijd tussen zonsopkomst en -ondergang is dan het kortst. Voor ons begint de winter rond 21 december en eindigt drie maanden later rond 20 maart. Hoewel de kans op een ‘witte’ kerst in de winter slechts zeven procent bedraagt, kan het in ons kikkerlandje toch behoorlijk koud zijn. Met 27,4 graden Celsius onder nul werd in Winterswijk op 27 januari 1942 de laagste temperatuur ooit gemeten.

Binnen de bouw komen dit soort temperaturen gelukkig niet voor. Maar als het te gevaarlijk wordt om in de bouw te werken vanwege extreme weersomstandigheden, kunnen werknemers zich beroepen op vorstverlet.

Vorstverlet

Veilig werken in de buurt van antennes

Hoe werk je veilig in de buurt van antennes? Dit artikel bevat uitleg over straling, verschillende soorten antennes en een stappenplan om veilig te werken bij antennes.

Elektromagnetische (EM) straling komt overal in de wereld voor, het is niet zichtbaar maar komt in verschillende soorten voor. De meest bekende variant is het licht van de zon. Andere varianten zijn radiogolven, infrarood licht, UV-licht, röntgenstraling.

Binnen het EM spectrum kan een tweedeling worden gemaakt op grond van de energie-inhoud van de straling. Boven een frequentie van 3 petahertz is de energie-inhoud groter dan 12,4 eV. Die energie is dan groot genoeg om uit atomen elektronen los te maken en daarmee ionisaties te veroorzaken. EM straling met frequenties groter dan 3 PHz noemen we ioniserende straling. Daaronder spreken we van niet-ioniserende straling.

Dit artikel lezen...
... en toegang tot alle artikelen en tools op Arbeidsveiligheid?

Dat kan vanaf

€ 66,00

p/jaar

Micro-organismen in de praktijk

In dit zesde deel over micro-organismen worden enkele praktijksituaties geschetst. Het aantal praktijksituaties met biologische agentia is enorm. Tevens wordt in dit artikel ingegaan op legionella en op verschillende veel voorkomende zoönosen.

Handen wassen voorkomt besmettingen

Dit artikel lezen...
... en toegang tot alle artikelen en tools op Arbeidsveiligheid?

Dat kan vanaf

€ 66,00

p/jaar

Risicobeheersing van micro-organismen

Het vijfde deel van de serie over micro-organismen gaat over risicobeheersmaatregelen. Risico’s van micro-organismen zijn te beheersen met zowel fysisch/technische maatregelen, organisatorische maatregelen als gedragsmaatregelen.

Elimineren van de risicobron
Bij de risicobeheersing wordt gewerkt conform de arbeidshygiënische strategie. Risicobeheersing begint bij het elimineren of aanpassen van de risicobron. Bij voorkeur schadelijke biologische agentia vervangen door biologische agentia die niet of minder gevaarlijk zijn voor de veiligheid of gezondheid van de werknemers en voor het milieu. Van belang is het om behalve aandacht aan primaire bronnen (de biologische stoffen zelf), ook aandacht te besteden aan de secundaire bronnen. Dit zijn plaatsen waar de micro-organismen zich kunnen vermeerderen door de aanwezigheid van voedingsstoffen, vocht en een gunstige temperatuur. Voorbeelden van zulke plaatsen zijn:

Dit artikel lezen...
... en toegang tot alle artikelen en tools op Arbeidsveiligheid?

Dat kan vanaf

€ 66,00

p/jaar

Risico-inventarisatie van microbiologische agentia

In de serie over micro-organismen: deel 4 over de risico-inventarisatie van microbiologische agentia. In dit artikel wordt beschreven welke overdrachtswegen er zijn en hoe de risico’s van blootstelling aan micro-organismen in kaart kunnen worden gebracht.

Wijzen van overdracht

Voor het transport van micro-organismen is een vector (vehicle of transportmiddel) nodig. Virussen en bacteriën zijn afhankelijk van andere deeltjes (vocht, stof, vuil enzovoort) om zich te kunnen verplaatsen. Om van de bron naar een nieuwe gastheer te komen, moet de ziekteverwekker de bron in voldoende getale kunnen verlaten. Hierbij kan worden gedacht aan de zogenaamde porte de sortie: sputum, bloed, feces, urine, lichaamsvochten, huidschilfers, luchtwegsecreten.

Besmetting (en de daarop eventueel volgende infectie) kan plaatsvinden via de huid, via wondjes, door inslikken, inademen, via de slijmvliezen, een catheter of door prikincidenten aan vuile naalden (portes d’entrée).

Grenswaarden van microbiologische agentia

Na een inleiding over micro-organismen en de risico’s hiervan, nu in deel 3 een overzicht van de grenswaarden van microbiologische agentia.

Grenswaarden levensvatbare micro-organismen
Er zijn voor levende organismen geen wettelijke grenswaarden vastgesteld en er is binnen afzienbare tijd ook geen zicht op dat deze kunnen worden afgeleid. In december 2012 heeft de Gezondheidsraad hierover een briefadvies uitgebracht aan de minister. Hierin concludeert zij dat één gezondheidskundig onderbouwde advieswaarde voor alle biologische agentia niet mogelijk is. Zelfs voor specifieke micro-organismen die infecties veroorzaken, is het volgens de Gezondheidsraad ook niet mogelijk om in de nabije toekomst niveaus vast te stellen waaronder geen of slechts minimale effecten voor de gezondheid te verwachten zijn. De oorzaak hiervan is dat er voor alle micro-organismen te weinig kennis en informatie is over de blootstelling en over blootstelling-respons-relaties.

Pagina's

Abonneren op RSS - Fysische factoren