Alle risicobeperkende maatregelen inventariseren?
In een reeks artikelen besteden wij aandacht aan enkele veiligheidskundige modellen of principes (denkplaatjes). Het idee hiertoe is afgeleid van de bekende veiligheidskundige Walter Zwaard, die hierover ook een boek heeft geschreven.
Zwaard geeft expliciet aan, dat het werken met modellen en plaatjes voordelen heeft: ze vergemakkelijken vaak de communicatie en schetsen soms ook een breder beeld dan voor slechts één specifieke situatie.
Nadeel van denken in modellen is dat deze ook blikvernauwend kunnen werken en een te grote afstand kunnen hebben tot bepaalde praktijksituaties.
Dit artikel gaat over risicobeperkende maatregelen. Moet je alle risicobeperkende maatregelen inventariseren?
In de Arbeidsomstandighedenwet staat in artikel 5 lid 1:
Bij het voeren van het arbeidsomstandighedenbeleid legt de werkgever in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast welke risico's de arbeid voor de werknemers met zich brengt. Deze risico-inventarisatie en -evaluatie bevat tevens een beschrijving van de gevaren en de risico-beperkende maatregelen en de risico's voor bijzondere categorieën van werknemers.
In dit artikel 5 lid 1 is een aantal zaken duidelijk: zoals dat de gevaren beschreven en de daaruit volgende risico’s -en de risico’s voor bijzondere categorieën van werknemers - geïnventariseerd moeten worden. Ook is duidelijk dat de risico’s geëvalueerd moeten worden: om een waarde (value) toe te kennen aan de grootte van de risico’s.
Maar onduidelijk is wat nu bedoeld wordt met de beschrijving van de risicobeperkende maatregelen?
Meer interpretaties zijn hierin mogelijk:
- De nog te treffen risico-beperkende maatregelen (in plan van aanpak)
- De reeds aanwezige risico-beperkende maatregelen bij alle risico’s
- Reeds aanwezige risico-beperkende maatregelen bij de grootste risico’s/effecten
De eerste interpretatie
Het gaat hierbij om de nog te treffen risicobeperkende maatregelen om nog aanwezige risico’s aan te pakken. Deze risico’s zijn beschreven en in grootte ‘gewogen’, waarna verbetermaatregelen zijn geformuleerd.
Deze maatregelen worden dan als acties in het plan van aanpak opgenomen om de risico’s die tijdens de inventarisatiefase (diagnosefase) geconstateerd zijn, verder te reduceren. Het gaat daarbij dus om de nog te treffen aanvullende maatregelen, om de werksituaties veiliger en gezonder worden.
De tweede interpretatie
Als dit echt zo bedoeld is – dus de reeds aanwezige risicobeperkende maatregelen bij alle arbeidsbelastende factoren expliciet beschrijven – dan wordt de RI&E-rapportage wel heel erg dik. Immers, ook van zaken die geen risico’s meer opleveren en van de zeer kleine risico’s, moeten dan alle aanwezige beheersmaatregelen beschreven worden.
Enkele voorbeelden: beschreven moet dan worden hoe stevig trapleuningen bevestigd zijn aan de muur, hoe stevig de verankering is van machines aan de vloer, hoe vaak de luchtfilters in de luchtbehandelingsinstallaties vervangen worden, de ergonomische opstelling van beeldschermwerkplekken, hoe stevig de beugels zijn waarmee beamers aan de plafonds bevestigd zijn en ga zo maar door. Dit kan een schier eindeloze opsomming worden. Dit gaat zeer ver en maakt de RI&E tot een onwerkzaam document.
Volgens die interpretatie van de wettekst zou het dus moeten. Er staat immers dat de RI&E tevens een beschrijving bevat van de risicobeperkende maatregelen. Maar deze wettekst is niet conform de intentie van de EG-richtlijn (zie hieronder). In de praktijk is het bovendien in de meeste situaties niet goed uitvoerbaar om dit te doen en heeft dat ook geen toegevoegde waarde.
In veel RI&E-rapportages (en branche-instrumenten) worden daaraan volle pagina’s gewijd met onderaan de constatering dat de risico’s beheerst zijn. Allemaal ‘dikmakers’ van de RI&E-rapportage waarmee niets gedaan hoeft te worden. Erger nog: het leidt de aandacht af van zaken die wel belangrijk zijn en maken de rapportages ontoegankelijk en soms zelfs bijna onleesbaar. Beter is het de zaken die op orde zijn of niet van toepassing zijn, zeer kort in een onderwerpenlijstje te vermelden als teken dat er wel naar gekeken is.
Impliciet zit een beschouwing van de getroffen beheersmaatregelen natuurlijk al in de risico-evaluatie: bij het bepalen van de grootte van het aanwezige risico in de arbeidssituatie wordt immers al rekening gehouden met de in die situatie aanwezige risicobeperkende voorzieningen en maatregelen. Maar dit is impliciet en geeft dus niet een expliciete beschrijving van deze beheersmaatregelen.
De derde interpretatie
Europa heeft met het beschrijven van de risicobeperkende maatregelen mogelijk bedoeld – let op: dit is een aanname – dat dit alléén moet voor dié risico’s die zeer groot zouden zijn (of de mogelijke effecten zeer groot) wanneer daarbij (nog) geen maatregelen zouden zijn genomen.
Daar zit een logica in. Immers door die werksituaties in kaart te brengen en daarbij expliciet te beschrijven welke risicobeperkende maatregelen genomen zijn om die risico’s te reduceren, krijgt men zicht op mogelijke mankementen in die beheersmaatregelen (barrières oftewel ‘lines of defences’).
Als daaruit blijkt dat die beheersmaatregelen een grote kans op falen hebben of onvoldoende geborgd zijn, kunnen die (grotere) risico’s/effecten alsnog manifest worden met alle gevolgen van dien. Dat moet dan in deze diagnosefase vastgelegd worden en vervolgens dienen er aanvullende verbetermaatregelen te worden genomen (plan van aanpak) om die mankementen in de reeds aanwezige beheersmaatregelen te verhelpen. Bij die grotere risico’s of effecten moet gedacht worden aan zaken die levensbedreigend zijn of tot zeer zwaar letsel kunnen leiden (op korte of lange termijn) als de genomen beheersmaatregelen uitvallen.
Dus voor de zaken die wel op orde zijn, maar die zonder risicobeperkende maatregelen tot zeer grote effecten of risico’s zouden leiden, is het wel zinvol om deze uitvoeriger te beschrijven. Met name de borging van deze risicobeperkende maatregelen beschrijven is niet alleen nuttig, maar zelfs essentieel. Immers, als die borging er niet is, kunnen er grote risico’s of effecten ontstaan en bijgevolg fatale incidenten optreden. Als het toch fout gaat, hangt veelal niet alleen het leven van de betreffende medewerker ervan af, maar ook de levens van anderen.
Enkele voorbeelden:
> Bij steigers in de bouw is het van levensbelang dat dit goede steigers zijn, dat ze goed neergezet zijn en dat er werkplanken en schoringen zijn aangebracht. Bij de RI&E zou de borging van deze maatregelen gecontroleerd moeten worden.
> Valbeveiliging. Als deze niet goed functioneert, kan het effect dodelijk zijn. Bij de RI&E zou nagegaan moeten worden hoe de controle hierop plaatsvindt.
> Bij machineveiligheid is het essentieel dat bewegende delen goed afgeschermd zijn en als ‘deurtjes’ daarvoor geopend worden, de machine afslaat. Tijdens de RI&E dient te worden nagegaan of dit geregeld is en of deze en andere veiligheidsvoorzieningen aan de machines zoals noodstoppen, daadwerkelijk goed functioneren.
> De borging van de periodieke keuring van veiligheidsbarrières bij machines en andere arbeidsmiddelen met grote gevaarsaspecten (zware machines, productielijnen, hoogwerkers, liften, steigers, ...).
> De borging dat essentiële afzuigsystemen, zoals zuurkasten en biohazardkasten, goed werken om blootstelling aan gevaarlijke stoffen en biologische agentia te beheersen.
> De borging van detectie- en alarmeringssystemen bij bepaalde situaties: gasalarmen, brandmeldsystemen enzovoorts.
> De borging van overdruk- of juist onderdrukventilatie in geval van buitensluiten of juist binnenhouden van gevaarlijke stoffen, micro-organismen of radioactieve stoffen.
> De borging van de periodieke controle van persoonlijke beschermingsmiddelen van categorie 3, zoals onafhankelijke adembescherming.
> De borging van een aanspreekcultuur in de operatiekamers van ziekenhuizen, in cockpits van vliegtuigen en in bestuurscabines op schepen.
> De borging van adequaat optreden van de bedrijfshulpverleningsorganisatie bij verschillende scenario’s.
> De borging van permanent toezicht in bepaalde situaties (duiken, besloten ruimtes etcetera.).
Voor deze grotere risico’s en mogelijk grote effecten is het beschrijven van de risicobeperkende maatregelen wel zinvol. Zie een uitwerking hiervan in bijlage 5.
Conclusie
Het basisartikel over de RI&E in de Arbowet kan op meer manieren uitgelegd worden. Iedereen zal het eens zijn met de eerste interpretatie. Zinvol is het ook aanvullend daarop de derde interpretatie te hanteren.
Met de tweede interpretatie (bij alle werksituaties de reeds aanwezige risicobeperkende maatregelen expliciet beschrijven) wordt gigantisch veel werk verricht zonder veel toegevoegde waarde en maakt de RI&E-rapportage daarna buitengewoon lijvig en onwerkzaam.