Gevaarlijke stoffen vervangen door alternatieven redt levens

Print
Gevaarlijke stoffen
Vervang gevaarlijke stoffen door alternatieven
Gevaarlijke stoffen staan steeds meer in de belangstelling. Dit omdat steeds duidelijker wordt dat veel werknemers gezondheidsschade oplopen door blootstelling aan gevaarlijke stoffen tijdens hun werk. In een reeks artikelen gaan wij in op het belang van vervanging of eliminatie van zeer gevaarlijke chemische stoffen. Daarna wordt beschreven hoe dat kan worden gerealiseerd (het proces 2). Omdat vervanging of eliminatie van de gevaarsbron de eerste stap is in de arbeidshygiënische strategie, wordt deze strategie kort toegelicht in een tweede artikel.

Belang van vervanging

Door de toegenomen regelgeving rond gevaarlijke stoffen ontstaat een steeds grotere druk op bedrijven het gebruik van zeer gevaarlijke stoffen te vermijden. Bovendien hebben de bedrijven logischerwijs geen zin in de strenge registratieverplichtingen voor bijvoorbeeld kankerverwekkende en mutagene stoffen waarbij zij op naam van de betreffende blootgestelde werknemers de registratie moeten bijhouden. Het Arbobesluit stelt hierover in artikel 4.15 lid 1:

‘Er wordt een lijst bijgehouden van werknemers die worden of kunnen worden blootgesteld aan kankerverwekkende of mutagene stoffen of stoffen die vrijkomen bij een kankerverwekkend proces, onder vermelding van de blootstelling die zij hebben ondergaan.’

Ook zit geen bedrijf te wachten op aansprakelijkheidsclaims. Sinds 1997 is de bewijslast omgekeerd. Vóór 1997 moest de werknemer bewijzen dat zijn werkgever was tekortgeschoten in zijn zorgverplichtingen en moest hij het causaal verband aantonen tussen zijn letsel en de werkomstandigheden.

In de regeling vanaf 1997 hoeft de werknemer alleen maar aannemelijk te maken dat hij schade heeft geleden door de uitoefening van zijn werkzaamheden. Het is vervolgens aan de werkgever om aan te tonen dat dit niet zo was. De werkgever moet dan laten zien dat hij in de periode waarin de vermeende gezondheidsschade is opgelopen in brede zin een goed arbobeleid heeft gevoerd.

Bovendien moet de werkgever bewijzen dat die werkomstandigheden niet tot gezondheidsschade hebben kunnen leiden. Bijvoorbeeld bij het werken met gevaarlijke stoffen moet hij aantonen dat de blootstellingsniveaus beneden de gezondheidskundige grenswaarden lagen. Voor het werken met kankerverwekkende en mutagene stoffen moet hij aantonen dat hij gekeken heeft naar vervanging/eliminatie van de stoffen.

Achtergrond

Elk jaar overlijden in Nederland ruim 2.500 tot 5.500 werknemers aan beroepsziekten. Dat zijn er gemiddeld meer dan tien per dag. Daarnaast worden tienduizenden werknemers per jaar al dan niet langdurig ziek door hun werk. Die laatste groep boet door die ziektes sterk in op de kwaliteit van hun leven.

Veel van die gezondheidseffecten zijn veroorzaakt door langdurige en frequente blootstelling aan belastende factoren tijdens het werk die pas na lange tijd merkbaar worden. Die factoren zijn min of meer sluipmoordenaars omdat ze stiekem en onzichtbaar opereren. En als zij dan eenmaal toeslaan, is het meestal te laat.

Veel beroepsziekten treden pas op wanneer de medewerkers bij het betreffende bedrijf al uit beeld zijn (door een andere baan of door pensionering). In het verleden waarin veel werknemers met prepensioen, de VUT, functioneel leeftijdsontslag en dergelijke gingen, werden gezondheidseffecten meestal niet tijdens het arbeidsproces zelf zichtbaar. Deze kwamen pas aan het licht als die werknemers al uit het arbeidsproces waren. Daardoor werden de werkgevers er in directe zin minder mee geconfronteerd en werden zij minder aangezet tot het nemen van maatregelen.

In hoog tempo zijn echter alle prepensioneringsregelingen afgebouwd. We worden zelfs geacht langer door te blijven werken tot 67 jaar en wellicht in de toekomst nog langer.

Dat betekent:

  • dat veel beroepsziekten straks ook tijdens het arbeidsproces al zichtbaar gaan worden;
  • dat werknemers langere tijd aan gevaarlijke stoffen worden blootgesteld met mogelijk een stijging van het aantal beroepsziekten tot gevolg;
  • dat werknemers gemakkelijker aannemelijk kunnen maken dat hun ziekte door het werk komt. Werkgevers zullen dan minder gemakkelijk schadeclaims en –toewijzing kunnen ontlopen;
  • Dat bedrijven een steeds groter belang krijgen in het gezond houden van hun werknemers zodat zij tot het bereiken van hun pensioengerechtigde leeftijd in goede gezondheid duurzaam inzetbaar blijven.

Vervanging van ongezonde stoffen en werkmethoden door minder ongezonde stoffen en werkmethoden is een essentieel deel van de oplossing voor bovenstaande potentiële problemen.

Het proces

Binnen het bedrijf kan een systeem worden opgezet waarbij de aanvrager, voorafgaande aan het bestellen van de stof, moet aangeven in welke gevarenklasse (qua veiligheid, gezondheid en milieu) de betreffende stof valt. Zo kan afgesproken worden dat zonder dat de gebruiker de gevarencategorieën heeft opgezocht, de afdeling inkoop de bestelling niet mag plaatsen.

Wanneer uit de gevaarsinformatie blijkt dat de te bestellen stof een van de hogere gevaarscategorieën valt, moet de gebruiker ‘rechtvaardigen’ dat hij per se deze stof nodig heeft en dat niet kan worden volstaan met een minder gevaarlijke stof. Zo’n rechtvaardigingstraject is al heel gebruikelijk bij het werken met radioactieve stoffen en zoals boven beschreven voor kankerverwekkende en mutagene stoffen. Elk bedrijf kan de scope (bereik) van deze verplichting verbreden tot andere zeer gevaarlijke stoffen.

Vooraf kan hiertoe een lijst met stoffen worden opgesteld die extra aandacht behoeven of waarvoor van te voren bijvoorbeeld door de arbeidshygiënist of veiligheidskundige van de HSE-afdeling naar moet worden gekeken.

Wanneer dat niet mogelijk is, zou al vooraf bepaald kunnen worden of met de bestaande voorzieningen de blootstelling aan die stof voldoende beperkt kan worden of dat aanvullende risicobeheersmaatregelen nodig zijn.

In een goed samenspel tussen de aanvrager, de afdeling inkoop en de HSE-afdeling kan op deze wijze de veiligheid naar een hoger niveau worden getild.