Hoe te handelen bij morsen van gevaarlijke stoffen

Print
Gevaarlijke stoffen
Veel bedrijven zijn slecht voorbereid op hoe te handelen bij een morsincident met gevaarlijke stoffen. Vaak is er wel een bedrijfsnoodplan. Deze beschrijft echter veelal alleen maar de meer standaard incidentscenario’s zoals hoe te handelen bij een brand, hoe een ontruiming geregeld moet worden en wat te doen bij een ongeval met letsel. Soms wordt er ook beschreven hoe met agressie-incidenten om te gaan en wat te doen bij een bommelding of een poederbrief. Zelden staat beschreven hoe te handelen bij een incident waarbij chemische stoffen betrokken zijn: een spill (mors)-incident of een voorval waarbij een medewerker een chemische stof over zich heen krijgt.

Vreemd, gelet op het feit dat in veel bedrijven met chemische stoffen wordt gewerkt.

Wat te doen bij een spill?

Uitgegaan wordt van een spill met een vloeistof. Dus vloeistof loopt uit een verpakkingseenheid ongecontroleerd over de vloer de ruimte in. Wat nu te doen wanneer er zo’n morsincident plaatsvindt? Bijvoorbeeld een fles met een gevaarlijke vloeistof valt kapot op de grond, een jerrycan lekt, met de lepels van een vorkheftruck wordt een vat doorboort die vervolgens lek raakt. Allemaal incidenten waarbij er ongecontroleerd vloeistof over de vloer uitstroomt.

Een goede maatregel is de vloeistofplas af te dekken. Dat voorkomt verdamping en daardoor verspreiding van dampen. Als het om brandbare stoffen gaat, kan door die verspreiding zo te beperken, de kans verkleind worden dat die dampen verderop door ontstekingsbronnen in brand raken.

Als het om stoffen gaat met gevaren voor de gezondheid, kan door het afdekken van de plas de concentratie van dampen in de ruimte verlaagd worden en wordt de blootstellingsconcentratie lager.

Voor het afdekken van zo’n plas kunnen absorptiemiddelen worden gebruikt. Daarvoor dienen echter wel de goede middelen te worden gebruikt. Bekend is dat bij morsen van geconcentreerd zwavelzuur mensen dit gingen opnemen met filtreerpapier. Het zwavelzuur reageerde exotherm met het organische materiaal (zetmeelvezels) in het papier. Dat papier vloog vervolgens in brand.

Het absorberen van gemorste vloeistoffen kan op vele manieren. Dit kan in de vorm van absorptiematten of -kussens (deze dekken de plas af), maar ook in de vorm van korrels. Soms kan een bak of vat er overheen gezet worden in afwachting van nadere maatregelen.

Absorptiemiddelen

Er bestaan specifieke absorptiemiddelen (spill-kits of spill-boxen). Het voordeel hiervan is dat zij de betreffende vloeistof direct neutraliseren of veel effectiever absorberen. Zo zijn er specifieke absorptiemiddelen voor zuren, voor basen, voor oliën, voor organische oplosmiddelen, en ga maar door.

Die kits zijn prima in werkruimtes waar slechts met één van deze soorten stoffen wordt gewerkt. Minder geschikt zijn zij voor ruimtes waar met een groot aantal stoffen wordt gewerkt, zoals laboratoria, chemicaliënmagazijnen, depots voor chemisch afval. Bij een incident is dan de kans op vergissingen groot en kan in de hectiek per ongeluk het verkeerde middel worden ingezet. De speciale kits zijn bovendien relatief prijzig en vaak niet in grote hoeveelheden aanwezig.

Beter is om te kiezen voor meer universele absorptiemiddelen zoals sol speedi dri, vermiculiet korrels of kattenbakkorrels of grit. Bij voorkeur korrels omdat die door de vloeistof heen zakken en dan beter van alle kanten absorberen. Poeder heeft als nadeel dat deze op de gemorste vloeistof kan blijven drijven en daardoor minder effectief de vloeistof absorbeert.

Nadeel van de universele middelen is dat na gebruik deze als chemisch afval moeten worden afgevoerd.

De universele absorptiemiddelen zijn relatief goedkoop. Een handige werkwijze kan zijn om de middelen in grootverpakking aan te schaffen en ze daarna te verdelen in kleinere verpakkingseenheden (soms worden daarvoor eenvoudige emmers met deksels of oude plastic chemicaliënpotten gebruikt), die dan in elke werkruimte worden geplaatst klaar voor direct gebruik.

Beperken van verspreiding

Om uitloop van plassen gemorste vloeistoffen te beperken, kan gewerkt worden met rollen, slangen of wormen. Deze worden om de plas heen gelegd en voorkomen dat de vloeistof zich over een groot oppervlak verspreidt.

Zuren en basen

Bij het morsen van zuren en basen heeft verdunnen met water nauwelijks effect vanwege de logaritmische schaal pH. Om van een zuurgraad van pH = 0 naar neutraal te gaan (pH = 7) is 10 miljoen liter water nodig. Hetzelfde geldt voor sterke basen (van pH =14 naar pH =7)).

Bij het morsen van zuren kan deze prima opgenomen worden met natriumcarbonaat (soda). Daarbij komt veel koolzuur vrij. Zolang het nog bruist, is er nog sprake van zuur. Dus dat vormt een goede indicatie dat nog niet alle gemorste zuur geneutraliseerd is.

Organische oplosmiddelen en oliën

Ook bij gemorste organische oplosmiddelen is verdunnen met water veelal niet effectief. Veel organische oplosmiddelen zijn niet mengbaar met water en gaan bovenop het water drijven (twee-fasensysteem). Dit betekent dat het verspreidingsoppervlak enorm toeneemt, waardoor het verdampingsoppervlak nog verder wordt vergroot. Door de grotere verdamping ontstaat er dan een grotere kans op ontsteking.

Als er ontvlambare (organische) stoffen zijn vrijgekomen, is het verstandig om snel alle vonkvormers (elektrische apparatuur/ motoren) uit te zetten. Deze kunnen immers de dampen van de gemorste brandbare vloeistoffen ontsteken met als gevolg een brand of explosie.

Alleen met zwaardere organische vloeistoffen heeft afdekken met water zin. Het water legt zich dan als een film over de organische stoffen heen en voorkomt verdamping van deze stoffen.

Bij morsen van grotere hoeveelheden giftige vloeistoffen kunnen giftige dampen vrijkomen en zich verspreiden. Om die verspreiding tegen te gaan, kan in buitensituaties overwogen worden sproeistralen in te zetten (mits de stof oplost in water, zoals bijvoorbeeld bij ammoniakdampen).

Om blootstelling aan giftige dampen te voorkomen, kan de ventilatie vol aangezet worden.

Mocht er toch brand ontstaan, dan worden de ramen en deuren gesloten om toevoer van verse lucht naar de brandhaard te voorkómen en verspreiding van rookgassen te beperken. Om dezelfde reden kan er ook voor gekozen worden de mechanische luchttoevoer te stoppen en de mechanische luchtafvoer aan te laten.

Risico op longoedeem

Dampen van bepaalde chemische stoffen kunnen giftig zijn, maar kunnen ook een etsende werking hebben. Dat kan bovendien als die stoffen via aerosolen (fijne druppeltjes) ingeademd worden. Bekend is bijvoorbeeld dat na blootstelling aan aerosolen met zuren of basen (of na inademing van dampen van deze stoffen) er vochtophoping (longoedeem) in de longen kan optreden. De longen proberen de bijtende stoffen te verdunnen door longvocht te produceren (ophoping van vocht in de longen: longoedeem). Door de ontstekingsreacties van de bijtende stoffen met de longblaasjes, ontstaat veel vocht.

Als er dan benauwdheid ontstaat, is snel actie geboden. Snel naar de afdeling spoedeisende hulp (SEH) van een ziekenhuis. Die dient dan zuurstof toe en soms ontstekingsremmers, zoals corticosteroïd hormonen of niet-steroïde ontstekingsremmers en soms plastabletten om ervoor te zorgen dat meer vocht wordt uitgeplast. Als die maatregelen niet snel worden genomen kan de patiënt verdrinken in zijn eigen longvocht.

Het verraderlijke hiervan is dat het effect pas na enkele uren op treedt. Dus na een incident waarbij medewerkers mogelijk dampen of aerosolen van etsende stoffen hebben ingeademd, is het zaak deze gedurende een periode van circa 24 uur te monitoren of deze uitgestelde effecten optreden.

Wanneer is adembescherming nodig?

De vraag is vaak of bij een spill de betreffende ruimte zonder adembescherming kan worden betreden?

Een eenvoudig vuistregel geldt dat bij vloeistoffen elke mbar dampspanning leidt tot een concentratie in de ademzone van circa 1 ppm (in ruimtes die matig geventileerd worden 2- 4-voudige ruimteventilatie).

Om na te gaan of bij een morsincident de betreffende ruimte zonder adembescherming betreedt mag worden, kan nagegaan worden hoe groot de dampspanning (vluchtigheid) van de stof is. Deze wordt dan met genoemde vuistregel omgezet in de concentratie in de ademzone. Deze wordt dan vervolgens vergeleken met de grenswaarde voor korte blootstellingstijd (het tijd gewogen gemiddelde TGG15 minuten of de plafond/Ceiling-waarde) van de betreffende stof. Ligt de berekende concentratie ruim onder die grenswaardes, dan kan zonder adembescherming kortstondig de ruimte betreden worden om in te grijpen of om een slachtoffer naar buiten te halen. Ligt de concentratie echter boven die grenswaardes, dan is eerst adembescherming vereist voordat de ruimte veilig betreden kan worden.

Dit soort berekeningen dienen natuurlijk al van te voren te worden gemaakt en niet pas wanneer er daadwerkelijk een incident optreedt. In dat laatste geval is er onvoldoende tijd en rust om die exercitie uit te voeren.

Bij een plas met beperkte omvang van vluchtige vloeistoffen kan er voor worden gekozen (althans wanneer geen slachtoffers zijn) de ruimte niet te betreden, alle vonkvormende apparatuur uit te schakelen en langdurig te ventileren.

Bij morsen op de huid

Als morsen gepaard is gegaan met morsen op de huid dan is het zaak de persoon snel onder de douche te zetten. Door het douchen wordt de stof van de huid afgespoeld en de stof kan dan niet verder inwerken op de huid.

De douche moet het dan wèl doen. Geborgd moet zijn dat de douche regelmatig wordt gecontroleerd. Gebruikelijk is om dat minimaal 1 keer per jaar te doen. Maar de controlefrequentie zou eigenlijk moeten worden bepaald op basis van de grootte van de risico’s van de werkzaamheden.

Zo zou in een verwerkingsruimte voor chemisch afval of in een zwavelzuurfabriek of in een ruimte met veel licht ontvlambare stoffen, de controlefrequentie veel groter (misschien wel wekelijks of dagelijks) moeten zijn, dan in een botanisch laboratorium waar alleen met waterige verdunde oplossingen wordt gewerkt. (Hetzelfde geldt ook voor het gebruik van oogdouches.)

Bij het douchen loopt de gevaarlijke stof naar beneden, deels de schoenen in. Als sprake is van sterk etsende stoffen, dan is het zaak zeer snel de schoenen (en sokken) uit te trekken. Immers in de schoenen spoelt het douchewater niet goed door en kan bijgevolg de etsende stof langere tijd blijven staan met grote gevolgen voor de voeten.

Bij contact van gevaarlijke stoffen met de huid of de ogen zijn er tegenwoordig middelen als diphoterine die veel effectiever werken dan met het wegspoelen door water gebeurt.

Voorzieningen

Het is handig om van tevoren bepaalde calamiteitensets klaar te hebben liggen, bijvoorbeeld op karretjes, en deze op enkele centrale plaatsen binnen het bedrijf neer te zetten. Op die karretjes horen dan materialen te liggen als absorptiemiddelen, spoelvoorzieningen voor de ogen (mogelijk ook diphoterine), geschikte handschoenen (of voor veel stoffen te gebruiken neopreen handschoenen), eventueel adembescherming, chemiekaartenboek, opruimsets als vuilniszakken of vaartjes et cetera.

Voorzie daarbij de karretjes van een schuin oplopend deksel. Dit om te voorkomen dat op die karretjes (die hopelijk het grootste deel van de tijd niet worden gebruikt) mensen er allerlei andere materialen op gaan plaatsen. Hierdoor worden de noodkarretjes onherkenbaar en zijn zij minder snel in te zetten wanneer ze nodig zijn.

Oefenen

Alle boven beschreven maatregelen werken eigenlijk alleen wanneer deze vooraf geoefend worden. Bij de oefeningen hoeft natuurlijk niet met die gevaarlijke stoffen zelf te worden geoefend, althans niet in eerste instantie. Om het realiteitsgehalte op te voeren, kan dat in een latere fase wel worden gedaan.

Uitvoerige informatie is te vinden in:

SDU: Aanwijzingen voor het optreden bij ongevallen met gevaarlijke stoffen. Dit is de handleiding voor hulpverleners in de eerste fase van een incident bij het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Zoekwoorden: 
Spill
Zuren en basen
Organische oplosmiddelen en oliën
Longoedeem
Douche
Absorptiemiddelen