E-learning: een aanwinst voor de veiligheid?

Print
Arbobeleid
E-learning kan een goed middel zijn om in praktische zin medewerkers en gasten voor te lichten over gevaren en risico’s en maatregelen die genomen zijn en die van henzelf worden verwacht. In dit artikel worden de verschillende voor- en nadelen van e-learning beschreven.

Steeds meer wordt gebruikgemaakt van e-learning, zowel in het reguliere onderwijs als bij allerlei veiligheidsinstructies. Bij dat laatste kan (gedeeltelijke) invulling worden gegeven aan de voorlichtingsplicht vanuit de Arbowet (art. 8) om werknemers voor te lichten over de gevaren en risico’s bij hun werk en de maatregelen die zij kunnen nemen.

Arbowet artikel 8
Lid 1. De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico's, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico's te voorkomen of te beperken.
Lid 2. De werkgever zorgt ervoor dat aan de werknemers doeltreffend en aan hun onderscheiden taken aangepast onderricht wordt verstrekt met betrekking tot de arbeidsomstandigheden.

Tijd- en plaatsonafhankelijk
Met behulp van e-learning kan tijd- en plaatsonafhankelijk worden gewerkt. Het is dan niet meer nodig medewerkers op een vast moment bij elkaar te zetten met een docent of instructeur om vervolgens een voorlichtingspraatje te houden of instructie te geven. Ook hoeft dan geen introductiebijeenkomst voor nieuwe medewerkers te worden gehouden op vaste momenten en plaatsen. Medewerkers krijgen een inlogcode en kunnen op een voor hen geschikt moment en op een voor hen geschikte plaats inloggen en de informatie of instructie tot zich nemen.

Deze ontwikkeling past geheel in het zogenoemde ‘nieuwe werken’ waarin medewerkers in toenemende mate ook minder aan vaste werktijden en plaatsen gebonden zijn om hun werk te doen. Er worden prestatieafspraken gemaakt en de medewerker is zelf vrij in zijn keuze wanneer en vanuit welke werkplekken hij het werk doet.

Testen
Veel e-learningprogramma’s bieden daarbij de mogelijkheid na afloop met enkele testen te controleren of de medewerker de stof heeft begrepen. Eenvoudige programma’s beperken zich tot eenvoudige teksten gevolgd door multiple-choice-vragen. Andere programma’s bevatten tekeningen, foto’s en filmpjes over praktijksituaties, zowel bij de informatieoverdracht als bij de testen daarna.
Bij de testen moeten minimaal een aantal vragen goed beantwoord zijn, anders moeten opnieuw testen (met grotendeels andere vragen) worden gemaakt of moet de instructie opnieuw worden gevolgd. Als men geen voldoende haalt voor de test, is men niet geautoriseerd bepaalde werkzaamheden te verrichten.

Ondersteuning vooraf
E-learningprogramma’s kunnen ook worden gebruikt om ter voorbereiding op bepaalde instructies de deelnemers kennis te laten maken met het onderwerp. Daarmee wordt bereikt dat men al enigszins voorbereid naar de trainingen komt en kan tijdens de trainingen veel meer diepgang worden bereikt. Immers, de meer elementaire zaken hebben de deelnemers zich via e-learning al eigen gemaakt.

Ook bij langere cursussen kunnen via een e-learningprogramma de cursisten al op een aantrekkelijke wijze worden voorbereid op de stof. Bepaalde basiskennis en voorbeelden worden in het e-learningsysteem gestopt. Van de cursisten wordt verwacht dat zij voorafgaande aan de eerste cursusdag de stof hebben doorgenomen en de betreffende oefeningen hebben gemaakt. Daarmee wordt bereikt dat men al redelijk voorbereid naar het lesprogramma komt, en dat iedereen gelijke voorinformatie heeft en de basisbegrippen kent.
De docent kan vooraf aan de gemaakte oefeningen zien in welke mate de basisstof wordt beheerst en met welke onderdelen daarvan men meer moeite heeft. Tijdens de lessen kan daar dan extra aanacht aan worden gegeven. Tijdens de cursus kan dan sneller en gemakkelijker een verdieping in de stof worden aangebracht.

Poortinstructies
In bedrijven kan worden geregeld dat men bij bepaalde functies verplicht is periodiek dit soort instructies te volgen om zo de kennis up to date te houden.
Bij de zogenoemde ‘poortinstructies’ bij grote bedrijven komt deze vorm van instructie steeds meer voor. Met interactieve programma’s krijgen degenen die het terrein op willen eerst de nodige voorlichting en instructies. Vervolgens moet men aan de hand van een test laten zien dat men de stof beheerst voordat men het terrein op mag.

Enkele voordelen
Voordeel van deze vorm is dat het veel flexibeler is qua invulling: men volgt e-learning op voor de medewerker geschikte momenten. Ook kost het operationeel in de drukte van alledag geen menskracht in de vorm van instructeurs, docenten e.d. Met e-learning kan worden voorkómen dat men tijdens de instructie belangrijke zaken overslaat. Zeker wanneer het om grotere groepen medewerkers gaat, kunnen er interessante programma’s voor worden ontwikkeld.
Overigens kan bij het e-learningsysteem ook voor een beperkte inzet van docenten worden gekozen. Deze krijgen de resultaten van de testen te zien en kunnen daarop in directe lijn naar de betreffende medewerkers reageren.

E-learning heeft als voordeel dat er veel visuele elementen kunnen worden ingebouwd. Veel mensen zijn erg visueel ingesteld, waardoor in die vorm gebrachte informatie gemakkelijk ingang vindt. Zo zijn er bijvoorbeeld interactieve filmpjes die op bepaalde momenten worden stilgezet, waarna er een drietal keuzes wordt voorgelegd aan de medewerker. Pas wanneer deze daarop heeft gereageerd en terugkoppeling heeft gekregen gaat de film weer verder.

Enkele nadelen
Nadeel van deze wijze van werken is dat men veel minder onderlinge interactie heeft en daardoor minder van elkaar leert dan wanneer men in groepsverband een instructie volgt. Directe nadere verdieping op bepaalde zaken is niet mogelijk. Het is allemaal confectiewerk.
Het systeem moet bovendien goed worden beveiligd, omdat anders bepaalde medewerkers de testen ook door collega’s kunnen laten uitvoeren. Dan schiet het zijn doel voorbij. Dat is natuurlijk niet de bedoeling en iedere medewerkers heeft hierin zijn eigen verantwoordelijkheid, maar toch...

Omdat lesstof over het algemeen snel veroudert, moet deze heel eenvoudig up to date kunnen worden gehouden. Liefst in eigen beheer, zonder voor iedere kleine wijziging afhankelijk te zijn van externe bureaus. Hoe simpeler het systeem is, hoe lager de drempel wordt om het dan ook daadwerkelijk bij te houden.

Valkuil
Een grote valkuil is dat in het opzetten van zo’n e-learningsysteem veel tijd wordt gestoken en dat er veel wordt geïnvesteerd in allerlei aantrekkelijke toeters en bellen. Dat maakt het systeem duur, log en vaak moeilijk te wijzigen. Een eenvoudig en licht programma is daarentegen gemakkelijk op te zetten, te wijzigen en bovendien veel goedkoper.

Doelgroepen
Voor bepaalde doelgroepen is e-learning een fantastisch leermiddel. Zeker voor groepen mensen die ‘minder met boeken hebben’ en eigenlijk geen lezers zijn. In plaats van lange teksten uit studieboeken te moeten doorlezen, krijgt men via interactieve programma’s situaties met korte (gesproken) uitleggen voorgeschoteld.

Zeker in de veiligheid kan dit heel goed werken. Met foto’s of filmpjes worden gevaarlijke situaties uitgebeeld en de medewerker wordt gevraagd de risico’s van die situaties te onderkennen en te benoemen. Vervolgens kunnen diverse verbetermaatregelen worden gepresenteerd en de medewerkers wordt gevraagd een inschatting te geven van de beste methode. Heel visueel en herkenbaar.

Generaliserend kan e-learning met name voor arbomensen een goed middel zijn. Door hun praktische instelling zijn zij vaak minder ingesteld op het lezen van lange teksten. Met e-laerning kan dan veel luchtiger en meer toegesneden op deze doelgroep informatie worden overgedragen.

Casus Universiteiten
Op verschillende universiteiten en hogescholen wordt e-learning veel gebruikt. Een bekend systeem is ‘blackboard’, een digitaal systeem met informatie over vakken en mededelingen over de betreffende vakliteratuur, de hoorcolleges en de instructiecolleges. Daarnaast worden veel hoorcolleges ook opgenomen, waarvoor de link naar de video op blackboard staat.

Naast blackboard gebruiken docenten ook online oefeningen die beschikbaar zijn via de site van de uitgever van het gekochte vakliteratuurboek. Via die sites bieden de uitgeverijen van die boeken een digitaal leersysteem aan, dat vooral is bedoeld voor oefeningen met de stof (met feedback bij fouten). Bij sommige vakken wordt er gewoon van je verwacht dat je er zelf mee aan de slag gaat, bij andere vakken probeert men het wat meer te stimuleren door bepaalde bonustoetsen aan te bieden via die systemen. Dan moeten de studenten vooraf door de hoogleraar geselecteerde oefeningen met een bepaalde minimale score voltooien voor een deadline. Een (halve) bonuspunt bij het tentamen kan worden verkregen bij het succesvol afronden van deze bonustoetsen door studenten.
Bij enkele universiteiten dienen medewerkers die op laboratoria gaan werken eerst via e-learning een instructie te volgen. Aan de hand van filmpjes waarin onveilige situaties worden getoond, wordt daarna getest of zij voldoende zicht gekregen hebben op onveilige situaties.

Door deze speelse en luchtige wijze is de informatie laagdrempelig en wordt er veel gebruik van gemaakt. De resultaten van de test kunnen zelfs bij de studiewaardering worden meegenomen.

Ten slotte ter relativering
E-learning is en blijft slechts een hulpmiddel. Grootschalige ervaringen in het verleden zijn soms niet echt gelukkig geweest; denk hierbij aan het studiehuis in het middelbaar onderwijs en de formule van de Open Universiteit.

Niettemin: door het middel kritisch in te zetten kan er veel voordeel uit worden gehaald. Met name door de praktische insteek in veiligheidskundige situaties, zoals eerder geschetst, in het kader van de verplichte voorlichting op het terrein van arbeidsomstandigheden.

Wim van Alphen en Dick Oosthuizen