De veiligheidskundige als klokkenluider

Print
Arbobeleid
De positie van de veiligheidskundige, zowel in loondienst als opererend als zelfstandig ondernemer, is soms niet eenvoudig. Er wordt hem of haar gevraagd om advies over gevaarlijke situaties. Hoewel dit advies uitdrukkelijk wordt gevraagd door de werkgever of door de opdrachtgever, is de inhoud van het advies niet altijd wat deze wil horen. Het gevolg van het advies kan immers zijn dat de kosten omhoog gaan en de productiviteit omlaag. Hoe hou je als veiligheidskundige een rechte rug in zo’n situatie? Welke waarborgen biedt het Burgerlijk Wetboek (BW) voor de veiligheidskundige?

Veiligheidskundige in loondienst
Zoals vaak is de veiligheidskundige in loondienst beter beschermd dan de veiligheidskundige die als zelfstandig ondernemer opereert. Arbeidsrechtelijke sancties of zelfs een strafontslag worden, door de Kantonrechter, gelegd langs de lat van het BW. Daarbij ligt de lat behoorlijk hoog. Daarvan gaat zeker enige bescherming uit.

Ontslagbescherming deskundige medewerker
Een bijzondere positie is er weggelegd voor de deskundige medewerker, zoals bedoeld in artikel 13 lid 1 van de Arbowet. Daarin wordt gesproken over medewerkers die de werkgever bijstaan bij zijn verplichtingen op basis van de Arbowet. In artikel 7:670 lid 10 BW is bepaald dat het dienstverband met deze medewerker, zonder toestemming van de Kantonrechter, niet kan worden opgezegd. Deze medewerker geniet dus een bijzondere (ontslag)bescherming.

De vraag is of een veiligheidskundige altijd te kwalificeren is als een deskundige medewerker zoals bedoeld in artikel 13 lid 1 van de Arbowet. De wet en de wetgeschiedenis zeggen daarover niet zo veel. Of daarvan sprake is zal afhangen van de functie van de veiligheidskundige en de invulling van die functie. Is er sprake van een functie waarin de veiligheidskundige de werkgever adviseert aangaande veiligheid (wat voor de hand ligt) dan is hij of zij aan te merken als deskundige medewerker, zoals bedoeld in artikel 13 lid 1 Arbowet. Het opzegverbod is, in dat geval, ook op hem of haar van toepassing.

Toestemming Kantonrechter
De extra ontslagbescherming voor de deskundige medewerker is met name bedoeld om hem in staat te stellen zijn werkzaamheden onafhankelijk uit te voeren, zonder vrees voor ontslag. De bescherming wil overigens niet zeggen dat de veiligheidskundige niet ontslagen kan worden. Het wil slechts zeggen dat, voor het opzeggen van het dienstverband, voorafgaande toestemming nodig is van de Kantonrechter. Deze zal de toestemming over het algemeen verlenen indien aannemelijk is dat de ontslaggrond niets te maken heeft met de hoedanigheid of de werkzaamheden van de veiligheidskundige. Het vormt dus een extra drempel en een extra waarborg tegen strafontslag.

Is daarmee alles in kannen en kruiken voor de veiligheidskundige in loondienst? Nee, bepaald niet. De ervaring leert dat een werknemer die lastige adviezen verstrekt en aan de bel trekt als deze niet worden nageleefd, vaak in een lastige positie terecht komt. Vaak is er, in dat soort zaken, een zelfstandige grond voor de beëindiging van het dienstverband, bijvoorbeeld de verstoring van de arbeidsverhoudingen of langdurige arbeidsongeschiktheid. In ieder geval is duidelijk dat de loopbaan van een dergelijke werknemer binnen de onderneming ten einde is.

De veiligheidskundige in loondienst zal dus een goed evenwicht moeten vinden tussen wat zijn werkgever het liefste zou zien en wat hij, op basis van zijn kennis en ervaring, kan rechtvaardigen. Daarbij moet hij stevig in zijn schoenen staan. Weliswaar is de veiligheidskundige niet jegens zijn werkgever aansprakelijk voor schade die voortkomt uit een onjuist advies, maar een professionele veiligheidskundige laat zich primair leiden door de risico’s die hij of zij signaleert en niet door wat de werkgever wenst. Het lijkt voor de veiligheidskundige in loondienst weinig zin te hebben om daarbij al te zeer of te lang op zijn strepen te gaan staan. De wettelijke regeling biedt hem enige bescherming maar, als adviezen niet of onvoldoende worden opgevolgd, dan lijkt het voor de veiligheidskundige verstandig om op zoek te gaan naar een andere werkgever.

Zelfstandige veiligheidskundige
De bescherming van de zelfstandige veiligheidskundige is veel beperkter dan die van de veiligheidskundige in loondienst. Artikel 7:760 lid 10 BW is op hem niet van toepassing. Hij is immers niet in loondienst. Of de opdrachtgever de opdracht kan doen eindigen hangt dus af van de voorwaarden die door partijen in de overeenkomst van opdracht zijn opgenomen. Meestal wordt daarin bepaald dat de overeenkomst een bepaalde duur heeft en tussentijds kan worden opgezegd met een opzegtermijn van één of enkele maanden. Dat betekent dat de zelfstandige veiligheidskundige, nog meer dan de veiligheidskundige in loondienst, afhankelijk is van een goede verstandhouding met zijn opdrachtgever. De samenwerking kan immers, zonder veel plichtplegingen, worden beëindigd.

Aansprakelijkheid
Daar tegenover staat dat de zelfstandige veiligheidskundige wel degelijk aansprakelijk kan worden gehouden voor schade die de opdrachtgever lijdt als gevolg van een onjuist advies. De zelfstandige veiligheidskundige heeft dus zowel een moreel als een financieel belang om zijn werkzaamheden naar eer en geweten uit te voeren. Deze aansprakelijkheid kan door de veiligheidskundige worden uitgesloten in de overeenkomst van opdracht. Is hiervan geen sprake, dan doet de veiligheidskundige er verstandig aan om een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten die dekking biedt voor dit risico.

De zelfstandige veiligheidskundige moet dus, nog meer dan de veiligheidskundige in loondienst, spitsroede lopen. Aan de ene kant is het zaak om de opdrachtgever tevreden te houden. Een goede opdrachtgever is tevreden met inhoudelijk deugdelijke adviezen, ook als deze invloed hebben op de kostprijs en/of de productiviteit. Soms echter zal er sprake zijn van enige frictie. Op dat moment is het voor de zelfstandige veiligheidskundige van belang om de rug recht te houden. Zeker in de gedachte dat hij aansprakelijk kan worden gehouden voor onjuiste adviezen.

Ook voor hem geldt dat hij beter afscheid kan nemen van een opdrachtgever die druk uitoefent om te komen tot een, voor hem, wenselijk advies. Alleen de relevante risico’s moeten leidend zijn voor het advies van de veiligheidskundige. Het betrekken van andere belangen helpt geen van de betrokken partijen.