Arbobeleid

Kosten van arbomaatregelen: wanneer wegen ze nog op tegen de baten?

Afwegen kosten en maatregelen veiligheid

In hoeverre mag je bij de maatregelen om risico’s te reduceren rekening houden met de kosten? Dit is de kernvraag. Het antwoord is: Ja dat mag.

In de aanpak volgens de arbeidshygiënische strategie geldt het redelijkerwijsbeginsel. Een van de elementen daarin is de economische haalbaarheid. De kosten van maatregelen moeten in verhouding staan tot het effect ervan. 

Hierbij wordt veelal een vergelijking gemaakt met de maatregelen bij soortgelijke werkzaamheden in andere bedrijven. Die afweging geldt voor elk niveau in de arbeidshygiënische strategie opnieuw. Uitzonderingen hierop vormen risico’s van carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen. Economische oorzaken mogen voor deze drie groepen stoffen niet worden aangewend als reden voor het toepassen van maatregelen op een lager niveau.  

Veiligheid heeft zijn prijs

Veiligheid heeft zijn prijs. Wanneer het bedrijf niets aan veiligheid doet, zullen er naar verwachting veel ongevallen en ziektes voorkomen, waardoor de kosten zeer hoog zijn. Wanneer het bedrijf alles aan veiligheid doet, zal het aantal ongevallen en ziektes veel lager liggen, maar de preventiekosten zullen zeer hoog zijn. Tussen deze twee uitersten moet het bedrijf een middenweg vinden. Veiligheid zal in de praktijk dan ook moeten concurreren met andere bedrijfsdoelen.

Afhankelijk van de veiligheidscultuur binnen het bedrijf zal daarmee verschillend worden omgegaan. Bij proactieve en generatieve bedrijven zal veiligheid een zeer hoge prioriteit hebben en wordt boven op de compliance (voldoen aan de wet- en regelgeving) veel extra’s gedaan en wordt gestreefd naar ‘zero accidents’. Bij pathologische en reactieve bedrijven is het soms al een opgave om te voldoen aan de wet- en regelgeving en zullen directe bedrijfseconomische criteria soms vooropgesteld worden.

De wet op de afnemende meeropbrengsten

Voor alle maatregelen geldt de wet op de afnemende meeropbrengsten. Naarmate er meer kosten worden gemaakt, is de meeropbrengst daarvan steeds minder. 

Vergelijk dat met de aanschaf van een auto. Een auto van 50 duizend euro heeft niet een twee keer zo hoge kwaliteit van een auto van 25 duizend euro, maar misschien een factor 1,5. Een auto van 100 duizend euro heeft misschien slechts een factor 1,3 hogere kwaliteit van een auto van 50 duizend euro, enzovoorts. 

Dus hoe duurder, des te minder meer je krijgt.

Zie onderstaande grafiek. 

Grafiek

Daarom is het slim een afweging te maken tussen de kosten en de meeropbrengst zoals kwaliteit en dergelijke. 

Voor veiligheidsmaatregelen geldt dat ook. Geld blijft een schaars goed. Daarom is het zaak ook kritisch naar de kosten van de maatregelen te kijken en naar de te verwachten veiligheidswinst. In onderstaande grafiek is dat weergegeven. 

 

Optimun

In de afbeelding zijn de kosten van preventie afgezet tegen de opbrengsten. 

De blauwe lijn geeft de kosten weer van preventieve maatregelen. De rode lijn geeft de kosten weer van onveiligheid zoals de kosten bij ongevallen en arbeidsgerelateerd verzuim. De zwarte lijn geeft de totale kosten aan. 

  • Als er weinig geld wordt besteed aan preventie (de positie van de blauwe lijn aan de linkerkant van het plaatje) zijn de kosten voor onveiligheid hoog: de positie van de rode lijn links in het plaatje. 
  • Naarmate er meer wordt besteed aan preventie (de blauwe lijn stijgt), nemen de kosten van onveiligheid af: minder ongevallen, minder arbeidsgerelateerd ziekteverzuim: de rode lijn daalt. Met weinig meerkosten aan preventie wordt een grote veiligheidswinst geboekt: de rode lijn daalt sneller dan de blauwe lijn stijgt. 

Op een gegeven moment snijden de lijnen elkaar en is er een optimum verkregen. 

Wanneer daarna nog meer wordt uitgegeven aan preventie (de verder oplopende blauwe lijn) nemen de kosten van onveiligheid niet naar verhouding meer af. Daar geldt immers de wet van de afnemende meeropbrengsten zoals boven uitgelegd. 

Aan de rechterzijde van het optimumpunt wordt met veel geld maar weinig tot steeds minder veiligheidswinst geboekt: de blauwe lijn stijgt daar sneller dan de rode lijn daalt. Dus net het tegenovergestelde effect van de lijnen aan de linkerzijde van het optimumpunt.

De vraag is dus of het wel verstandig is om aan de rechterkant van dat optimum nog veel geld te investeren. Beter is het dan te kijken naar de risico’s bij andere arbeidsbelastende factoren en dan daar te investeren waarbij het plaatje nog aan de linkerzijde van het optimum zit. Dan wordt met relatief minder geld veel meer veiligheidswinst verkregen. 

Wanneer zijn maatregelen zinvol? 

Dit is ook een uitdaging bij de advisering over risicoreducerende maatregelen in het plan van aanpak van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Om maatregelen zinvol te maken is het verstandig ook op bovenbeschreven wijze naar de kosten daarvan te kijken.

Een bekende risicowegingsmethode, de methode van Fine (niet te verwarren met de methode van Kinney & Wiruth) heeft in haar werkwijze al een zogenaamde justificatie of rechtvaardiging opgenomen. Fine hanteert een justificatiemethode (rechtvaardiging) om wel of geen maatregelen te nemen. Daarbij is de justificatie het quotiënt van het risico en het product van de kosten van de maatregelen en de risicoreductiefactor.

 

                               Risico

Justificatie =   ---------------------------------

                        Kosten x Reductiegraad  

 

De kosten en de reductiegraad staan in de noemer van de breuk. Hoe groter de noemer, hoe kleiner de breuk. 

  • Dus wanneer hoge kosten moeten worden gemaakt om de risico’s te reduceren, is de justificatie daarvoor klein. 
  • Wanneer er een belangrijke risicoreductie ontstaat, is de justificatie voor de aanpak groot. 

Als het risico echter groot is, dan is de justificatie voor de aanpak groot. Immers hoe groter de teller van de breuk, hoe groter de breuk.

De reductiegraad wordt uitgedrukt in de weegfactoren 1, 2, 3, 4 en 6.

1 100% risicoreductie 

2 75 - 100%

3 50 - 75%

4 25 - 50%

6 < 25%

Meer informatie hierover is te vinden in:  

Fine, W.T. (1971), Mathematical Evaluations for Controlling Hazards, White Oak, Maryland: Naval Ordnance Laboratory, NOLTR 71-31.

Slotopmerking

Bij bovenstaande benaderingen is het van belang om niet in de valkuil trappen van het nemen van gevaarsproportionele maatregelen. Soms kan het gevaar zeer groot zijn, maar het risico zeer klein. Bijvoorbeeld er wordt gewerkt met extreem giftige stoffen, maar dit werk vindt in gesloten systemen plaats, waardoor er nagenoeg geen risico’s aan het werk verbonden zijn. 

Als er dan toch ooit een ongeval heeft plaatsgevonden, rechtvaardigt dat nog niet om buitenproportionele maatregelen te nemen. Het gaat er om de risico’s tot een acceptabel laag niveau terug te brengen. Die risico’s hoeven niet nul te worden. 

 

 


 


Source URL: https://www.arbeidsveiligheid.net/veiligheidsartikelen/arbobeleid/kosten-van-arbomaatregelen-wanneer-wegen-ze-nog-op-tegen-de-baten