Pas op: niet gesprongen explosieven (NGE)

Print
Arbeidsplaatsen
In de bodem liggen nog talloze bommen en granaten uit de Tweede Wereldoorlog
In Nederland zijn in de Tweede Wereldoorlog veel explosieven en munitie achtergebleven die niet tot ontploffing zijn gekomen. Die vatten wij samen onder de verzamelnaam 'conventionele explosieven’. Deze bommen waren niet chemisch, nucleair of biologisch van aard. Er zijn diverse redenen te noemen om deze niet gesprongen explosieven (verder te noemen als NGE) op te sporen en onschadelijk te maken of op een veilige plaats tot ontploffing te brengen.

De twee belangrijkste redenen om ze op te sporen en onschadelijk te maken zijn:

  1. Gebiedsontwikkeling
  2. Omgevingsveiligheid

Nederland is een welvarend land. Met het groeiende aantal mensen is onze ruimte beperkt. Dat betekent dat er spaarzaam moet worden omgegaan met vierkante meters. Gebieden worden ontwikkeld. Gefaseerd wordt een initiatief of een idee uitgewerkt, voorbereid en uitgevoerd om vervolgens in exploitatie te worden genomen. Denk bijvoorbeeld aan woning- en utiliteitsbouw, herstructurering en/of optimalisering van de infrastructuur (spoor- en wegennet). Dit gaat veelal nooit zonder dat een schop in de grond verdwijnt of op een andere manier de grond wordt geroerd. Afhankelijke van de locatie of plaats bestaat nog steeds de mogelijkheid explosieven tegen te komen.

Heeft een gemeente plannen om een gebied te ontwikkelen dan kan zij besluiten deze gebiedsontwikkeling over te laten aan een gebiedsontwikkelaar. Het proces van een ontwikkelaar is vaak op te delen in vier fasen: initiatief, voorbereiding, uitvoering en gebruik. De eerste drie fasen hebben betrekking op de ontwikkeling van de locatie en de laatste op de exploitatie ervan.

Een gebiedsontwikkelaar, organisatie of persoon die het plan heeft om grondverzet van welke aard te plegen is verplicht om te informeren bij de gemeente naar de mogelijke aanwezigheid van NGE. Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit (artikel 4.1b) heeft een werkgever de plicht om de gezondheid en veiligheid van werknemers die deze activiteiten uitvoeren zeker te stellen. Het uitvoeren van een risico-inventarisatie en evaluatie maakt daar onderdeel van uit (Arbeidsomstandighedenwet; artikel 5).

Een burgemeester echter is eindverantwoordelijk (Gemeentewet; artikel 175 en 176) voor de openbare orde en veiligheid binnen zijn of haar gemeente.

Dit artikel gaat in op de wijze waarop met Niet Gesprongen Explosieven wordt omgegaan indien in de grond wordt geroerd.

 

Ontwikkeling van een gebied

Bij de ontwikkeling van een gebied kan het van belang zijn om een explosievenonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek behelst de vaststelling of in de (water)bodem van een gebied of locatie conventionele explosieven aanwezig zijn als men het voornemen heeft om grondroerende activiteiten uit te voeren.

Deze kunnen zijn: hei- en funderingswerk, rioleringswerk, werkzaamheden aan kabels en leidingen, wegen- en bruggenbouw, spoorbouw, gestuurde boorwerkzaamheden, aanleg van parkeergarages, tunnelbouw, sondering-werkzaamheden, baggerwerkzaamheden , dijkverbetering en -verzwaringswerkzaamheden.

Het vooronderzoek (bijgevoegd pdf van een stroomschema vind je onder Veiligheidstools) vangt dus aan na het initiatief voor het laten voeren van grondroerende activiteiten. Vaak ligt de verantwoordelijkheid bij de opdrachtgever.

Om gestructureerd te werk te gaan is een bureaustudie noodzakelijk gevolgd door eventuele veldwerkzaamheden nadat is gebleken dat het te ontwikkelen gebied wordt verdacht van aanwezigheid van conventionele explosieven.

 

Bureaustudie

Tijdens een bureaustudie wordt historisch onderzoek uitgevoerd door allerlei bronnen te raadplegen. Het begint als eerste bij het nagaan of in het betreffende te ontwikkelen gebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Krantenartikelen, geschiedenisboeken en documentaires kunnen hierbij zeer bruikbaar zijn. Ooggetuigen uit WOII kunnen daarbij zeker helpen, echter als gevolg van de vergrijzing kan op hen steeds minder een beroep op worden gedaan.

De hoogte van het risico op het vinden van conventionele explosieven hangt af van een aantal factoren.

Een niet verstedelijkt gebied kan een hoog risico vormen terwijl een naoorlogse wijk dit risico juist weer tot een minimum beperkt. De hoeveelheid te roeren grond (> 100 m3) bij een vooroorlogse wijk kan eveneens aanleiding zijn om het te ontwikkelen gebied te laten detecteren.

Voorafgaand kan je ook kijken bij de VEO Bommenkaart of er op de beoogde projectlocatie al Vooronderzoek en Opsporing is uitgevoerd. Gespecialiseerde en volgens het WSCS-OCE gecertificeerde bedrijven delen in deze applicatie informatie over uitgevoerde Vooronderzoeken en Opsporingsprojecten. Op explosievenopsporing.nl staat de bommenkaart.

 

Veldwerkzaamheden

Bij de opsporing van conventionele explosieven is wettelijk vastgesteld dat gebruik moet worden gemaakt van opsporingsbedrijf dat is gecertificeerd op basis van het zogenoemde Werkveldspecifieke certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE).

De inhoud van dit certificatieschema omvat onder meer de volgende aspecten waaraan eisen worden gesteld:

  • Proces (de wijze waarop het opsporingsbedrijf haar proces beheerst, documenteert en optimaliseert);
  • Organisatie (gekwalificeerd personeel);
  • Management van personeel;
  • Inzet van middelen.

Vaak is een aannemer de partij die een gecertificeerd opsporingsbedrijf inschakelt.

Het opsporingsproces bestaat uit de volgende aspecten:

  1. Vooronderzoek (bureaustudie);
  2. Detecteren, lokaliseren en interpreteren;
  3. Laagsgewijze ontgraving;
  4. Bij vondsten identificeren en documenteren van conventionele explosieven;
  5. Veiligstellen van omgeving en markeren vondsten;
  6. Overdragen aan EOD;
  7. Samenstellen overdrachtsdossier.

 

Ruiming

Ruiming gebeurt door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD). Jaarlijks ruimt de EOD in Nederland gemiddeld 2.500 explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Ook komt de opruimingsdienst in actie bij verdachte pakketjes op een vliegveld, in een trein of bijvoorbeeld in een winkelstraat. Treft een vissersschip een vliegtuigbom in haar netten, dan schakelt de kustwacht de EOD in.

Ook bij missies in het buitenland (bijvoorbeeld Afghanistan) komt de EOD in actie. Explosieven voor de veiligheid van de eigen troepen worden eveneens ontmanteld. Hierbij is er vaak sprake van geïmproviseerde explosieven, ook wel improvised explosive devices (IED’s).

 

Blindganger of verdacht object

Wat als ondanks een bureaustudie en het nodige veldwerk toch een conventioneel explosief als blindganger of verdacht object wordt aangetroffen?

Voor de werknemers geldt:

  • Raak de blindganger of het verdachte object niet aan;
  • Schakel apparaten en machines die trillingen veroorzaken onmiddellijk uit;
  • Verlaat direct het gebied waar dit object zich begeeft;
  • Meld de vondst direct aan de projectleider en uitvoerder.

De projectleider informeert de opdrachtgever, directie en indien aanwezig de afdeling communicatie. Aansluitend schakelt de projectleider de politie in. Een aannemer heeft niet de bevoegdheid om de EOD in te schakelen. De politie schakelt de EOD in.

De ruimploeg van de EOD komt vervolgens het verdachte object of de blindganger onderzoeken en deze indien noodzakelijk onschadelijk maken. In het laatste geval informeert de politie de burgemeester en de ambtenaar openbare orde en veiligheid.

Indien voor de ruiming van een conventioneel explosief een woongebied moet worden ontruimd dan zal de burgemeester de nodige (nood)maatregelen treffen en met de omwonenden hierover communiceren. Vanuit de gemeente vindt zogenaamde crisiscommunicatie plaats.

 

Veilige afstand

De veilige afstand hangt af van de netto-explosieve massa van het explosief en het materiaal en overige fragmenten waaruit het explosief bestaat in verband met scherven die als gevolg van een explosie kunnen vrijkomen. Binnen deze zogenoemde schervengevarenzone mogen geen mensen aanwezig zijn tenzij ze zich bevinden in een gebouw met harde bovendekking. Met overige fragmenten wordt bedoeld fragmenten van bijvoorbeeld vliegtuigbommen zoals ophangogen en bodemplaat die zich verder verplaatsen dan fragmenten van de bommantel.

Een veilige afstand voor een explosief met een netto-explosieve massa van 1 kg kan al snel zo’n 250 meter bedragen.

Bij zwaardere explosieven kan dit een veelvoud van deze afstand zijn. Soms kunnen scherven bij een ontploffing enkele kilometers wegvliegen. Naast de EOD is alleen een gecertificeerd opruimingsbedrijf in staat en bevoegd om  de veilige afstand bepalen. Zij geven aan wat de veilige ruimte is waarin nog activiteiten kunnen plaatsvinden.

 

Samengevat

In Nederland is ruimte voor gebiedsontwikkeling schaars. Locaties die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn blootgesteld aan bombardementen vormen risicogebieden. Voorafgaand aan grondroerende activiteiten moet eerste een bureaustudie worden uitgevoerd. Daarnaast wordt aan de hand van strenge procedures veldwerk gedaan. Conventionele explosieven (CE) worden opgespoord, in kaart gebracht en veiliggesteld. Aansluitend wordt door de overheid op gecontroleerde wijze een CE ontmanteld of tot ontploffing gebracht.

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen komt het in de praktijk toch voor dat mensen tijdens grondroerende activiteiten op een blindganger of een verdacht object stuiten. In dat geval is voorzichtigheid geboden. Staken van werkzaamheden, eigen werknemers en de omgeving veiligstellen en de overheid informeren is wat er moet gebeuren. Zodat op een gecontroleerde manier explosiegevaar wordt voorkomen en schade aan mens, objecten en milieu niet kan plaatsvinden.

 

Stroomschema (zie ook onder Veiligheidstools):

 

pastedGraphic.png

 

Conclusie

Met de beperkte ruimte waarover wij in Nederland beschikken moet spaarzaam worden omgegaan. Voordat een gebied wordt ontwikkeld moet eerst een verkennend onderzoek worden uitgevoerd. Dat betekent dat bij de gemeente navraag moet worden gedaan of het te ontwikkelen gebied vrij is van NGE.

 

Wettelijk kader, richtlijn en normen en gebruikte bronnen

De relevante wet- en regelgeving bij NGE is verspreid:

  • Wet Wapens en Munitie: NGE uit de Tweede Wereldoorlog vallen onder deze wet (Wet van 5 juli 1997, houdende regels inzake het vervaardigen, verhandelen, vervoeren, voorhanden hebben, dragen enz. van wapens en munitie);
  • Wet op de Veiligheidsregio’s (Wet houdende regels op het gebied van de rampenbestrijding en de voorbereiding daarop);
  • Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006. (Staatsblad 2006, 711). Dit besluit regelde o.a. de financiële bijdrage van de Rijksoverheid. Het bijdragebesluit is per 1 oktober 2009 ingetrokken en vervangen door een financiering via het gemeentefonds;
  • Arbeidsomstandighedenregeling (wijziging opsporen conventionele explosieven, Staatscourant 10 april 2007). Hierin is bepaald dat bedrijven die werkzaamheden samenhangende met het opsporen van explosieven verrichten, in het bezit dienen te zijn van een procescertificaat opsporen conventionele explosieven;
  • Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat "Opsporen Conventionele Explosieven" (BRL-OCE), versie 2007-02, d.d. 8 februari 2007. Deze BRL bevat de eisen, waaraan een bedrijf moet voldoen om gecertificeerd te kunnen worden;
  • Ministerieel besluit WSCS – OCE 2012. Dit is een richtlijn waar aan moet worden voldaan bij een explosieve opsporing;
  • Gemeentewet, onder andere artikel 160, 172, 175 en 176.
  • Gemeente Lansingerland; ‘’Beleid niet gesprongen explosieven’’. Geschreven door Teunissen, M. Datum 16-06-2011 versie 1.0

 

Overige bronnen:

www.wetten.nl

www.overheid.nl

www.beobom.nl

Zoekwoorden: 
NGE
Granaten
Tweede Wereldoorlog
Explosieven
Bodemonderzoek
EOD