Relatie opdrachtgever en zelfstandige veiligheidskundige onder vergrootglas

Print
Arbobeleid
Met de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties zou er wel eens een einde kunnen komen aan de schijnzelfstandigheid van veel zzp’ers. Dus ben je zelfstandige veiligheidskundige? Dan is het verstandig om de komende maanden alle ontwikkelingen op dit gebied te blijven volgen, om onaangename verrassingen te voorkomen.

De zzp’er, zelfstandige zonder personeel, of, beter gezegd, de schijnzelfstandige, is altijd een vreemde eend in de bijt geweest. Dat zijn ondernemers die eigenlijk niet te onderscheiden zijn van een werknemer. Dit bijvoorbeeld omdat ze, bij dezelfde onderneming, in het verleden werknemer zijn geweest of omdat ze precies hetzelfde werk doen als hun collega’s die in loondienst zijn.

Aantal schijnzelfstandigen
Schattingen zijn dat dit geldt voor zo’n 20% van de ruim 800.000 zzp’ers die Nederland inmiddels rijk is. Dat zijn dus zo’n 160.000 personen die op papier ondernemer, maar in werkelijkheid gewoon werknemer zijn. Iedereen kent in zijn omgeving wel één of meerdere van dat soort zzp’ers. Ook veel veiligheidskundigen zijn zzp’er. Het hangt van de inhoud van hun werkzaamheden af of ze ook schijnzelfstandigen zijn.

Schijnzelfstandige in strijd met arbeidsrecht
De schijnzelfstandige zzp’er is al lang een omstreden figuur in Nederland. In Nederland kennen we een dwingend werknemersbegrip. De achtergrond hiervan is dat de werknemer de zwakke partij is, die met allerlei verplichte regels moet worden beschermd. Dat systeem is niet facultatief. Het is dus niet de bedoeling dat personen zelf kunnen kiezen of ze als werknemer willen worden aangemerkt of niet. De schijnzelfstandige zzp’er doet dat wel. Hij doet zijn ondernemershoed op en onttrekt zich zo aan de bescherming die de werknemer toekomt.

Met name sinds de aanvang van de crisis komen de nadelen voor de schijnzelfstandige naar voren. Een belangrijk deel van de leegloop in de nijverheid is afgewenteld op de zzp’ers. Zij hebben hun inkomen sterk zien dalen. Dit was niet op deze manier mogelijk geweest indien de zzp’ers in loondienst waren geweest. Bovendien zijn de meeste zzp’ers niet verzekerd voor arbeidsongeschiktheid en hebben zij geen toereikende pensioenvoorziening.

Schijnzelfstandige in strijd met belastingrecht
Ook in het belastingrecht is er sprake van een dwingend werknemersbegrip. Indien je voldoet aan het gestelde in de Wet op de loonbelasting, dan ben je een werknemer en moet je werkgever loonbelasting (en sociale premies) inhouden en afdragen. Ben je een (echte) ondernemer, dan hoeft dat niet. In dat geval kom je ook in aanmerking voor zelfstandigenaftrek. Dat wil zeggen dat zelfstandigen minder belasting betalen en goedkoper kunnen werken dan een werknemer met hetzelfde salaris.

Ook in het belastingrecht is het niet de bedoeling dat personen zelf kunnen kiezen om als werknemer of als ondernemer te worden aangeslagen. In het verleden kwam het dan ook regelmatig voor dat de Belastingdienst of het UWV naheffingsaanslagen oplegden aan opdrachtgevers van schijnzelfstandige zzp’ers. Dat bracht veel onrust met zich mee.

Verklaring arbeidsrelatie (VAR)
Daarvoor is in 2005 de zogenaamde Verklaring arbeidsrelatie (VAR) geïntroduceerd. Als een opdrachtgever een VAR ontving van een zzp’er, dan was hij daarmee gevrijwaard van naheffingen loonbelasting en sociale premies. Een opdrachtgever kon daarmee betrekkelijk zorgeloos gebruik maken van zzp’ers. De VAR heeft dan ook op belangrijke wijze bijgedragen aan de groei van het aantal zzp’ers in de periode vanaf 2005.

Hernieuwde politieke aandacht
De laatste jaren echter heeft de politiek de schijnzelfstandige weer op de korrel. Vanaf 2012 is in de Tweede kamer meermaals gesproken over het terugdringen van schijnconstructies zoals de schijnzelfstandige zzp’er. Daarbij is gesproken over werknemersbescherming die de schijnzelfstandige zzp’er ontbeert. Ook is er (natuurlijk) gesproken over de belasting die de overheid misloopt omdat er ten onrechte gebruik wordt gemaakt van de zelfstandigenaftrek.

Meerdere maatregelen zijn daarbij overwogen. Er is gesproken over het verplicht verzekeren van zzp’ers tegen arbeidsongeschiktheid. Ook is er gesproken over een verplichte pensioenverzekering voor zzp’ers. Voor wat betreft de belasting is gesproken over de afschaffing van de zelfstandigenaftrek. Dat zou betekenen dat alle kleine zelfstandigen meer belasting zouden gaan betalen. Deze maatregelen hebben het (gelukkig) allemaal niet gehaald.

Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties: afschaffen VAR
Wel is besloten dat de VAR in 2016 zal worden afgeschaft. Daarvoor in de plaats komen voorbeeldovereenkomsten waarvan zzp’ers en hun opdrachtgevers verplicht gebruik moeten gaan maken. In deze overeenkomsten komen de kenmerken van een (echte) ondernemer naar voren. Dat zou het onmogelijk moeten maken om, binnen de modelovereenkomst, als schijnzelfstandige aan de slag te gaan.

Tot zover niets nieuws. Ook het aanvraagformulier voor de VAR bevatte de vragen die een echte ondernemer van een schijnzelfstandige moesten onderscheiden. Vaak werd er door schijnzelfstandigen een loopje genomen met die vragen. Vaak ook kwamen de werkzaamheden waarvoor de VAR werd aangevraagd niet overeen met de werkelijke werkzaamheden. De opdrachtgever was het allemaal om het even. Hij was, met de VAR, immers gevrijwaard van naheffingen van de Belastingdienst.

Aansprakelijkheid opdrachtgever
Wat wel nieuw is, is dat, in de nieuwe situatie, de opdrachtgever, naast de zzp’er, door de Belastingdienst aanspreekbaar is indien de werkelijke situatie niet overeenkomt met de voorbeeldovereenkomst die gebruikt is. Daarmee keren we dus weer terug naar de situatie van voor 2005, waarin de opdrachtgever aansprakelijk is voor het voorkomen van schijnzelfstandigheid.

Wat gaat dat in de praktijk betekenen?
Dat gaat in de praktijk betekenen dat opdrachtgevers alleen nog met zzp’ers kunnen samenwerken indien dat past binnen de voorbeeldovereenkomst van de Belastingdienst. Omdat schijnzelfstandigen binnen die overeenkomst niet passen, kunnen zij, als het goed is, geen zaken meer doen als ondernemer. Zij moeten dus in loondienst treden, zoals de wetgever ook voor ogen staat. Daarmee krijgen ze de bescherming die de wetgever noodzakelijk acht. Ook verliezen ze het belastingvoordeel waarop zij, volgens de wetgever, geen recht hebben.

Als de regels werken zoals de wetgever dat bedoeld heeft, dan zou het niet meer mogelijk moeten zijn om als schijnzelfstandige aan de slag te gaan. De schijnzelfstandige zzp’ers zouden dan als echte zzp’ers aan de slag kunnen gaan. De vraag is echter of ze daar de vaardigheden voor hebben. Waarschijnlijker is dat het aantal zzp’ers in de aankomende periode met 100.000 of meer zal teruglopen. Ook het aantal personen dat gebruik maakt van de zelfstandigenaftrek zal daarmee sterk teruglopen.

Invoering
In aanvang was het de bedoeling dat de nieuwe regeling per 1 januari 2016 in zou gaan. Inmiddels is besloten om de invoering uit te stellen tot 1 april 2016. Vervolgens worden de voorbeeldovereenkomsten gefaseerd uitgebreid. Per 1 januari 2017 zou de regeling vervolgens volledig ingevoerd moeten zijn.

Er staat dus nogal wat te gebeuren voor zzp’ers en voor opdrachtgevers. Werk je als zelfstandige veiligheidskundige? Dan is het verstandig om de ontwikkelingen te blijven volgen. Waarschijnlijk is dat opdrachtgevers huiverig zullen worden voor het werken met zzp’ers, zeker als de eerste navorderingsaanslagen op de mat zijn gevallen. Leuker kunnen we het niet maken. Door goede voorbereiding echter wel makkelijker!

 

Meer over aansprakelijkheid
De veiligheidskundige aansprakelijk gesteld