Schoeisel: selectie, gebruik, onderhoud

Print
Arbeidsmiddelen
De keuze voor het juiste schoeisel draagt bij aan de veiligheid van de werknemer. Niet iedere schoen is geschikt voor elk soort werk. Het maakt bijvoorbeeld veel uit of je in een vochtige of droge omgeving werkt, of je zwaar of licht(er) werk doet, of je op de steiger staat of op de grond.

Er zijn verschillende ‘bedreigingen’ voor onze voeten. We kunnen deze grofweg rubriceren in de categorieën mechanisch (zoals stoten, doorboring, enzovoort), thermisch (zoals hitte en koude), chemisch (zoals spatten, onderdompeling, nevel) en elektrisch (zoals statische lading).

Classificatie
Er worden twee basisklassen onderscheiden.

Tabel 1. Klasse-indeling schoeisel

Klasse Omschrijving
I leer of ander materiaal m.u.v. volledig rubber/polymeer
II volledig rubber/polymeer

 

 

 

Afhankelijk van het soort werk, kan als basis een keuze worden gemaakt uit de volgende categorieën:

  • veiligheidsschoeisel (codering S);
  • werkschoeisel (codering O);
  • beschermschoeisel (codering P; wordt verder niet behandeld).

Veiligheidsschoeisel

Als we inzoomen op veiligheidsschoeisel, is het uitgangspunt een basispakket (Klasse SB) waaraan de schoenen moeten voldoen. Dit basispakket heeft een aantal basiseigenschappen:

Materialen       
  • Juiste mechanische eigenschappen
  • Juiste dikte
Constructies
  • Stalen of kunststof neus die een impact van 200 joule en een
  • constante drukbelasting van 15 kN moet kunnen weerstaan
  • Schachthoogte
Eigenschappen
  • Corrosiebestendigheid neus
  • Energieopname neus
  • Energieopname

 

 

 

 

 

 

 

 

Aanvullend kunnen de volgende eigenschappen/symbolen in het schoeisel zichtbaar zijn.

Tabel 2. Symbolen van aanvullende eigenschappen

Eisen Symbool in schoeisel

Indringingsweerstand

Elektrische weerstand

Geleidend schoeisel

Antistatie schoeisel

Elektrisch isolerend schoeisel

Weerstand tegen vijandige omgevingen

Isolatie tegen warmte

Isolatie tegen koude

Energieabsorberende regio

Weerstand tegen water (schoeisel van klasse I)

Middenvoetsbeentje bescherming

Enkelbescherming

Indringing en opname van water van de bovenzijde (schoeisel van klasse I)

Snijweerstand

Loopzool met profiel

Weerstand van de zool tegen warmte

Weerstand van de zool tegen brandstof/stookolie

P

 

C

A

Zie EN 50321

 

HI

CI

E

WR

M

AN

WRU

CR

 

HRO

FO

Vervolgens zijn veiligheidsschoenen verder in te delen op basis van aanvullende beschermingseisen. Afhankelijk van de klasse worden de volgende categorieën onderscheiden:

Klasse I
S1 Stalen neus en gesloten hiel, antistatische eigenschappen en energieabsorberende hak
S1-P Als S1, maar dan met stalen of kunststof tussenzool
S2 Als S1, aangevuld met waterdichtheid tot ca. 30 minuten
S3 Als S2, aangevuld met waterdichtheid tot ca. 70 minuten en penetratiebestendige tussenzool (staalof kunststof)
Klasse II
S4 Volledig waterdichte laars met gesloten hielpartij, antistatische zool, energieabsorberende hak en oliebestendig
S5 Als S4, maar dan met stalen of kunststof tussenzool en zool met profiel

 

.

 

 

 

 

 

Afbeelding 1. Respectievelijk schoen S3, laars S3, laars S5

 

Werkschoeisel

Als we inzoomen op werkschoeisel, is het uitgangspunt een basispakket (Klasse OB) waaraan de schoenen moeten voldoen.

Vervolgens is werkschoeisel verder in te delen op basis van aanvullende beschermingseisen. Afhankelijk van de klasse onderscheiden we de volgende categorieën:

Klasse I

O1
  • gesloten hiel
  • antistatische eigenschappen
  • energieabsorberende hak
O2 Als O1, aangevuld met waterdichtheid tot ca. 30 minuten
O3

Als O2, aangevuld met waterdichtheid tot ca. 70 minuten en loopzool met profiel

Klasse II

O4
  • antistatisch schoeisel
  • energieabsorberende hak
O5 Als O4, aangevuld met stalen of kunststof tussenzool en zool met profiel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere markeringen

Alle veiligheids- en werkschoeisel moet worden gemerkt met:

  1. maat;
  2. fabrikant;
  3. typeaanduiding van de fabrikant;
  4. fabricagejaar en (ten minste) kwartaal;
  5. norm, bijv. ISO 20345:2011;
  6. symbolen (s) uit tabel 2.

De markeringen voor 5 en 6 moeten naast elkaar worden geplaatst.

Selectie van schoeisel

Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden zijn er altijd gezondheid- en veiligheidsrisico’s aanwezig. Door middel van een RI&E moeten deze risico’s in kaart worden gebracht. Indien deze niet volledig middels collectieve maatregelen kunnen worden voorkomen/verlaagd, mogen PBM’s worden toegepast. De selectie hiervan moet zorgvuldig gebeuren door:

  • beoordelen van de aard van de risico’s;
  • duur en frequentie van het risico;
  • individuele kenmerken van de werknemer.

Verschillende risico’s

Indien uit de RI&E blijkt dat schoeisel nodig is om de restrisico’s te voorkomen, zijn er twee zaken die spelen, namelijk risico’s:

  • uit het werk (mechanisch, chemisch, elektrisch, thermisch);
  • door het gebruik van ongeschikt of beschadigd schoeisel (waaronder ongemak, onvoldoende bescherming).

Mechanische risico’s

Bescherming tegen stoten en druk

Tabel 3. Bescherming tegen stoten en druk

Bescherming en markering

Gebruikstoepassing (voorbeelden)

Neuzen (SB, S1 t/m S5)

Kans op vallende voorwerpen op de voet

Bescherming middenvoetsbeentje (M)

Uitgebreidere bescherming dan alleen neus (mijnbouw, werken met stenen)

Bescherming enkel (AN)

 Mijnbouw, werken met stenen

 

Bescherming tegen knippen, penetratie of scherpe voorwerpen

Tabel 4. Bescherming tegen knippenstoten en druk

Bescherming

Veiligheidsschoeisel

Werkschoeisel

Neuzen

Ja, (SB, S1 t/m S5)

Nee

Bescherming tegen penetratie

Ja (SB+P, S3, S5)

Ja (OB+P, O3, O5)

Bescherming tegen scherpe voorwerpen

Ja

Nee

 

 

 

 

 

 

 

 

Bescherming tegen schokken of trillingen

Veiligheids- of werkschoeisel (Klasse I en II) is geschikt.

Uitglijdrisico

De meeste ongevallen op de werkplek gebeuren door uitglijden. Als eerste moet dan ook door middel van een RI&E de meest geschikte vloer worden bepaald in de relatie werk-werkomstandigheden. Uiteraard moet eerst gekeken worden naar bronbestrijding (bijvoorbeeld vloeren stroever maken). Vervolgens moet worden gekeken naar het meest geschikte schoeisel in relatie tot de vloer en tegelijkertijd naar de overige risico’s die kunnen optreden.

In de norm NEN-EN-ISO 13287 ‘Persoonlijke beschermingsmiddelen - Schoeisel - Beproevingsmethode voor de bepaling van slipweerstand’ wordt een sliptest gedefinieerd. Het is niet mogelijk om in een laboratorium alle mogelijk voorkomende situaties uit te testen. Zelf uitproberen blijft dan ook noodzakelijk.

Uit de test volgt een drietal categorieën:

  • SRA: getest op keramische tegels, bevochtigd met verdunbare zeepoplossing;
  • SRB: getest op gladde stalen vloer met glycerol;
  • SRC:getest op beide bovenstaande aspecten.

Let op: ‘antislipschoeisel’ biedt geen volledige bescherming tegen uitglijden: opruimen van de gemorste vloeistoffen luidt derhalve de boodschap.

Chemische risico’s

Bij chemische risico’s is het belangrijk gebruik te maken van schoeisel dat is getest conform de ISO 13832-1. Er wordt getest op twee aspecten: afbraak (degradatie) en doordringbaarheid.

De keuze van het schoeisel is afhankelijk van de chemische stof waaraan deze wordt blootgesteld. Zolen van veiligheidschoeisel, bestand tegen stookolie, hebben de codering F0, S1 t/m S5. Werkschoeisel waarvan de zolen bestand zijn tegen stookolie hebben de codering F0.

Bij het werken met brandbare chemicaliën is het aan te raden om antistatisch schoeisel te dragen.

Elektrische risico’s

Antistatisch schoeisel

Antistatisch schoeisel (symbool A in tabel 2) is ontworpen om statische lading op het lichaam af te voeren naar aarde, en biedt tegelijkertijd bescherming tegen net(wissel)spanning tot 240 V.

Antistatisch schoeisel wordt gebruikt op plaatse waar vluchtige stoffen aanwezig (kunnen) zijn en waarbij vonkoverslag door statische oplading van het lichaam brand en/of explosie kunnen veroorzaken maar ook bescherming tegen genoemde netspanning noodzakelijk is.

Antistatisch schoeisel kan ook worden toegepast ter verhoging van het comfort van de mensen.

Let op:

  • Gebruik van antistatisch schoeisel geeft geen garantie op voldoende bescherming tegen elektrische schokken omdat het niet volledig isolerend is.
  • Vanaf klasse S1 is schoeisel standaard voorzien van een antistatische zool.

Geleidend schoeisel

Geleidend schoeisel (symbool C in tabel 2) is ontworpen om zowel netspanning als statische elektriciteit in een zo kort mogelijke tijd naar de aarde af te laten vloeien. Dit vanwege het risico van ontsteken van licht ontvlambare dampen of van stof als er wordt gewerkt in een omgeving met verhoogd explosiegevaar.

Specifieke toepassingen zijn bijvoorbeeld de petrochemische industrie en munitiewerkplaatsen.

Vervuiling van de zolen kan de weerstand van het schoeisel verhogen en de elektrische geleidbaarheid verlagen. De weerstand van de vloer mag de bescherming van het schoeisel niet teniet doen.

Isolerend schoeisel voor werken met elektriciteit

Isolerend schoeisel is ontworpen om te voorkomen dat spanning naar aarde wordt afgevoerd. Dit vereist schoeisel met hoge weerstand.

Voor het werken in elektrische installaties en elektrochemisch werk zijn twee klassen gespecificeerd (NEN-EN 50321):

  • klasse 00: voor gebruik in installaties waarbij de nominale spanning niet hoger is dan 500 V AC of 750 V DC;
  • klasse 0: voor gebruik in installaties waarbij de nominale apanning hoger is dan 1000 V AC of 1500V DC                      .

Gebruikte markering/symbolen (volgens NEN-EN-ISO 20345):

  • dubbele driehoek;
  • bij gebruik kleuren: lichtbruin voor klasse 00 en rood voor klasse 0;
  • klasse.

Risico bij koude/warme omgeving

Veiligheidsschoeisel (Klasse I of II) kan ontworpen zijn voor gebruik in een koude/warme omgeving door integratiegebruik van isolatie. Voor gebruik zie tabel 5.

Tabel 5. Bescherming tegen koude en warme condities

Bescherming

Gebruiksvoorbeelden

Warmte-isolatie van de zool (HI)

Gieterijen/wegwerkers

Warmteweerstand van de buitenzool (HRO)

Gieterijen/laswerk

Koude-isolatie van de binnenzool (CI)

Buiten werken bij koude/in vriescellen

 

 

 

 

 

 

 

Aanbevolen wordt om bij koude ook gebruik te maken van isolerende sokken.

Gebruik in droge en warme condities

In droge en warme omstandigheden is het raadzaam gebruik te maken van schoeisel van de categorieën SB, SI, OB, OI of om klompen te dragen.

De dampdoorlatendheid van het bovenste deel moet zo hoog mogelijk zijn.

Gebruik in natte condities

In natte omstandigheden is het raadzaam om gebruik te maken van volledig rubber of volledig gepolymaliseerd schoeisel. Alternatief is leren schoeisel dat voldoet aan de eisen tegen binnendringen van water/wateropname van het bovendeel (WRU of categorieën S2, S3, O2, O3).

Let op: onder natte omstandigheden is uitglijden een groot risico. De slipweerstand van het gebruikte schoeisel moet zwaar meewegen in de keuze!

Pasvorm

Veiligheidsschoeisel is verkrijgbaar in verschillende uitvoeringen. Er bestaan zowel modellen voor mannen als voor vrouwen.

Schoeisel moet goed zitten. Helaas hanteert elke producent/leverancier zijn eigen maatvoering qua lengte en breedte, waardoor er niets anders overblijft dan schoenen te passen.

Belangrijk bij het passen:

  • Pas je schoenen met de sokken die je normaal ook zou dragen.
  • Je moet je tenen kunnen bewegen.
  • Je voeten mogen niet schuiven (als je voeten op een hellend vlak naar voren schuiven in het schoeisel, is het schoeisel ongeschikt).

Onderhoud

Veiligheidsschoenen en -laarzen moeten goed worden onderhouden. Nu en dan een poetsbeurt, zoals bij de schoenen die je in je vrije tijd draagt, is niet genoeg. Leren werkschoenen moeten regelmatig en zorgvuldig worden behandeld met leervet. Als dit niet gebeurt, blijven ze niet waterdicht. Ook mogen veiligheidsschoenen niet op of bij de verwarming worden gezet om ze te laten drogen: het leer gaat dan barsten of scheuren. Laat vochtige schoenen dus gewoon drogen bij kamertemperatuur.

Voor gebruik moet de gebruiker het schoeisel controleren op zichtbare gebreken. Zie hiervoor de tool ‘Controle schoeisel voor gebruik’.

De duurzaamheid van schoeisel is afhankelijk van de mate van gebruik. Het maximale gebruik van schoeisel met polyurethaan zolen is drie jaar. Deze verouderingstermijn mag niet worden overschreden.

Isolerend schoeisel moet droog zijn wanneer het wordt bewaard. Vóór elk gebruik moet isolerend schoeisel gecontroleerd worden door de drager op zichtbare schade.

Indien van toepassing moet de isolatieweerstand ten minste elke zes maanden worden gecontroleerd door een deskundige, zoals gespecificeerd in EN 50321.

Tot slot

Kapotte veiligheidsschoenen of -laarzen moeten worden gerepareerd of vervangen. Het werken op veiligheidsschoeisel met losgeraakt stiksel, gaten in de zolen of kapotte neuzen is net zo gevaarlijk als wanneer je op je gewone schoenen zou werken. Zie ook de tool ‘Controle schoeisel voor gebruik’.

Normverwijzing

NEN-EN 13832-1

Schoeisel voor de bescherming tegen chemicaliën

Deel 1: Terminologie en beproevingsmethoden

NEN-EN 50321 Elektrisch isolerend schoeisel voor gebruik bij laagspanningsinstallaties
NEN-EN-ISO 13287

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Schoeisel

Beproevingsmethode voor de bepaling van slipweerstand

NEN-EN-ISO 20345

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Veiligheidsschoeisel

NEN-EN-ISO 20347

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Werkschoenen

R-CEN-ISO/TR 18690 Praktijkrichtlijn voor de keuze, gebruik en onderhoud van veiligheids- , beschermings- en werkschoeisel en andere persoonlijke beschermingsmiddelen voor voet- en beenbescherming