Prestatie-indicatoren voor procesveiligheid

Print
Procesveiligheid
Procesveiligheid meet je aan de hand van prestatie-indicatoren. Het is van groot belang om de juiste indicatoren te kiezen en – eenmaal gekozen – op de juiste manier te gebruiken. De keuze van meetmethode helpt om het evenwicht te vinden tussen de hoeveelheid opgedane informatie en het detailniveau. Dankzij goede prestatie-indicatoren zal de procesveiligheid toenemen.

Inleiding

De opslag van gevaarlijke stoffen, het werken met hoge temperaturen en het werken met hoge drukken zorgen voor grote risico’s in de procesindustrie. Het beheersen van deze risico’s wordt procesveiligheid genoemd. Ongevallen zoals de ramp met de Deepwater Horizon in de Golf van Mexico in 2010 laten zien dat procesongevallen een enorme impact kunnen hebben op de maatschappij en op het betreffende bedrijf, in dit geval BP. Om deze reden is het belangrijk dat bedrijven en overheden inzicht hebben in de beheersing van de procesveiligheid. Een manier om inzicht te verkrijgen, is het bijhouden van prestatie-indicatoren. Deze indicatoren dienen een afspiegeling te zijn van de procesveiligheid.

 

Het opstellen en gebruiken van prestatie-indicatoren voor procesveiligheid wordt als lastig ervaren. Literatuur (Hopkins, 2007) en ongevallenonderzoeken (Baker, 2007; OVV, 2007; Buncefield; 2007) laten een aantal problemen zien:

  • complexiteit procesveiligheid en de vereenvoudiging van prestatie-indicatoren;
  • indicatoren worden verkeerd gekozen;
  • indicatoren worden verkeerd gebruikt.

 

Complexiteit procesveiligheid en vereenvoudiging van prestatie-indicatoren

Procesongevallen zijn vrijwel altijd het gevolg van een groot aantal kleine afwijkingen die op een onverwacht moment en op een onverwachte wijze tot een incident leiden. Door de complexiteit en de snelle interacties bij procesinstallaties is een dergelijk incident moeilijk te beheersen en leidt dit tot een groot procesongeval (Perrow, 1986 ‘Normal accidents theorie’). Om inzicht in de procesveiligheid te verkrijgen is het dus belangrijk informatie te hebben over veel onderwerpen met een groot detailniveau. Dit is in strijd met prestatie-indicatoren. Prestatie-indicatoren zijn juist een sterke vereenvoudiging van de werkelijkheid. Het gebruik van prestatie-indicatoren kan leiden tot het verlies van belangrijke informatie die een procesongeval hadden kunnen voorkomen. Bij het gebruik van prestatie-indicatoren is het spanningsveld tussen de breedte van de onderwerpen, de diepgang van de indicatoren en de span-of-control van groot belang.


Figuur 1. Spanningsveld tussen de span-of-control van prestatie-indicatoren en de breedte en diepgang van de indicatoren.

Risico’s

Indicatoren worden verkeerd gekozen

Het meest sprekende voorbeeld hiervan is het ongeval bij BP Texas. Het BP-management zag in de periode 1998-2004 het aantal verzuimongevallen met bijna 80% verminderen. Het management had dan ook de indruk dat het met de veiligheid goed zat. In de tussentijd had echter onvoldoende aandacht voor andere indicatoren; bijvoorbeeld een toename van 50% van het aantal ‘spills’. Op 23 maart 2005 vond op de raffinaderij van BP Texas een ontploffing plaats waarbij 15 mensen overleden en meer dan 170 personen werden verwond. Uit het ongevallenonderzoek (Baker, 2007) blijkt onder meer dat de veiligheidsprestatie-indicatoren van BP niet op procesveiligheid maar op arbeidsveiligheid waren gebaseerd. Dit gaf het management een onjuist beeld van de veiligheidssituatie.

De relatie tussen de toegepaste prestatie-indicatoren en de procesveiligheid blijkt nogal eens zwak te zijn. Verzuimongevallen zijn vaak het gevolg van struikelen of vallen en hebben een zeer zwakke relatie met procesveiligheid. Het bijhouden van verzuimongevallen is om deze reden dan ook geen goede indicator voor het meten van de procesveiligheid. Voor de prestatie-indicator ‘aantal veiligheidsrondes’ geldt hetzelfde; het merendeel van de rondes heeft betrekking op goodhousekeeping en het niet-dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Het is belangrijk dat de indicatoren een duidelijke relatie hebben met de procesveiligheid.

 

Indicatoren worden verkeerd gebruikt

Vrijwel elk management heeft de neiging de prestatie-indicatoren te gaan managen in plaats van het proces dat gemeten worden. Hopkins (2007) geeft een voorbeeld waarbij het aantal open actie-items van audits wordt gemeten als prestatie-indicator voor de veiligheid. Er zijn twee methoden waarbij deze prestatie-indicator kan worden verbeterd. De eerste methode is om meer actie-items te sluiten door er meer mankracht voor vrij te maken en er meer aandacht aan te geven. De tweede methode is om actie-items makkelijker te sluiten waardoor de kwaliteit minder wordt. Het komt regelmatig voor dat bedrijven voor de laatste optie kiezen. Dit leidt ertoe dat de prestatie-indicator verbetert maar de kwaliteit van het proces verslechtert.

Bij het gebruik van prestatie-indicatoren dient ervoor gewaakt te worden dat niet de indicator wordt gemanaged, maar het proces.

 

Oplossing/maatregelen

Om een oplossing te vinden voor bovenstaande problemen, kunnen twee soorten van prestatie-indicatoren worden bijgehouden:

  • Prestatie-Indicatoren op Top dimensie, de PIT-indicatoren;
  • Prestatie-Indicatoren voor Prioritaire risico’s, de PIP-indicatoren.

De PIT-methode meet de prestaties van een aantal verschillende onderwerpen die een belangrijke invloed hebben op de procesveiligheid. Deze onderwerpen bevinden zich op organisatie-, management- en/of cultuurniveau. De prestatie-indicatoren geven het management informatie over de stand van zaken over deze onderwerpen op basis waarvan het een strategische beslissing kan nemen. Door te meten op een ‘hoog’ organisatieniveau wordt weliswaar ingeboet op detailniveau, maar de indicatoren geven wel een voorspellende waarde voor een groot aantal aspecten op de lagere niveaus.

Voor de belangrijkste risico’s van een bedrijf, de zogenoemde prioritaire risico’s, wordt de PIP-methode toegepast. Door op hoog detailniveau het risicomechanisme te bestuderen worden er prestatie-indicatoren vastgesteld.

 

PIT-methode

Bij de PIT-methode worden vijftien elementen gemeten. Voor elk element worden vijf niveaus onderscheiden die aansluiten op de cultuurniveaus van Hudson. Het laagste niveau is pathologisch, het hoogste niveau is generatief. Bedrijven die sec voldoen aan de wet- en regelgeving, bevinden zich op niveau 3.


null

PIP-methode

Bij de PIP-methode wordt in teamverband voor de meest belangrijke risico’s het risicomechanisme in kaart gebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de ‘bow-tie’ methode, omdat deze goed inzicht geeft in het risicomechanisme. Het team geeft vervolgens aan welke barrières het meest kritisch zijn en derhalve gemeten moeten worden. Voor deze barrières wordt op verschillende niveaus de invloedssfeer bepaald, waarbij ook een prestatie-indicator wordt vastgesteld.


null

Conclusies/aanbevelingen

Voor het succesvol gebruiken van prestatie-indicatoren is een aantal zaken van belang:

  • deskundigheid;
  • weet wat je niet meet;
  • niet verder vereenvoudigen.

 

Deskundigheid

Omdat bij het PIT-instrument de prestatie-indicatoren op een kwalitatieve wijze worden vastgesteld, is een deskundige auditor noodzakelijk. De auditor moet goed kunnen onderbouwen waarom een veiligheidsniveau gekozen is. Kennis over organisaties en de werking van managementsystemen is vereist voor het gebruik van het PIT-instrument. Bij het PIP-instrument dient een deskundig persoon het team te begeleiden in het proces van het kiezen van het prioritaire risico tot het kiezen van de prestatie-indicatoren.

Een tweede aspect bij het gebruik van prestatie-indicatoren is dat de indicatoren worden vastgesteld door een onafhankelijk persoon. Op deze wijze wordt voorkomen dat een directeur of manager zijn eigen indicatoren vaststelt en er een risico is voor een ‘conflict of interest’.

 

Weet wat je niet meet

Met name bij het PIP-instrument dien je je te realiseren dat slechts de beheersing van één prioritair risico wordt gemeten. Bij de meeste bedrijven komen tientallen prioritaire risico’s voor. Periodiek (bijvoorbeeld elke drie jaar) dient te worden geverifieerd of nog steeds het juiste risico wordt gemeten.

 

Niet verder vereenvoudigen

Het PIT-model is al een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Het is niet verstandig om bijvoorbeeld een gemiddelde weer te geven van de 15 beoordeelde elementen. Veel informatie zou verloren gaan en elementen die verbetering behoeven, worden ‘uitgemiddeld’ door goede elementen. Hierdoor gaat de focus van het instrument verloren.

 

Beter inzicht in procesveiligheid, maar geen garanties

Procesveiligheid is complex waarbij veel verschillende en onverwachte situaties tot een zwaar procesongeval kunnen leiden. Doordat bij het gebruik van prestatie-indicatoren de procesveiligheid wordt vereenvoudigd, kan belangrijke informatie worden gemist. Bij het gebruik van het PIT- en PIP-model wordt op veel aspecten de procesveiligheid gemeten en voor de meest belangrijke risico’s op hoog detailniveau de risicobeheersing weergegeven. Bedrijven met goede prestatie-indicatoren hebben zodoende meer inzicht in de zwakke plekken in hun organisatie en kunnen de risicobeheersing verbeteren. De kans op een procesongeval zal echter nooit nul worden, voor een bedrijf met goede prestatie-indicatoren zal de kans op een procesongeval echter wel sterk afnemen.